`Ingewikkelde en omslachtige weg'

President van De Nederlandsche Bank Wellink is ,,positief'' over de levensloopregeling, maar voorziet ook problemen. ,,Het resultaat kan slechter zijn dan de situatie nu is.''

De nieuwe levensloopregeling is een ingewikkelde oplossing voor een groot probleem. En het is de vraag of het doel van het kabinet, verhoging van het aantal arbeidsuren dat in Nederland gewerkt wordt, bereikt zal worden. Dat hangt helemaal af van de manier waarop de vakbonden en werkgevers invulling zullen geven aan de levensloopregeling.

Aldus Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank (DNB). ,,Ik ben positief over de nieuwe regeling'', zegt hij, ,,maar of het werkt weten we pas op termijn. Het is mogelijk dat over tien jaar zal blijken dat de verhoging van de leeftijd waarop mensen met pensioen gaan, toch nog onvoldoende zal zijn.''

Vanavond bespreekt de Tweede Kamer het sociaal akkoord met premier Balkenende (CDA) en de ministers De Geus (Sociale Zaken, CDA) en Zalm (Financiën, VVD).

Volgens Wellink versterkt het sociaal akkoord dat vakbonden, werkgeversorganisaties en kabinet anderhalve week geleden hebben gesloten, een ontwikkeling naar verhoging van het aantal gewerkte arbeidsuren die al in gang was gezet. Het sociaal akkoord bevat afspraken met de sociale partners over de afschaffing van de fiscale begunstiging van premies voor VUT en prepensioen, invoering van levensloopregeling, versobering van de WAO, uitstel van herziening van de WW en een oproep tot loonmatiging.

Wellink noemt de afspraken een verandering in een richting die nodig is. Maar hij houdt een slag om de arm over de effecten op de vergroting van de arbeidsdeelname. ,,Als de levensloopregeling volledig wordt aangewend voor vervroegd pensioen, treden werknemers nog eerder uit dan nu het geval is. Dan wordt het doel niet bereikt en is het resultaat slechter dan de situatie zoals die is.'' De vakbeweging zal volgens Wellink proberen om de levensloopregeling zoveel mogelijk in te zetten voor collectieve afspraken over vervroegde uittreding van werknemers. Het zal afhangen van de werkgevers in de CAO-onderhandelingen of zij bereid zijn om de levensloop volledig om te zetten in vroegpensioen. ,,De opstelling van de werkgevers wordt cruciaal'', zegt Wellink.

De oorspronkelijke bedoeling van de levensloopregeling was om met name ouders met opgroeiende kinderen in `het spitsuur van het leven' meer mogelijkheden te geven om tijdelijk met verlof te gaan. Onder druk van de vakbeweging is dit doel op de achtergrond geraakt en lijkt de fiscale begunstiging van de levensloopregeling vooral ingezet te worden om vervroegde pensionering in stand te houden. Het zou dan een alternatief worden voor de VUT- en prepensioenregelingen waarvan het kabinet de fiscale aftrekbaarheid in 2006 afschaft voor werknemers die zijn geboren na 1950.

Wellink verwacht evenwel dat de levensloopregeling niet compleet voor vroegprensioen gebruikt zal worden. ,,Daarvoor zitten er te veel `lekken' in de nieuwe regeling'', zegt hij. Een deel van de werknemers zal het gespaarde bedrag – maximaal 12 procent van hun bruto salaris per jaar – wel gaan inzetten voor zorg- of studieverlof. Niet alle werknemers zullen aan de belastingvrije spaarregeling deelnemen, ze hebben de individuele keuze om het bedrag dat werkgevers beschikbaar stellen voor de levensloopregeling (belast) contant te ontvangen. En in vergelijking met de collectieve regelingen voor prepensioen, is sparen via de levensloopregeling tamelijk duur. Daarom verwacht Wellink dat het beroep op de levensloopregeling voor vroegpensioen beperkt zal blijven. ,,Dankzij de `lekken' in de regeling zal het toch een nuttig effect hebben op de verhoging van de leeftijd waarop werknemers stoppen met werken. Maar het is wel een ingewikkelde en omslachtige weg.''

Bovendien maken de herziene regelingen beter zichtbaar dat pensioenen niet gratis zijn. Dat `psychologische effect', waardoor werknemers zich beter bewust zijn van de kosten van prepensioen, zal volgens Wellink leiden tot een verdere verhoging van de leeftijd waarop mensen stoppen met werken.

Over de verwachte loonontwikkeling in 2005 is Wellink zeer te spreken. In het sociaal akkoord hebben de sociale partners en het kabinet vastgelegd dat de loonstijging volgend jaar ,,uiterst terughoudend'' zal zijn. Voor het midden- en kleinbedrijf en voor de dienstensector waarin nauwelijks sprake is van productiviteitsstijging, blijft loonmatiging komend jaar belangrijk. De vakbeweging heeft looneisen van 1,25 procent ingediend en Wellink verwacht dat de gemiddelde loonstijging in 2005 niet boven de 0,5 procent zal uitkomen. ,,Daar mag je tevreden over zijn'', aldus Wellink.