Valéria Bruni-Tedeschi

De Franse actrice Valéria Bruni-Tedeschi speelt vaak de kwetsbare vrouw, ook nu weer in François Ozons onttakeling van de romantische liefde `5 x 2'.

Wie wil weten wie Valéria Bruni-Tedeschi is (soms wordt haar naam zonder accent aigu en koppelteken geschreven), die hoeft alleen maar haar regiedebuut Il est plus facile pour un chameau uit 2003 te bekijken. De op 16 november 1964 in Turijn geboren en deels in Parijs opgegroeide actrice verhaalt daarin, even neurotisch en apologetisch als zij in haar filmrollen kan zijn, van haar jeugd in de gegoede kringen. De titel `Het is makkelijker voor een kameel' verwijst natuurlijk naar de Bijbelse parabel uit Mattheus waarin Jezus zegt dat het makkelijker voor een kameel is om door het oog van een naald te kruipen dan voor een rijk man om in het paradijs te komen.

Voeg daarbij dat Bruni-Tedeschi het oudere, maar minder zelfverzekerde zusje is van topmodel Carla Bruni en er tekent zich een beeld af van een leven dat gekenmerkt wordt door ontworsteling en ontworteling. Dat zagen ook de regisseurs die haar veelvuldig castten als het symbool van de kwetsbare vrouw. Patrice Chereau als eerste in haar debuut Hotel de France uit 1987. Twee jaar later de Italiaanse meester van de fluistering Pupi Avati in Storia di ragazzi e di ragazze. En daarna Mimmo Calopresti met wie ze lange tijd privé en werk zou delen, vanaf La seconda volta (1996).

Blozen mag ze. Stuntelen. Stotterren. Alles uit haar handen laten vallen. Ja zeggen en nee bedoelen (en zelden andersom). De tranen op haar wangen lijken altijd net opgedroogd, haar bovenlip nog vochtig van een sliertje snottervocht. Zo iemand die ook met piekharen nog piekfijn gekapt is. De boodschappentassen zijn te groot, haar armen te zwak, zoals in Rien à faire van Marion Vernoux, waarin ze een ongelukkige huisvrouw speelt die zich even kan vastklampen aan de werkeloze man uit de supermarkt.

Toen François Ozon haar voor de archetypische rol in 5 x 2 castte, was zijn eerste vraag aan haar dan ook of ze er bezwaar tegen zou hebben om er mooi uit te zien. In een interview op Ozons website www.francois-ozon.com vertelt ze hoe ze dat een vreemde vraag vond, een beetje grof ook, maar ze begreep hem wel. Zo vaak had ze al vrouwen gespeeld die hun hoofd lieten hangen en het slachtoffer waren van hun neuroses en de mannen om hen heen, in films van Europese auteurs als Bertrand Blier, Claude Chabrol en Marco Bellocchio bijvoorbeeld.

Voor Ozon verfde ze heur haar blond en verloor ze nog meer gewicht van haar toch al fragiele botten. Het moet hem bevallen hebben, want ook in zijn volgende film Le temps qui reste zal ze te zien zijn. Tegenover Jeanne Moreau, als oerbeeld van de sterke vrouw ongeveer in alles Bruni-Tedeschi's filmische tegenpool.