`Als ik niet nu schrijf, wanneer dan?'

Joanna Olczak-Ronikier was deze week even in Amsterdam voor het Joods Boekenweekend. ,,De beladen geschiedenis van mijn land heb ik voor het eerst beschreven.''

Wanneer de Poolse schrijfster Joanna Olczak-Ronikier iets kostbaars ten geschenke krijgt, dan geeft ze dat de volgende dag meteen aan iemand anders. ,,Ik wil me aan niets binden, en zeker niet aan voorwerpen. Ik leef het liefst met een stel koffers, dat is voldoende. Bijna zoals een zigeuner, dat zou ideaal zijn.''

De schrijfster werd in 1934 geboren in Polen en ze was vier toen daar de oorlog begon. In haar pasverschenen, rijk geïllustreerde boek In de tuin van het geheugen beschrijft zij de pijnlijke Pools-joodse geschiedenis. ,,Hoewel Polen spijt heeft van het antisemitisme uit de jaren dertig en veertig, is het land nog altijd ervan doordrenkt.'' Olczak-Ronikier was bang bij verschijning van haar onthullende memoires. ,,Ik was ervan overtuigd dat mijn landgenoten zouden zeggen: `Ach, wat aardig zo'n boek over de folklore van de jiddische tijd en hun oude rituelen. Het zijn toch wel aardige en oppassende mensen.' Gelukkig is het meegevallen.''

Olczak-Ronikier is de kleindochter van de belangrijke uitgever Jakub Mortkowicz. Haar grootmoeder was vertaalster, haar moeder schrijfster. Ze heeft altijd geschreven, cabaretteksten, filmscenario's en romans. ,,Ooit moest het ervan komen dat ik de versplinterde historie van mijn familie zou beschrijven. Aan de tijd voor de allesvernietigende oorlog heb ik geen herinneringen en ik vond het, als kind, onverdraaglijk wanneer mijn moeder en grootmoeder herinneringen ophaalden. Zij spraken erover als een verloren paradijs, maar dat paradijs heb ik niet gekend. Mijn moeder was al vroeg gescheiden, zodat ik werd opgevoed door haar en grootmoeder. Nadat mijn moeder in 1968 was overleden, trof ik in haar woning honderden brieven, documenten, foto's en krantenknipsels aan. Eerst wilde ik alles weggooien, maar dat kon ik niet. Ik borg het op in wasmanden die me meer dan dertig jaar in de weg stonden. Maar het oningevulde verleden bleef aan me knagen en ik dacht: `Als ik niet nu schrijf, wanneer dan'?''

Regelmatig beschrijft Olczak-Ronikier hoeveel spullen van haar familie tijdens de oorlog vernietigd zijn. Haar moeder en grootmoeder verbleven in het getto van Warschau. De boekhandel van haar grootvader werd door de Duitse bezetters gesloten en daarna werd alles geplunderd. De beschutte, deels verwilderde tuin achter dat huis was voor de kleine Joanna Ronikier voor te korte tijd een plaats van verrukking, de plek waar familieleden bij zacht weer samenkwamen. Naast de tuin gebruikt ze de eetkamer als metafoor voor haar zoektocht naar het verleden: het is, schrijft ze, alsof ze een deur op een kier zet en zichzelf als klein meisje opnieuw ziet. Ze kijkt haar jeugdjaren in, alsof er geen tijd is verstreken.

,,De vraag die me beknelde was in hoeverre andere mensen baat hebben bij mijn herinneringen. Jeugdbelevenissen zijn vaak saai. Ik ging door omdat ik op een groot zwijgen stuitte. In de joodse geschiedenis van de twintigste eeuw zijn er twee verschrikkingen: het Duitse totalitaire bewind heeft ons uitgeroeid en het sovjetbewind heeft ons vermoord of ons censuur opgelegd. Daarom zijn de Poolse joden zo intens zwijgzaam, want op spreken stond een zware straf. Bovendien waren de gebeurtenissen te veelomvattend. Van veel joden is de geschiedenis weggevaagd. Ik heb niets van vroeger, behalve de papieren documenten. Ik kan niet aan een tafel gaan zitten waaraan mijn ouders voor de oorlog nog hebben gezeten. Dat geeft het besef afgesneden van vroeger te zijn. Met dit boek probeer ik die afstand weer te overbruggen. Ik had het zo graag aan mijn grootvader willen laten lezen, de uitgever. Die had het graag willen publiceren, dat is een van mijn zekerheden. Hij stond per slot aan de wieg van mijn schrijverschap.''

Joanna Olczak-Ronikier: In de tuin van het geheugen. Vert. Esselien 't Hart. Uitg. De Geus, 384 blz. Prijs: €22,50.