Tweespalt om paradijs

De Mexicaanse regering wil de arcadische economie van Baja California moderniseren. Hoewel het plan de bewoners water, elektriciteit en telefoon zal brengen, vrezen zij de komst van de snelwegen, hotels, jachthavens, golfbanen en de miljoenen toeristen.

Met uitgestrekte arm wijst visser Memo naar de baai. ,,Kijk eens hoe mooi het hier is.'' Vier bootjes dobberen voor de kust van Bahía de Los Angeles en pelikanen vechten op het strand om een vis. Aan de horizon tekent zich het eiland Cabeza de Caballo af, broedplooaats voor talloze, met uitsterven bedreigde vogels en knaagdieren. In de zee zelf leven zeeschildpadden, zeehonden en veertien walvissoorten.

Maar het leven in Bahía de Los Angeles heeft nadelen: het dichtstbijzijnde stadje is tweehonderd kilometer verderop, de nog geen duizend inwoners hebben slechts een gedeelte van de dag elektriciteit, geen dokter, geen middelbare school en een slechts af en toe werkende benzinepomp. En net als elders aan de Zee van Cortés is de vis door overbevissing schaars geworden. Steeds meer families keren noodgedwongen het gebied de rug toe en verhuizen naar de steden.

Als het aan de Mexicaanse president Vicente Fox ligt, verandert dit de komende jaren. Bahía de Los Angeles en 21 andere kleine en grotere dorpen langs de kust van het schiereiland Baja California en de kusten van de staten Sonora en Sinaloa maken deel uit van het meest ambitieuze plan van Fox' ambtstermijn: Escalera Náutica.

Het 1,7 miljard dollar kostende plan behelst de aanleg van tien nieuwe havens, het opknappen van zeven al bestaande havens tot jachthavens, de bouw van hotels (zeker 10.000 kamers), restaurants, snelwegen en tien golfbanen, en het moderniseren van de nu nog in het zand afgetekende vliegveldjes. Hiermee zal volgens de verwachtingen van de Mexicaanse regering het aantal toeristen toenemen van 500.000 tot 5,4 miljoen per jaar en kunnen 25.000 nieuwe banen worden geschapen.

Fox vloog drie jaar geleden zelf naar Baja California om het plan aan de bevolking te presenteren. Hij hield hun voor dat Escalera Náutica dé manier was om het schiereiland verder te ontwikkelen. ,,Een paspoort richting het moderne leven.'' Toerisme zou werk en geld opleveren in de van visserij afhankelijke dorpjes en vooral elektriciteit, drinkwater en telefoon brengen. Nu houdt tussen de noordelijke havenstad Ensenada en Cabo San Lucas in het zuiden het leven na zonsondergang op.

,,Baja California wordt het Cancún van de 21ste eeuw'', zei Fox, doelend op het Mexicaanse toeristenparadijs aan de Caraïbische kust. Cancún was in de jaren zestig nog een 200 inwoners tellend vissersdorp, maar veranderde onder leiding van het federale bureau voor toerisme Fonatur (Fondo Nacional de Fomento al Turismo) in een van de grootste en welvarendste steden van Mexico, met jaarlijks drie miljoen bezoekers.

Maar de eerste fase van het project – die af moet zijn voor het einde van 2006, wanneer president Fox aftreedt – heeft inmiddels zichtbare vertraging opgelopen. Borden langs de snelweg wijzen optimistisch naar Escalera Náutica, maar wie de wegwijzers volgt komt nergens uit. In Santa Rosalillita staat een half afgebouwde haven aan een half geasfalteerde weg die het dorpje met Bahía de Los Angeles had moeten verbinden. Elders is het werk nog niet eens begonnen.

De vertraging komt vooral door de weerstand van de bevolking. Vissers, milieuorganisaties, dorpsbewoners en zelfs de eigenaren van al bestaande jachthavens zien niets in Escalera Náutica. Ze vrezen dat de duizenden kilometers kust, de nationale parken, de woestijn, de vijf natuurreservaten, waaronder een UNESCO-werelderfgoedgebied, en de Zee van Cortés – door oceanoloog Jacques Cousteau ooit ,,het aquarium van de wereld'' genoemd – verpest zullen worden door de bouw van wegen en huizen en de miljoenen toeristen.

En het is niet alleen de vrees voor het uitsterven van de zeeschildpadden, de walvissen en andere zeedieren, maar ,,de regering heeft niet nagedacht over de mensen'', zegt Laura Martínez Ríos del Río van de milieugroep Pro Esteros. Ze meent dat er een denkfout is gemaakt en wijst erop dat de bouw van golfbanen in een gebied dat al zeven jaar droogte kent en waarin dorpen verstoken zijn van drinkwater onlogisch is. Bovendien zullen de jachthavens de vissers helemaal verdrijven. ,,We willen een beter leven'', zegt Isabel Fuentes Hallen uit Bahía de Los Angeles. ,,Geen grote jachthaven. Het zou fijn zijn als iedereen telefoon had en elektriciteit.''

,,Dit is misschien de enige manier om de dorpen die diensten te geven die ze nodig hebben'', zegt Martinez. ,,Maar de regering heeft bij dit plan niet nagedacht over de Mexicanen, alleen over de toeristen.'' Dit kan alleen maar bedacht zijn door mensen die Baja California niet kennen, verzucht ze.

Dat vindt Tomás Fernandez jr., eigenaar van een kleine jachthaven in Ensenada, ook. ,,Als zakenman zeg ik: graag een plan, maar als zeiler weet ik dat de meeste toeristen niet om het schiereiland zullen varen. De mensen die naar Cabo San Lucas willen, pakken een vliegtuig en huren daar een boot. De route is, zeker voor onervaren zeilers, veel te moeilijk.''

Hij zegt dat de meeste zeilers die in Ensenada aankomen in twee groepen zijn te verdelen: zuinige gepensioneerden die op hun boot leven en aan wal nauwelijks geld uitgeven, en rijke Amerikanen die anderen betalen om hun boot naar een bepaalde locatie te varen. Hij wijst op de kaart aan de muur in zijn kantoor. ,,Zie je Santa Rosalillita? Daar zijn ze begonnen met bouwen omdat alle havens 120 zeemijl uiteen moesten liggen. Maar iedere zeiler weet dat de baai te ondiep is en dat de wind het vrijwel onmogelijk maakt de baai binnen te varen. Bovendien, de logische route is om Santa Rosalillita heen.''

Fernandez zou willen dat het geld van de regering wordt gestoken in nieuwe zeekaarten – ,,de huidige kaart is honderd jaar oud'' – of een kustwacht en betere wegen. ,,Alles liever dan het bouwen van nieuwe jachthavens en hopen dat de toeristen vanzelf komen.''

Cancún, voor de regering het toekomstbeeld voor Baja California, is voor de inwoners juist de ultieme nachtmerrie geworden. Want hoewel de lonen er zijn gestegen (naar bijna vier dollar per dag) en Mexicanen uit alle hoeken van het land er aankomen op zoek naar werk, is de visstand verlaagd, is volgens natuurorganisaties een nabijgelegen koraalrif verdwenen, evenals 60.000 hectare regenwoud en is er weinig meer over van de charme van de stad.

Onder druk van de bevolking en belangengroepen is het plan aan het begin van de zomer aangepast, hoewel Fonatur het over ,,miscommunicatie en verwarring'' heeft. Guillermo Acosta van Fonatur spreekt ook liever niet meer over Escalera Náutica, maar over Proyecto Mar de Cortés. In een gedetailleerde presentatie gaat hij in op de schoonheid van de natuur. De e-mail die hij naderhand stuurt, bevat foto's van vissen, bergen en de woestijn. `Ontwikkel door te beschermen' is het nieuwe subthema van het project en Acosta spreekt over ,,de natuurlijke bronnen die als toeristische attracties zullen gelden''.

De landbrug, waarover booteigenaren hun boten van Santa Rosalillita naar Bahía de Los Angeles konden rijden, is geschrapt en heeft plaats gemaakt voor een `ecologische corridor', al kan niemand bij Fonatur uitleggen wat dit inhoudt. Ook wordt niet langer gesproken over boten, maar over `nautische toeristen'. ,,Alles wordt bedacht met de gemeenschap in het achterhoofd'', aldus Acosta.

Minister van Milieu Alberto Cárdenas Jiménez heeft inmiddels zijn goedkeuring aan Proyecto Mar de Cortés gegeven, op voorwaarde dat de projectontwikkelaars voldoen aan strikte regels en negatieve gevolgen voor de natuur ,,voorkomen en/of compenseren''. Het stelt de tegenstanders van het project niet gerust. De goedkeuring van de minister gaat alleen over de gevolgen van de bouw van jachthavens op het milieu, niet over de ,,niet meer te repareren schade die ongecontroleerde bouw van huizen en wegen, en landspeculatie teweeg zullen brengen'', zo schreven ze in een brief aan de minister.

Buitenlandse investeerders zijn enthousiaster. Sinds een wetswijziging aan het begin van de jaren negentig is land niet langer in handen van de ejidos, de gemeenschappen. Veel vissers verkopen hun stukken grond aan de kust aan Amerikanen en de prijzen van huizen zijn in sommige dorpen opgelopen tot 195.000 dollar. Visser Memo vreest het ergste: ,,We worden overspoeld door Amerikanen'', bromt hij somber.