`Topstudenten komen hier niet'

Staatssecretaris Rutte wil dat universiteiten alleen de beste buitenlandse studenten toelaten. Alleen studenten die een bijdrage leveren aan de kenniseconomie zijn welkom. Maar wie komen dan nog?

Yun Tang (,,zeg maar Sarah'') uit Shanghai had drie jaar geleden nog nooit van Wageningen gehoord. Wel wist ze dat Nederland een goede naam heeft op het gebied van land- en tuinbouwstudies.

Ze wilde haar studie landschapsarchitectuur graag voortzetten in het buitenland. Yun Tang ging naar een van de vele commerciële onderwijsmakelaars in China en betaalde duizend euro voor het advies om een vervolgstudie te gaan doen aan de Universiteit Twente. ,,Ze hadden me verteld dat het een algemene universiteit was. Ik was verbaasd toen het een technische universiteit bleek te zijn.'' Na een jaar switchte Yun naar Wageningen, waar ze sinds vorig jaar de masteropleiding landschapsplanning en -ontwerp volgt.

Jaarlijks melden zich vijftig à zestig Chinese studenten voor een masteropleiding (MSc, master of science) aan bij Wageningen Universiteit en Researchcentrum. Vorig jaar kwam twaalf procent van alle nieuwe bachelor- en masterstudenten uit China. Met achthonderd buitenlanders op een totaal van 4.500 studenten is Wageningen de meest internationale universiteit van Nederland. Zeshonderd van die buitenlandse studenten zijn afkomstig uit landen buiten de Europese Unie. Indonesië is traditioneel een belangrijke leverancier, maar ze komen ook uit Ethiopië, Peru en Vietnam. In totaal studeren ruim 5.000 studenten van buiten de EU aan Nederlandse universiteiten en hogescholen.

Als het aan staatssecretaris Rutte (Onderwijs, VVD) ligt, wordt deze jaarlijkse import aanzienlijk beperkt. In zijn maandag naar de Tweede Kamer gestuurde brief over internationalisering in het hoger onderwijs kondigt hij een eerder uitgelekte verschuiving aan ,,van kwantiteit naar kwaliteit''. Universiteiten en hogescholen ontvangen vanaf 2006 niet langer een bijdrage voor elke student van buiten de EU. Alleen de beste studenten komen in aanmerking voor een beurs. Instellingen krijgen een vast bedrag voor die studenten, ze moeten ze zelf gaan selecteren. Het kabinet wil alleen nog betalen voor slimme buitenlanders die een bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse kenniseconomie.

Wei Qin, student internationaal land- en watermanagement in Wageningen, erkent dat hij met dat nieuwe beleid de selectie niet zou hebben gehaald. Ook al volgde hij zijn bachelor aan de gerenommeerde Chinese Agricultural University in Peking, waarmee Wageningen samenwerkt. ,,Volgens het Chinese onderwijssysteem ben ik geen topstudent. Ik was er waarschijnlijk niet uitgepikt door Wageningen.''

Maar Wei voorspelt dat Nederland de echte slimmerds toch niet zal binnenhalen. ,,De topstudenten kunnen overal gaan studeren, die krijgen overal een beurs. Die gaan dus naar Amerika of Engeland, want dat is altijd de eerste keus van Chinese studenten. De middenmoot gaat naar Nederland, dat zal niet veranderen.''

Het collegegeld voor studenten van buiten de EU is nu al hoger dan voor Nederlandse en Europese studenten. Een tweejarige masteropleiding kost niet-EU-studenten nu 5.270 euro, vanaf september 2005 wordt dat 6.770 euro. Verdere verhogingen zijn niet uitgesloten.

Chinese studenten zullen hierdoor wegblijven, voorziet Yun Tang. ,,Nederland is aantrekkelijk vanwege het gemiddelde collegegeld en de Engelstaligheid. Maar als het collegegeld net zo hoog wordt als in Engeland, heeft een Engelssprekend land de voorkeur. Dan ga ik net als mijn vrienden die in Engeland studeren, wel 's avonds werken om het collegegeld te betalen. Of ik overwin het taalprobleem in Duitsland, waar ze geen collegegeld hebben.''

De studies van Yun en Wei worden betaald door hun ouders. De eerste master van Yun in Twente is betaald door haar oude werkgever in Shanghai, een bedrijf voor tuinarchitectuur.

Volgens staatssecretaris Rutte worden buitenlandse studenten nu te veel geworven om ,,budgettaire redenen''. De hbo-fraude heeft immers duidelijk gemaakt dat deze studenten verleidelijk lucratief zijn.

Maar dat valt reuze mee, zegt Rien Bor, die zich in Wageningen bezighoudt met de werving van buitenlandse masterstudenten. ,,Het collegegeld is kostendekkend, daar zit niet veel marge op. Niet het geld is de winst, maar de inhoudelijke verrijking en de internationale allure voor de hele universiteit.''

Volgens Bor is de afschaffing van bekostiging van niet-EU-studenten ,,rampzalig'' voor het Nederlandse hoger onderwijs. ,,Onze concurrentiepositie ten opzichte van Duitsland, Frankrijk en Scandinavië gaat fors achteruit. Het tekort aan bètaonderzoekers zal verder toenemen.''

De meeste buitenlanders keren na hun studie of promotieonderzoek terug naar hun eigen land, zegt Bor. ,,Dat worden ambassadeurs voor Nederland en het Nederlandse hoger onderwijs.''

Wei wil zijn doctorsgraad in Nederland halen. Hij weet zeker dat hij terugkeert naar China. ,,We hebben hoogopgeleide mensen hard nodig in China. Ik word beleidsmaker bij de overheid, dankzij deze studie kan ik veel betekenen voor mijn land.''

Ook Yun keert terug, maar plaatst kanttekeningen. ,,Omdat ik een vrouw ben zal ik de top in het bedrijfsleven niet bereiken. Ik wil een eigen bedrijf beginnen in tuinarchitectuur. Ik zal niet veel macht hebben, maar het is wel goed voor het land, want ik neem veel mensen in dienst.''

Dat uit het buitenland teruggekeerde studenten moeilijk een baan vinden in China, zoals Yun zegt, komt volgens Wei omdat die studenten irreële salariseisen stellen. ,,Helaas laten veel Chinese studenten zich misleiden door commerciële bemiddelaars die hun gouden bergen beloven na een buitenlandse studie. Die studenten zijn meer geïnteresseerd in het diploma dan in de kennis die ze opdoen. Voor hen telt niet de opleiding, alleen het feit dat ze in het buitenland hebben gestudeerd.''

Om dergelijke ongemotiveerde studenten te weren, en al te gretige werving te voorkomen, wil Rutte een gedragscode voor de instellingen opstellen. Onderdeel hiervan is dat studenten een minimale score voor een Engelse taaltest moeten halen. Ook in Wageningen is veel te doen geweest over het gebrekkige Engels van veel Chinese studenten. Een ander verwijt dat de Chinezen wordt gemaakt, is dat ze weinig contact zoeken met Nederlandse studenten.

Voor Yun Tang en Wei Qin gaan deze verwijten niet op. Beiden zijn ze lid van de Studentenraad, die daarom alle vergaderingen in het Engels houdt. Wei erkent dat zijn landgenoten over het algemeen moeilijk te porren zijn voor dergelijke activiteiten. ,,Ze zijn heel erg gericht op hun studie. Integratie is niet hun eerste taak.'' Yun: ,,Ik snap dat wel, de studie is duur, je moet in twee jaar klaar zijn. Bovendien is er het cultuurverschil. Nederlandse studenten zitten 's avonds in het café of gaan naar een feest. Wij zitten altijd thuis. Pas na een jaar ging ik ook naar feesten, ik begin dat nu leuk te vinden.''