Uitgever Reed Elsevier is absurd bezig

Nieuwe mogelijkheden van publiceren op internet geven de universitaire wereld sterke wapens in handen om de prijzenslag met de commerciële uitgevers in haar voordeel te beslechten, meent Saskia C.J. de Vries.

De vijftien Nederlandse universiteitsbibliotheken accepteren geen nieuwe prijsverhogingen van Reed Elsevier, zo werd gisteren bekendgemaakt. Dat betekent dat Nederlandse wetenschappers in de komende drie jaar de helft van het totale aantal wetenschappelijke tijdschriften dat de Brits-Nederlandse uitgever maakt (ruim 800) niet meer kunnen raadplegen. Een begrijpelijke stap, die illustreert dat de prijzenoorlog tussen de commerciële uitgevers en de universitaire gemeenschap nog niet voorbij is.

De afspraken met Reed Elsevier, de grootste wetenschappelijke uitgever ter wereld, staan in contrast met overeenkomsten met branchegenoten als Springer en Wiley. Deze uitgeverijen zijn met de universiteitsbibliotheken volledige toegang overeengekomen tot al hun wetenschappelijke informatie. Zowel Springer, wereldwijd nummer 2 maar aanzienlijk kleiner dan Reed Elsevier, als Wiley heeft slechts `lichte' prijsstijgingen bedongen.

Recent maakte de Duitse uitgeverij Springer bekend dat haar wetenschappelijke afdeling een revolutionaire verandering heeft doorgevoerd. Auteurs van wetenschappelijke publicaties kunnen voortaan zelf bepalen of ze hun werk openbaar maken via het traditionele model van dure abonnementen, of het via internet vrij toegankelijk maken voor iedereen.

Het conflict tussen de Nederlandse universiteiten en Reed Elsevier speelt tegen de achtergrond van een grote verandering, waardoor wetenschappelijke informatie in de toekomst juist gemakkelijker toegankelijk moet worden. Deze verandering wordt samengevat onder het begrip Open Access en gaat uit van de gedachte dat de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek vrij beschikbaar moeten zijn op internet.

De Public Library of Science (een non-profitorganisate van wetenschappers die alle academische informatie wereldwijd tot vrij toegankelijke bron wil maken – inmiddels geven ze twee tijdschriften uit op het gebied van medicijnen en biologie) heeft de basisidee hierachter geformuleerd: ,,Directe, ongelimiteerde toegang tot wetenschappelijke ideeën, methoden, uitkomsten en conclusies zal de academische en medische vooruitgang versnellen en zal ook meer in het bijzonder de baten van onderzoek dichterbij het publiek brengen.'' Een wetenschappelijke uitgever verdient aan de publicatie van onderzoek dat is ontwikkeld door een wetenschapper in dienst van een academische instelling, dus in feite geheel gefinancierd door de instelling. Binnen de wetenschappelijke wereld worden steeds meer vragen gesteld bij die situatie. Waarom zou een onderzoeker zijn werk `om niet' en bovendien met volledige overdracht van het auteursrecht moeten afstaan?

Die vraag wordt des te prangender, als wordt gekeken naar de prijzen die worden berekend door wetenschappelijke uitgevers. De bedragen die academische bibliotheken moeten betalen voor wetenschappelijke monografieën, series en tijdschriften zijn in de afgelopen vijftien jaar schrikbarend opgelopen. De Association of Research Libraries heeft berekend dat in de jaren 1986 tot 2002 de gemiddelde prijs van een monografie vrijwel verdubbeld is – abonnementen van 20.000 euro per tijdschrift zijn geen uitzondering – en dat de gemiddelde abonnementsprijs voor wetenschappelijke artikelen in academische tijdschriften in deze periode zelfs met 260 procent is toegenomen.

Als de auteur/wetenschapper van een instelling binnen dienstverband bepaalde informatie ontwikkelt, waarom moet de bibliotheek van dezelfde instelling dan enorme bedragen aan de uitgever betalen voor het beschikbaar stellen van diezelfde informatie? En dat sommige uitgevers hun auteurs ook nog laten betalen voor het recht om hun eigen onderzoeksresultaten aan hun eigen studenten te verstrekken, vergroot de irritatie nog meer.

Onlangs is in Engeland een parlementaire enquête gehouden over dit onderwerp, waarbij ook commerciële uitgevers gehoord zijn. Elsevier verdedigde daar zijn winstmarge van maar liefst 30 procent met onder meer het argument van kwaliteitsbewaking. Een gotspe, als je weet dat vrijwel alle wetenschappelijke tijdschriften de beoordeling van bijdragen overlaten aan twee onafhankelijke wetenschappers die geacht worden dat gratis te doen.

Op veel plaatsen zijn academici nu gaan samenwerken om wetenschappelijke literatuur vrij toegankelijk te maken. Wat deze initiatieven met elkaar gemeen hebben, is dat internet – en elektronisch uitgeven – in hun ogen openbare wetenschappelijke bibliotheken de mogelijkheid biedt de volledige tekst en gegevens van elk gepubliceerd artikel kosteloos beschikbaar te stellen voor iedereen, waar ook ter wereld.

Ook in Nederland krijgt deze gedachte veel aandacht. Universiteiten realiseren zich dat hun verantwoordelijkheid zich niet beperkt tot de productie van kennis, maar ook de vastlegging, archivering, distributie en toegankelijkheid van die kennis in de vorm van wetenschappelijke informatie omvat. De instellingen streven ernaar via het Open Access-model waarbij wetenschappers of hun instellingen zelf betalen voor publicatie van hun werk, zelf de regie te voeren over de gehele distributieketen.

Is dit dan het einde van de commerciële wetenschappelijke uitgever, die zijn sterke marktpositie in specifieke vakgebieden maximaal tracht uit te buiten? Neen. Het Open Access-model maakt de rol van de uitgevers niet overbodig. Bij de huidige ontwikkeling van `grijze circuits' op internet neemt bij de gebruiker juist de behoefte toe aan duidelijkheid over herkomst en kwaliteit van de vrijelijk verspreide onderzoeksresultaten. Deze kwaliteitscontrole behoort zeker tot het takenpakket van de onafhankelijke uitgever, die academici bijeen weet te brengen voor de redacties en redactieraden van gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften, boekenseries en in sommige gevallen hele fondsonderdelen. Ook de ordening van informatie blijft belangrijk. Door de pijlsnelle groei van grote hoeveelheden ongeordende online informatie en databanken zal de behoefte aan het geordend beschikbaar stellen van delen van al deze informatie aan specifieke doelgroepen toenemen. Juist uitgevers hebben sinds jaar en dag expertise opgebouwd in een marktgerichte beschikbaarstelling van wetenschappelijke informatie.

Blijft het heikele punt van het copyright. Er gaan steeds meer stemmen op voor het beschikbaar stellen van wetenschappelijke informatie als een non-profitbusiness te beschouwen, een activiteit die weliswaar professioneel en zakelijk verantwoord wordt ondernomen, maar die `niet tot winst(maximalisatie)' hoeft te leiden. Juist hier zullen University Presses een rol kunnen vervullen vanwege de opgebouwde kennis en ervaring, en door hun directe banden met universiteiten, universiteitsbibliotheken en de wetenschappers.

Saskia C.J. de Vries is directeur Amsterdam University Press.