De stilte rond Hirsi Ali

De Tweede Kamer telt 150 gekozen volksvertegenwoordigers. Sinds 2 november zijn dat er echter de facto 149. Ayaan Hirsi Ali (VVD) wordt na de moord op cineast Theo van Gogh en de doodsbedreiging aan haar adres die daarmee gepaard ging, zo zwaar beveiligd dat zij haar werk in het parlement en daarbuiten niet meer kan doen. Een Kamerlid is letterlijk monddood gemaakt. Het opmerkelijke is dat de Tweede Kamer zelf inmiddels lijkt te zijn overgegaan tot de orde van de dag. Tijdens het debat over de moord op Van Gogh vorige week hebben woordvoerders weliswaar blijken van medeleven uitgesproken, maar er was geen spoor van verontrusting over de implicaties van het feit dat een Kamerlid blijkbaar onder dreiging van geweld niet meer als zodanig kan functioneren. Het van de VVD afgescheiden Kamerlid Wilders, die zelf eveneens zwaar moet worden bewaakt na doodsbedreigingen, was ,,aangeslagen''. VVD-fractievoorzitter Van Aartsen releveerde dat de liberalen Hirsi Ali ,,bijzonder missen'' en zijn collega van de PvdA, Bos, noemde Hirsi Ali in een rijtje van andere bedreigde politici: Wilders, de Amsterdamse wethouder Aboutaleb en Van Aartsen. GroenLinks-fractievoorzitter Halsema vond de afwezigheid van Hirsi Ali ,,onverdraaglijk'' en Kamervoorzitter Weisglas wenste zijn fractiegenote ,,heel veel sterkte en heel veel kracht''. Daarna is het stil geworden rond Ayaan Hirsi Ali. Zelfs tijdens het melden van berichten van verhindering bij de aanvang van de plenaire vergadering in de Tweede Kamer wordt haar naam niet genoemd door de Kamervoorzitter.

Het gaat hier om een principiële kwestie: de dodelijke bedreiging van Ayaan Hirsi Ali wegens de denkbeelden die zij uitdraagt, die er blijkbaar toe leiden dat zij haar werk moet neerleggen treft niet alleen haarzelf, maar ook het instituut waarvan zij deel uitmaakt: de Tweede Kamer der Staten Generaal.

In dit licht moet ook het offensief dat minister Donner (Justitie, CDA) juist nu heeft ingezet tegen ,,smalende en kwetsende uitlatingen'' veroordeeld worden. De minister heeft de suggestie gewekt dat Hirsi Ali met haar geprononceerde uitlatingen tegen de schaduwzijden van de islam mogelijk over de schreef is gegaan. Dat verklaart ook de gevoelige reactie deze week van liberale zijde, met name van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie), op Donners woorden. Ook minister-president Balkenende heeft zich uitgesproken tegen ,,spraakmakende critici die in de media vaak het hoogste woord hebben''. Onder erkenning van het feit dat vrijheid van meningsuiting een ,,groot goed is'' zei de minister-president zaterdag tot het congres van zijn partij: ,,Laten we ons realiseren dat onze woorden ook wonden kunnen slaan''. Dat is op zichzelf een verstandige oproep, maar die mag er niet toe leiden dat de vrijheid van meningsuiting wordt aangepast aan degenen met het laagste tolerantieniveau. De minister-president had zich juist sterk moeten maken voor het recht van een gekozen volksvertegenwoordiger om zich vrij te uiten.

Het Kamerlid Hirsi Ali is nu al zestien dagen het zwijgen opgelegd. Elke dag dat deze uitzonderingstoestand voortduurt is een overwinning van de terreur. Het betekent dat vrijheid van meningsuiting is beknot en de democratie is beschadigd.