Kamer wil zware criminelen in portemonnee treffen

Bij het debat over de begroting van Justitie ging het over de vraag of zware criminelen niet harder te treffen zijn dan alleen via het strafrecht.

Hoe treffen we zware criminelen op een manier die echt pijn doet? In hun portemonnee, zo concludeerden minister Donner van Justitie en de Tweede Kamer gisteren tijdens de afronding het debat over de begroting van Donner (CDA) en zijn collega-Justitieminister Verdonk (VVD) van Vreemdelingenzaken en Integratie.

Maar een pleidooi om bij financieel-economische criminaliteit de bewijslast om te draaien, zodat de crimineel moet aantonen dat zijn vermogen niet afkomstig is van crimineel handelen, gaat minister Donner te ver. Wel is hij bereid te onderzoeken of veroordeelde zware criminelen ook andere sancties dan alleen celstraf kunnen worden opgelegd. Fracties van de PvdA, VVD en CDA denken daarbij aan het ontnemen van het paspoort, het onmogelijk maken vastgoed te kopen of rechtspersonen op te richten. Het debat beperkte zich tot de andere strafmogelijkheden en ging niet over de `pluk ze'-wetgeving.

CDA-woordvoerder Van Haersma Buma wees erop dat de Amsterdamse onroerendgoedmakelaar Endstra ongenaakbaar was, totdat hij werd vermoord. ,,Pas toen kon de politie onderzoek doen. Wij willen dat voor zijn.'' Gevangenisstraf, aldus Van Haersma Buma, is voor zware criminelen vaak niet meer dan ,,een tijdelijke onderbreking van een criminele carrière''.

Volgens Donner speelt bij de aanpak van de zware, georganiseerde criminaliteit de vraag of plegers van zware criminaliteit niet alleen via het traditionele strafrecht moeten worden aangepakt, maar of ze ook op andere wijzen in hun belangen getroffen moeten worden.

Minister Donner zei geen tegenstander te zijn van verruiming van de mogelijkheden om vermogen of bezit bij zware criminelen te ontnemen. CDA en PvdA willen de bewijsstructuur voor een langere periode laten gelden, bijvoorbeeld vijf tot tien jaar, zodat de veroordeelde ook na zijn gevangenisstraf crimineel vermogen kan worden ontnomen.

Maar in de praktijk, aldus de minister, is dat criminele vermogen meestal onvindbaar. ,,Het is ontzettend verleidelijk om te plukken waar je kunt plukken. Aan de andere kant moet het een veroordeelde ook mogelijk worden gemaakt om weer maatschappelijk te functioneren, anders houd je een crimineel.''

Aan de orde was ook de vraag of personen die politici bedreigen, zwaarder moeten worden gestraft. Donner liet eerder in het debat weten dat hij eraan twijfelt of daarvoor strafverhoging moet komen. Met name het Kamerlid Rouvoet (ChristenUnie) had daarom gevraagd, omdat dergelijke bedreigingen tot gevolg kunnen hebben dat een politicus `op zijn woorden' gaat letten en daarom zijn functie niet meer naar behoren kan uitoefenen. Donner zei de Kamer een notitie daarover toe. Die zal onder meer gaan over bijzondere strafbepalingen bij het onmogelijk maken van het functioneren van de organen van de staat.

PvdA-woordvoerder Wolfsen verwees naar het debat over het wetsvoorstel over herijking van de strafmaxima. Toen zagen PvdA en CDA af van een initiatiefwetsvoorstel waarin wordt voorzien in strafverzwarende omstandigheden bij de vervolging van delicten als belediging of mishandeling van mensen in publieke functies, niet alleen politici, maar ook andere publieke personen als verpleegsters, agenten of mensen die `burgermoed' tonen.

Donner had toen toegezegd dat hij het openbaar ministerie een aanwijzing zou geven om daar in de strafeisen rekening mee te houden. Volgens Donner moet die wet nog behandeld worden in zowel de Tweede als de Eerste Kamer en kunnen pas daarna aanwijzingen gegeven worden.