Afwezige Boonstra ergert hof

De manier waarop voormalig Philips-president Cor Boonstra de publiciteit heeft gezocht in zijn strafzaak over handel met voorkennis is niet in goede aarde gevallen bij het Amsterdamse gerechtshof.

Bij de behandeling van het hoger beroep dat vanochtend is begonnen sprak raadsheer J. Verspyck Mijnssen zijn ongenoegen uit dat verdachte Cor Boonstra niet aanwezig was. Boonstra verscheen vorig jaar evenmin bij de inhoudelijke behandeling bij de rechtbank. ,,Geeft uw cliënt er de voorkeur aan zijn verdediging voor de televisie te voeren?'', vroeg de raadsheer aan de advocaat van Boonstra. ,,Het is toch gek dat hij hij overal verantwoording aflegt, behalve waar het hoort: bij de rechter.''

Een verzoek van de advocaat-generaal om Boonstra het bevel te geven naar het hof te komen werd echter afgewezen. ,,Het hof verwacht hier niets van, hoe wenselijk het ook is'', aldus Verspyck Mijnssen. ,,Boonstra laat zich kennelijk niets gelegen liggen aan de rechterlijke macht. Ik kan niet zeggen dat ik het respecteer, maar het is niet anders.''

J. Italianer, de advocaat van Cor Boonstra, liet weten dat de oud-bestuursvoorzitter op zijn aandringen niet was verschenen bij de hogerberoepszaak. ,,Boonstra wilde er heel graag bij zijn, maar op mijn advies is hij er niet'', waarop een andere raadsheer van het hof riposteerde: ,,Maar hij heeft daar wel vrijwillig voor gekozen''.

Advocaat-generaal P. Greve wilde Boonstra tevergeefs dwingen naar het hof te komen omdat zijn advocaat er eerder voor waarschuwde dat Boonstra werkelijkheid, reconstructie en dossierkennis door elkaar haalt. ,,Ik heb op televisie gezien dat hij daar wel weer over een goed geheugen beschikt, ook na verhoren door de rechter-commissaris'', zei de aanklager. ,,Ik heb de transcriptie van de verhoren toegevoegd van Jan Mulder bij Barend & Van Dorp en het verhoor door Paul Witteman bij Buitenhof.'' Volgende week vrijdag wordt de zaak verder inhoudelijk behandeld.