SBY wil `rechtvaardiger' aanpak Atjeh

Indonesië's president Yudhoyono heeft de civiele noodtoestand in Atjeh met zes maanden verlengd. Wel wil hij deze brandhaard anders aanpakken.

Na consultaties met provinciebestuurders, leger, politie en parlement vaardigde president Susilo Bambang Yudhoyono (`SBY') vandaag een decreet uit. De `civiele noodtoestand' in Atjeh wordt met zes maanden verlengd. Wel zal er maandelijks een evaluatie worden gemaakt van de toestand in deze rebelse provincie op de noordpunt van Sumatra. ,,Als de situatie verbetert, kunnen we de noodtoestand op ieder moment intrekken'', aldus SBY.

De beslissing is omstreden. Op 19 mei van dit jaar, een jaar nadat SBY's voorganger, Megawati Soekarnoputri, in Atjeh de militaire noodtoestand had uitgeroepen, achtte ze de veiligheidssituatie dermate verbeterd dat ze terugschakelde naar een `civiele noodtoestand'. Het Noodgezag werd overgedragen door de provinciale legercommandant aan de gouverneur. De militaire operatie tegen de separatistische Beweging Vrij Atjeh (GAM) werd voortgezet. Gouverneur Abdullah Puteh werd intussen in staat van beschuldiging gesteld wegens corruptie, maar mocht aanblijven.

Na de val van Soeharto in 1998 kreeg het separatisme in Atjeh de wind mee. Naast het rebellenleger van de GAM ontstond een burgerbeweging die ijverde voor een referendum over de politieke toekomst van de lang verwaarloosde en door repressie gekwelde provincie. President Abdurrahman Wahid koos voor een vreedzame aanpak van de aanzwellende stroom Atjehers die de republiek vaarwel wilden zeggen. Hij schakelde de in Zwitserland gevestigde Henri Dunant Stichting in als intermediair tussen regering en GAM.

Tijdens twee jaar slepende onderhandelingen boekte de GAM forse terreinwinst, begin vorig jaar controleerden de rebellen driekwart van Atjeh. Toen de GAM weigerde een begin te maken met de afgesproken overdracht van wapens, riep Megawati op 19 mei 2003 de militaire noodtoestand uit. Er werden 34.000 man troepen ingezet in Atjeh, onder wie 26.000 leden van de landmacht.

Volgens de militairen is het GAM-leger inmiddels geslonken van 8.000 tot 2.400 man. Een deel zou zijn gesneuveld, de rest werd opgepakt en geïnterneerd. Particuliere organisaties beweren dat een aanzienlijk deel van de `gesneuvelde GAM-leden' gewone Atjehers waren. De semi-officiële Nationale Commissie voor de Rechten van de Mens (Komnasham) hield het aantal gedode burgers eind vorig jaar op 319 en het aantal vermisten op 115. Het leger zou nu 80 procent van de door de GAM gecontroleerde dorpen hebben `ontzet'. GAM zou in anderhalf jaar de helft van zijn aanvankelijk 1.000 vuurwapens zijn kwijtgeraakt. Tijdens de gevechten sneuvelden 130 soldaten en politiemannen.

Deze cijfers zijn moeilijk te controleren want de pers in Atjeh is aan banden gelegd. Indonesische journalisten worden `ingebed' in legerpatrouilles en buitenlandse collega's krijgen, net als internationale hulporganisaties, geen toegang tot het gebied.

SBY zei tijdens de verkiezingscampagne dat hij voor de opstandige gewesten Atjeh en Papoea wil zoeken naar een alternatieve, vreedzame weg. Zijn superminister van Veiligheid, admiraal b.d. Widodo, bezocht Atjeh afgelopen maand voor consultaties. Het provinciale parlement was voor verlenging van de civiele noodtoestand, ,,om te voorkomen dat het sociaal-economische leven, dat weer op gang gekomen is, opnieuw wordt verstoord''. Leger en politie waren ook tegen abrupte intrekking. Enkele fracties in het nationale parlement, waaronder twee SBY welgezinde partijen, vinden het ,,ongerijmd om de noodtoestand te verlengen met het argument dat het beter gaat in Atjeh''.

SBY noemt de verlenging `voorlopig'. Die moet zijn regering de tijd geven om ,,een vreedzamer, waardiger en rechtvaardiger oplossing te zoeken voor het conflict''. Vorig jaar werd de militaire noodtoestand gepresenteerd als `paraplu' voor een meervoudige operatie: herstel van de veiligheid, een humanitaire inspanning, rechtsherstel, wederopbouw van het plaatselijke bestuur en versterking van de streekeconomie. SBY zegt nu dat die integrale aanpak ,,beter, concreter en transparanter moet, vrij van ontsporingen als corruptie''. Hij erkent dus dat die niet-militaire operaties tot dusverre niet meer waren dan een schaamlapje voor hard militair optreden.