Oorlog Noord- en Zuid-Soedan blijft bijna opgelost

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is naar Nairobi gereisd om een doorbraak te forceren in het slepende vredesproces tussen Noord- en Zuid-Soedan. Maar de voortekenen zijn niet bemoedigend.

Het is een bijzondere bijeenkomst maar de kans op succes is klein. De vergadering in de Keniaanse hoofdstad Nairobi over Soedan is pas de vierde keer sinds 1952 dat de Veiligheidsraad buiten zijn hoofdkantoor in New York vergadert. Doel is om een doorbraak te forceren in het slepende vredesproces van Soedan. Maar de voortekenen zijn slecht.

De twee jaar geleden begonnen vredesbesprekingen over de oorlog in Zuid-Soedan verlopen tergend langzaam en het geweld in de westelijke regio Darfur laaide de afgelopen weken op. In Darfur heeft de met de overheid verbonden militie Janjaweed nog vrij spel, ondanks beloftes van de regering deze strijders te ontwapenen. Verder zijn de rebellengroepen van Darfur onderling verdeeld geraakt, waarmee de kans op algehele chaos in de westelijke regio toeneemt.

Het initiatief om de Veiligheidsraad in Nairobi te laten vergaderen – na die in 1972 in Addis Abeba en in 1973 in Panama over Afrika, en in 1990 in Genève over de Palestijnen – komt van Amerika. De Verenigde Staten namen twee jaar geleden het voortouw bij de vredesbesprekingen over Zuid-Soedan. Maar sinds enkele maanden geleden de internationale aandacht van Zuid- naar West-Soedan verschoof, ligt het zuidelijke vredesproces vrijwel stil. De internationale vredesstichters willen nu de draad weer oppakken en eerst de oorlog in Zuid-Soedan oplossen.

De belangrijkste zaken in het zuidelijke vredesproces zijn al beklonken. De regeringsdelegatie onder leiding van vice-president Osman Taha en die van het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) tekenden eerder dit jaar zes protocollen waarbij de verdeling van de politieke en economische macht en veiligheidszaken, zoals de rol van de SPLA-soldaten tijdens een interim-periode van zes jaar, werden geregeld. Aan het eind van die periode zullen de Zuid-Soedanezen in een referendum mogen uitmaken of ze onafhankelijk willen worden.

Sinds de ondertekening van de protocollen in juni is er geen vooruitgang meer geboekt. Onder druk van de internationale gemeenschap wegens de crisis in Darfur weigerde vice-president Taha verdere concessies te doen bij de zuidelijke onderhandelingen. Er moet nog een akkoord komen over een permanent staakt-het-vuren en over de uitvoering van het vredesverdrag. Het SPLA wenst vredestroepen van de VN, de regering is daartegen. Het SPLA eist dat tijdens de interim-periode zijn soldaten uit de staatskas worden betaald, de regering weigert dit. De regering wil aan haar geallieerde milities in het zuiden een aparte status geven, terwijl het SPLA wil dat deze zich aansluiten óf bij het regeringsleger of bij het SPLA. Tijdens de laatste ronde van besprekingen, vorige maand, over deze controverses werd geen vooruitgang geboekt. De onderhandelingen zijn verdaagd tot later deze maand.

Als het vredespact ooit wordt bezegeld, gaat het SPLA deel uitmaken van de regering in Khartoum en krijgt John Garang de post van vice-president. Zo'n coalitieregering zou volgens de internationale vredesstichters beter in staat zijn de oorlog in Darfur op vreedzame wijze te beslechten. Noordelijke oppositiepartijen en rebellengroepen verzetten zich tegen deze formule, want de machtsverdeling tussen SPLA en regering zal op fifty-fifty basis zijn en er blijft dan dus voor de noorderlingen weinig over om te verdelen.

Aan de vooravond van de historische bijeenkomst van de Veiligheidsraad streken in Nairobi enkele actiegroepen neer om met hun rapporten de uitkomst te beïnvloeden. Amnesty International publiceerde een onderzoek waaruit blijkt dat Wit-Rusland, Rusland, China, Polen, Frankrijk, Iran en Saoedi-Arabië wapens hebben geleverd aan het Soedanese regeringsleger. Frankrijk deed dat in strijd met een uit 1994 daterend wapenembargo van de Europese Unie. Volgens Amnesty, dat lobbyt voor een wapenembargo door de Veiligheidsraad, gaf de Soedanese regering vorig jaar 700 miljoen dollar aan wapens uit, dat is ongeveer de helft van de nationale begroting.

De Amerikaanse mensenrechtengroep Human Rights Watch publiceerde een rapport over etnische zuiveringen in Darfur en vroeg de Veiligheidsraad om een veroordeling daarvan. Het rapport citeert door de Janjaweed verdreven landbouwers van Afrikaanse afkomst die zeggen nooit meer te kunnen terugkeren naar hun woongebieden omdat deze permanent zijn bezet door Arabische nomaden en de Janjaweed. In de landbouwstreken in Zuid-Darfur grazen nu permanent kamelen en ander vee van nomaden. Vroeger trokken de veehouders alleen in het droge seizoen vanuit het woestijnachtige Noord-Darfur naar de geoogste akkers in het zuiden en keerden zij in het regenseizoen terug. Volgens HRW zijn de etnische zuiveringen in Darfur vrijwel voltooid.

De Veiligheidsraad staat voor de vrijwel onmogelijke taak om de verslechtering van de veiligheidssituatie in Darfur te keren en de impasse bij het zuidelijke vredesoverleg te doorbreken. Vermoedelijk wordt de strijdende partijen in het zuiden ontwikkelingshulp beloofd als zij nog vóór het einde van het jaar een akkoord sluiten. De kans op dat laatste lijkt uiterst klein.