Godslastering splijt ook Kamerfracties

Minister Donner (Justitie, CDA) ontraadt de Tweede Kamer de motie van Kamerlid Van der Laan (D66) die het kabinet oproept de strafbaarstelling van godslastering te heroverwegen. Volgens de minister geeft de Kamer daarmee een verkeerd signaal af. Donner deed dat gisteren bij de behandeling van de Justitiebegroting in de Tweede Kamer. ,,Het onderwerp moet aan de orde komen op het moment dat ik rapporteer over de vraag wat in wetgeving nog gedaan kan worden om (...) onnodig kwetsen en vernederen met maatschappelijke gevolgen te vermijden''.

De Kamer debatteerde gisteren over Donners uitlatingen afgelopen zaterdag op het CDA-congres en de reacties daarop van de ministers Verdonk (Vreemdelingenbeleid, VVD) en De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing, D66). Verdonk en De Graaf voelen niets voor een aanscherping van de strafbaarstelling van godslastering, Donner wil juist onderzoeken of een verruiming daarvan mogelijk is.

Binnen de fracties van GroenLinks en de PvdA is inmiddels onenigheid ontstaan over de motie. De Kamerleden Albayrak (PvdA) en Karimi (GroenLinks) vinden het ,,een fout signaal jegens moslims'' om nu de strafbepaling tegen godslastering ter discussie te stellen, zo zeggen zij vandaag in Trouw. Karimi zegt verbaasd te zijn dat haar fractiegenote Vos de motie mede heeft ondertekend.

Ook PvdA-woordvoerder Wolfsen spreekt van een `ongelukkig debat' dat op een verkeerd moment gevoerd wordt. ,,De juridische redenering achter de motie kan ik volgen. Maar het signaal dat ervan uitgaat, is verkeerd en onhandig.'' Dat ligt volgens hem niet alleen aan de indiener ervan, maar ook aan de manier waarop Donner en Verdonk over deze kwestie naar buiten zijn getreden. Sommige fractieleden van de PvdA hebben al aangegeven niet voor de motie te zullen stemmen. Wolfsen zelf vindt het verstandig om de motie aan te houden en te betrekken bij een breder debat over de artikelen in het Wetboek van Strafrecht rond belediging in relatie tot vrijheid van meningsuiting.

Donner zei gisteren begrip te hebben voor het standpunt dat godslastering niet boven de vrijheid van meningsuiting gesteld moet worden. Maar hij zegt tegelijkertijd te willen voorkomen dat religieuze groepen zich ,,onbeschermd voelen'' als de godslastering uit het wetboek van strafrecht wordt gehaald. Volgens Donner zijn daarmee alle signalen gegeven en is de motie niet op zijn plaats.