Amsterdamse advocaten spil in witwasschandaal Antillen

Binnenkort begint in Rotterdam de rechtszaak tegen twee advocaten die een belangrijke rol hebben gespeeld bij het witwassen van crimineel geld uit de Antillen.

Het is december 2000 als de Amsterdamse advocaat Abraham Z. tegen de lamp loopt in het belastingvrijstaatje Liechtenstein. De advocaat, die in gezelschap is van zijn moeder, probeert daar bij een bank een bedrag met vijf nullen in guldens te storten. Talloze keren is dat goed gegaan, zo blijkt uit politiedossiers. In bijna anderhalf jaar tijd stort de advocaat zelf of via zijn moeder bijna zeven miljoen gulden op meerdere Liechtensteinse bankrekeningen.

Dat geld is afkomstig uit Curaçao – van de eigenaren van het openluchtbordeel Campo Alegre bij Willemstad. De Antilliaanse bordeelhouders gebruiken de Amsterdamse advocaat Z. en een collega, de eveneens uit Amsterdam afkomstige jurist, Henk R., twee jaar lang voor grootschalige witwasoperaties van geld dat afkomstig is van de Antillen. Volgens justitie gaat het om inkomsten uit cocaïnehandel. De arrestatie van Z. maakt een einde aan de operatie. Door de internationale rechtshulpverzoeken duurt het onderzoek lang, maar begin volgend jaar moeten Henk R. en Abraham Z. in Rotterdam voorkomen op verdenking van witwassen en deelname aan een criminele organisatie.

De Amsterdamse advocaat Henk R. raakte al eerder in opspraak. In 1994 waarschuwde de toenmalige Amsterdamse politiekorpschef Eric Nordholt vlak voor de verkiezingen dat criminelen probeerden te infiltreren in de lokale en landelijke politiek. Daarmee doelde hij onder meer op R. Die had een plek verworven op de kieslijst van de hoofdstedelijke VVD. De Amsterdamse top van de VVD voerde hem van de lijst af, maar nam wel nadrukkelijk afstand van de beschuldigingen aan zijn adres. Henk R. zou hoogstens `in verkeerde kringen' hebben verkeerd, was indertijd de verdediging.

Ook de jurist Z. kwam al vaker niet-beroepshalve in aanraking met justitie. In 2002 werd hij tot twaalf maanden cel veroordeeld wegens oplichting. Het hoger beroep van die zaak loopt nog. De laatste jaren was Z. actief als adviseur, onder andere in de vastgoedbranche. Tot anderhalve maand geleden vervulde hij die rol voor de erfgenamen van Willem Endstra, de in mei dit jaar geliquideerde Amsterdamse vastgoedhandelaar. Voor Endstra zelf trad hij in 1995 op, toen de vastgoedhandelaar verdacht werd van betrokkenheid bij een xtc-bende. Uiteindelijk trof justitie een schikking. De advocaat van de erven Endstra wil geen commentaar geven op de vraag wat de functie van Z. was en waarom hij niet meer voor de erven Endstra werkt. ,,Z. was een goede kennis van Willem Endstra en kwam daar vaak over de vloer. Maar je hebt adviseurs en adviseurs. Z. is nooit in dienst van Endstra geweest en heeft nooit facturen ingediend.''

Abraham Z. en Henk R. vormden tussen 1998 en 2000 de spil van de Nederlandse tak van de strafzaak die op de Antillen bekend staat als de Campo Alegre-zaak. Bordeeleigenaar Giovanni van I. werd vorig jaar tot twaalf jaar cel veroordeeld voor onder andere handel in drugs en het witwassen van de opbrengsten. Dit voorjaar bleken ook hoge Antilliaanse politici, waaronder de vorige maand overleden minister van Justitie, Ben Komproe, verdachten in deze affaire. Ook de Antilliaanse ex-premier Mirna Godett en haar broer Anthony Godett zijn inmiddels verdachten, hen wordt het aannemen van steekpenningen en het deelnemen aan een criminele organisatie verweten.

De Nederlandse tak van de Campo Alegre-zaak onstaat in 1998. Giovanni van I. reist begin dat jaar naar Amsterdam en weet Henk R. er volgens de politie eenvoudig van te overtuigen dat hij zijn juridische hulp nodig heeft bij het ,,in veiligheid brengen van grote hoeveelheden contant geld''. Want, zo zegt de bordeelhouder, de prostitutiebusiness in Willemstad heeft plaatselijk zo'n slechte naam dat hij geen bank kan vinden waar hij een rekening kan openen. Dat ze bij Henk R. uitkomen is volgens de advocaat zelf toeval, gewoon uit het telefoonboek, zo verklaarde hij bij de politie.

In mei 1998 reist Henk R. naar Curaçao en besluit hij om met de bordeeleigenaar in zee te gaan. Ze bespreken de mogelijkheid om via Liechtenstein of Zwitserland te bankieren. R. oppert contact op te nemen met een andere Amsterdamse advocaat, Abraham Z. Die heeft de kennis en bovendien bankcontacten in beide landen. De advocaat Z. gaat akkoord en er wordt een constructie bedacht om het prostitutiegeld uit de Antillen via een buitenlandse omweg weer ter beschikking te stellen van de bordeeleigenaar.

De opzet is als volgt: om de stortingen mogelijk te maken koopt Giovanni Van I. via een Liechtensteins trustkantoor een lege bv op de Britse Maagdeneilanden, Wilshire Advisors. De opbrengsten uit de prostitutie en andere criminele activiteiten worden cash naar Nederland gebracht. Vervolgens neemt advocaat Z. dit geld mee naar Liechtenstein, waar het op verschillende rekeningen wordt gestort. De bedragen variëren van enkele tonnen tot soms een half miljoen gulden. Dat geld wordt daarna vanaf de banken in Liechtenstein overgeboekt naar de rekening van Wilshire Advisors. Uiteindelijk komt het geld dan terecht bij Curaned Vastgoed NV op de Antillen, een vastgoedbedrijf van Van I. En zo kan hij na diverse overboekingen via Liechtenstein op de Antillen over wit geld beschikken.

Tussen 1998 en 2000 komt in totaal circa zeven miljoen gulden (3,2 miljoen euro) cash bij Z. terecht. Voortdurend reizen koeriers met koffers vol geld van Curaçao naar Amsterdam, naar het advocatenkantoor van Henk R., waar Abraham Z. het geld ophaalt. Die constructie was met opzet zo gemaakt, zo blijkt uit de politiedossiers. Als er iets mis zou gaan, kon Z. zich als verdachte beroepen op zijn zwijgrecht onder verwijzing naar cliënt Giovanni van I. van advocaat R. Die kon zich op zijn beurt dan weer beroepen, als advocaat van Van I., op zijn verschoningsrecht.

Die constructie werkt echter alleen als iedereen zich aan zijn rol houdt. En dat doet R. niet. Als Z. in 2000 wordt opgepakt en de Liechtensteinse justitie er al snel achter komt dat het geld afkomstig is van het Antilliaanse bordeel Campo Alegre, kiest R. eieren voor zijn geld. Hoe meer hij zou vertellen, hoe minder verdacht hij zou zijn, zo staat in het strafdossier. Ondanks wanhopige brieven van zijn voormalige compagnon Z. vanuit de cel in Liechtenstein: ,,Wat ik heb gedaan is naar Liechtensteinse wetgeving geen misdrijf, zolang er geen duidelijke relatie is met een drugsdeal. Met een beetje hulp van jou, een verklaring dat jij mij geld hebt gegeven, dat het geld van cliënt is en dat jij zijn identiteit, helaas, niet mag prijsgeven, kom ik vrij (..)'' Het belangrijkste is volgens Z. dat niet bekend wordt dat het geld van de Antillen afkomstig is. ,,Als Nederlands geld van de Antillen komt, is het drugsgeld.''