Woonsubsidie slopen

De nationale economie komt nog niet echt uit het slop. Buitenlandse afnemers vinden producten uit Nederland te duur door hoge loonkosten en de stijging van de euro. De overheid besteedt minder bij het bedrijfsleven en schroeft tegelijk de lastendruk op. Dat zet de koopkracht van consumenten onder druk. Zij zijn toch al geneigd de hand op de knip te houden, doordat het kabinet de sociale zekerheid versobert en burgers aanspoort zelf meer geld opzij te leggen voor tijden dat het financieel tegenzit. Toch wekt de sfeer van algehele malaise verbazing. Met elkaar zijn de Nederlanders steenrijk. Gezinnen hebben zo'n 300 miljard euro op de bank staan. Daarnaast beheren onze pensioenfondsen en levensverzekeraars een spaarpot van 700 miljard euro. Particulieren zitten voor 200 miljard in aandelen en obligaties. Hun belangrijkste vermogensbestanddeel is de eigen woning. Bij de huidige prijzen is het huizenbezit volgens cijfers van De Nederlandsche Bank maar liefst 1.000 miljard euro waard. Daar staat een hypotheekschuld van 500 miljard euro tegenover. Optellen en aftrekken leert dat het gezamenlijke vermogen van de gezinnen netto meer dan 1.600 miljard euro bedraagt.

Dat immense vermogen – bijna vier keer de waarde van het nationale inkomen – is veel evenwichtiger over de bevolking gespreid dan pakweg een halve eeuw geleden het geval was. Anders dan destijds nemen tegenwoordig negen van de tien werknemers deel in een pensioenregeling. Sinds 1970 is het eigenwoningbezit toegenomen van 35 procent tot 55 procent van de totale woningvoorraad. In de jaren zestig maakten vooral christelijke partijen (in 1977 opgegaan in het CDA) zich sterk voor bezitsvorming. Hun ideaal is in belangrijke mate verwezenlijkt, vooral dankzij omvangrijke fiscale faciliteiten voor pensioensparen en de eigen woning. Pensioenpremies zijn aftrekbaar en pas de toekomstige uitkeringen zijn belast, tegen een in doorsnee 10 tot 15 procent lager tarief. Mensen met een eigen huis hoeven slechts een betrekkelijk gering bedrag wegens woongenot bij hun belastbare inkomen te tellen en kunnen daartegenover de betaalde hypotheekrente aftrekken. Per saldo stopt minister Zalm de eigenwoningbezitters dit jaar 7,5 miljard euro toe. Tegen deze enorme subsidie voor ruim drie miljoen gezinnen uit de middenklassen en de hogere inkomensgroepen steekt de 1,6 miljard subsidie voor huurders met in verhouding tot hun lage inkomen hoge woonlasten bleekjes af.

Deze week pleitte minister Dekker van Volkshuisvesting (VVD) voor een breed onderzoek naar de houdbaarheid van de aftrek van hypotheekrente. Worden huizenbezitters door de huidige fiscale behandeling van het eigenwoningbezit niet veel te veel bevoordeeld in vergelijking met huurders? Die vraag klemt te meer, omdat het belastingvoordeel toeneemt naarmate de woningbezitter meer verdient en onder een hoger belastingtarief valt. In de Tweede Kamer voelt inmiddels een meerderheid voor een kritisch onderzoek naar de subsidie voor bezitters van een eigen huis. Alleen CDA en VVD maken zich sterk voor behoud van de status quo. Erg geloofwaardig is de opstelling van beide regeringspartijen niet. Zij gingen de afgelopen jaren namelijk al akkoord met een hele reeks aanslagen op de aanvankelijk bijna onbelemmerde aftrek van hypotheekrente. Stapsgewijs is de aftrekmogelijkheid beperkt tot rente op leningen die zijn aangegaan voor aankoop, onderhoud en verbetering van de eerste woning. De renteaftrek kan maximaal dertig jaar worden geclaimd. Sinds dit jaar is het bovendien verplicht de verkoopwinst van het oude huis te gebruiken ter gedeeltelijke financiering van het nieuwe huis. Uitsluitend rente over wat iemand daarboven moet bijlenen is nog aftrekbaar. Door deze salamipolitiek is de belastingsubsidie voor het eigen huis al met vele honderden miljoen euro's per jaar verminderd, al bezweren CDA en VVD in alle toonaarden dat eigenwoningbezitters van hen niets te duchten hebben.

Net als ongetwijfeld veel andere lezers profiteer ik in hoge mate van de fiscale subsidie voor mijn huis. Dat heeft geen invloed op mijn oordeel: het mes moet in de regeling, en liever vandaag dan morgen. Toegegeven: het tijdstip is ongelukkig. De consumenten kunnen de economie uit het slop halen. Voeren zij hun bestedingen op dan ontstaan meer banen, krijgen we extra economische groei en verbeteren de overheidsfinanciën, omdat de belastingen meer opbrengen en minder geld voor uitkeringen nodig is. De aanpak van huizensubsidies, na alle berichten over de noodzaak van loonmatiging en langer doorwerken, kan consumenten nog kopschuwer maken, terwijl zij het geld juist moeten laten rollen. Zouden huishoudens het komend jaar slechts een half procent van hun gezamenlijke nettovermogen van ruim 1.600 miljard euro besteden, dan groeit de gezinsconsumptie met ruim 2 procent, terwijl het Centraal Planbureau voor 2005 op dit moment geen enkele toename van de gezinsbestedingen voorziet.

Toch hoeft de aanpak van de fiscale voordelen voor het eigen huis niet te wachten op economisch betere tijden, wanneer consumenten de toekomst weer zonnig inzien. Eerdere beperkingen van de renteaftrek hebben namelijk niet geleid tot een al enkele malen voorspelde ineenstorting van de woningmarkt. Het lijkt kortom de hoogste tijd het subsidiebouwwerk voor de eigen woning met pneumatische boren te lijf te gaan.