Ministerie wist al eerder van dreigbrief

Het ministerie van Justitie is, anders dan minister Donner vorige week in het parlement heeft gemeld, al op de dag van de moord op Theo van Gogh ingelicht over de dreigbrief die op diens lichaam is gevonden.

Minister Donner (Justitie, CDA) zei vorige week in de Tweede Kamer nog dat zijn ministerie pas twee dagen later was ingelicht over de brief waarin bedreigingen werden geuit aan het adres van Hirsi Ali en VVD-fractievoorzitter Van Aartsen. Donner schrijft nu in antwoorden op Kamervragen dat het openbaar ministerie zijn departement op de avond van de moord op Theo van Gogh al op de hoogte heeft gesteld.

In het debat over de moord op Van Gogh had Donner nog laten weten dat hij pas de donderdag na de moord geïnformeerd was over de brief. Van Aartsen kreeg vervolgens persoonsbeveiliging, twee dagen nadat Hirsi Ali naar aanleiding van die brief dat kreeg.

Volgens Donner was het noemen van Van Aartsens naam in die brief niet alleen aanleiding voor het instellen van zijn persoonsbeveiliging. Dat gebeurde na het besluit donderdag van de ministers Donner en Remkes om die brief openbaar te maken. Dat gebeurde na een dreigingsanalyse van de AIVD. ,,Openbaarmaking zou mogelijk anderen op ideeën brengen, mede in het licht zijn recente uitspraken in de pers over moslimfundamentalistisch terrorisme.

Kamerleden reageerden in het debat over de moord op Van Gogh verontwaardigd dat Van Aartsen pas zo laat persoonsbeveiliging kreeg. Fractiewoordvoerders haalden ook uit naar het openbaar ministerie in Amsterdam nadat Donner had aangegeven dat hij pas op de donderdag na de moord geïnformeerd was. Afgelopen weekeinde maakte het college van procureurs-generaal bekend dat die opmerking bezijden de waarheid was en dat het ministerie op de avond na de aanslag was geïnformeerd. ,,In het Kamerdebat droeg ik geen kennis van het feit dat de brief op dinsdag 2 november om 21.46 per fax op het departement was binnengekomen'', aldus de minister.

Een dag later, op woensdag, is de minister op de hoogte gesteld van de strekking van de brieven, de dreigbrief en een zelfmoordtestament. Dat gebeurde in het Ministerieel beleidsteam waarin de top van Justitie en Binnenlandse Zaken vertegenwoordigd zijn. Het openbaar ministerie wilde de inhoud ervan op dat moment nog niet publiceren omdat de verdachten in het onderzoek nog met de brieven geconfronteerd moesten worden. Op donderdag besloot Donner alsnog tot publicatie om speculaties en misverstanden over de inhoud te voorkomen''.