Waarden, democratie en het individu

De vijftiende verjaardag van de Fluwelen Revolutie van 17 november 1989, die een einde maakte aan 41 jaar communistische dictatuur in Tsjecho-Slowakije, is een gelegenheid om ons te bezinnen op de betekenis van moreel gedrag en vrijheid van handelen. Wij leven nu in een democratische samenleving, maar velen menen nog altijd dat zij niet echt hun lot in eigen hand hebben. Zij hebben er geen vertrouwen meer in dat zij werkelijk invloed kunnen uitoefenen op politieke ontwikkelingen, laat staan op de richting waarin onze beschaving zich ontwikkelt.

In het communistische tijdperk dachten de meesten dat individuele inspanningen om veranderingen te bewerkstelligen geen zin hadden. Volgens de communistische leiders was het systeem het resultaat van objectieve historische wetten waaraan niet te tornen viel. Wie deze logica niet onderschreef werd gestraft.

Helaas is de denktrant die aan de communistische dictaturen ten grondslag lag, niet volkomen verdwenen. Sommige politici en wijsneuzen beweren dat het communisme onder zijn eigen gewicht bezweken is – alweer, wegens `objectieve historische wetten'. Weer worden individuele verantwoordelijkheid en individueel handelen gebagatelliseerd. Het communisme, zo zegt men ons, was een van de doodlopende sporen van het westerse rationalisme; we hoefden alleen maar rustig af te wachten tot het stukliep.

Diezelfde mensen geloven vaak ook in andere blijken van onvermijdelijkheid, zoals zogenaamde marktwetten en andere `onzichtbare handen' die onze levens sturen. Aangezien dit soort denken weinig ruimte ziet voor individueel moreel handelen, worden maatschappijcritici dikwijls uitgemaakt voor naïeve moralisten of elitaire denkers.

Misschien is dat een van de oorzaken waardoor wij nu, vijftien jaar na de val van het communisme, opnieuw getuige zijn van politieke apathie. De democratie wordt meer en meer beschouwd als alleen maar een ritueel. Het lijkt erop dat in de westerse samenlevingen het democratische ethos en het actieve burgerschap een crisis doormaken.

Mogelijk beleven wij slechts een paradigmawisseling die het gevolg is van nieuwe technologieën, en hoeven wij ons geen zorgen te maken. Maar misschien ligt het probleem dieper: wereldwijd opererende bedrijven, mediakartels en machtige bureaucratieën maken politieke partijen tot organisaties die niet langer dienstbaarheid aan het publiek als voornaamste doel hebben, maar bescherming van bepaalde cliënten en belangen. De politiek wordt een slagveld voor lobbyisten, de media trivialiseren ernstige problemen, en democratie lijkt vaak meer een virtueel spel voor consumenten dan een serieuze zaak voor serieuze burgers.

Toen wij nog van een democratische toekomst droomden, koesterden wij, dissidenten, een aantal utopische illusies. Maar wij vergisten ons niet toen we beweerden dat het communisme niet zomaar een doodlopend spoor van het westerse rationalisme was. Bureaucratisering, anonieme manipulatie en een voorliefde voor massaal conformisme zijn onder het communistische bestel `vervolmaakt', maar voor een deel bedreigen dezelfde gevaren ons nu weer.

Als de democratie van waarden wordt ontdaan en wordt gereduceerd tot een competitie voor politieke partijen die voor alles een `gegarandeerde' oplossing hebben, kan zij zeer ondemocratisch zijn. Daarom leggen wij zoveel nadruk op de morele dimensie van de politiek en op een krachtige civil society als tegenwicht tegen politieke partijen en overheidsinstellingen.

Wij droomden vroeger ook van een rechtvaardiger internationale orde. Maar nu zijn wij getuige van een proces van economische globalisering dat aan de greep van de politiek is ontsnapt en daardoor in grote delen van de wereld een economische ravage en ecologische verwoestingen aanricht.

De val van het communisme was een gelegenheid om op basis van democratische principes wereldwijd effectievere politieke instanties in het leven te roepen die de neiging van onze industriële wereld tot zelfvernietiging zouden kunnen beteugelen. Willen wij niet door naamloze krachten onder de voet worden gelopen, dan dienen de beginselen van vrijheid, gelijkheid en solidariteit – de grondslag van stabiliteit en welvaart in de westerse democratieën – wereldwijd in praktijk te worden gebracht.

Maar bovenal mogen wij niet het vertrouwen verliezen in alternatieve centra van denken en burgerinitiatieven, en ons niet laten wijsmaken dat pogingen om de `gevestigde' orde en `objectieve' wetten te veranderen geen zin zouden hebben.

Tegelijkertijd moeten politici in democratische landen ernstig nadenken over de hervorming van internationale lichamen, omdat wij dringend verlegen zitten om instanties die werkelijk in staat zijn de wereld te besturen. Wij zouden kunnen beginnen met de Verenigde Naties, in hun huidige vorm een overblijfsel van de toestand van kort na de Tweede Wereldoorlog. Zij doen geen recht aan de invloed van een aantal nieuwe regionale mogendheden, en zij stellen op immorele wijze landen wier vertegenwoordigers democratisch worden gekozen gelijk aan landen wier vertegenwoordigers in het gunstigste geval alleen voor zichzelf of voor hun junta's spreken.

Wij Europeanen hebben één bepaalde taak. De industriële beschaving, die nu de hele wereld omvat, is ontstaan in Europa. Al haar wonderen, maar ook haar angstaanjagende tegenstrijdigheden, kunnen worden verklaard uit een ethos dat van oorsprong Europees is. Daarom zou de eenwording van Europa de rest van de wereld moeten tonen hoe wij de diverse gevaren en verschrikkingen die ons thans overweldigen, het hoofd moeten bieden.

Die taak – die nauw samenhangt met het welslagen van de Europese integratie – zou een authentieke verwezenlijking zijn van het Europese gevoel van verantwoordelijkheid voor de wereld. Ook zou het een veel betere strategie zijn dan botweg Amerika de schuld te geven van de problemen waar de huidige wereld mee kampt.

Václav Havel is oud-president van Tsjechië.

© Project Syndicate