Sterkste wint bij euro

Dertien jaar stond het in de steigers, het Brusselse Berlaymontgebouw waaruit de Europese Commissie in 1991 vertrok om er pas dit jaar weer naar terug te keren. Het is te hopen dat de renovatie van een ander wankel Europees bouwwerk, het Stabiliteitspact, wat minder tijd in beslag zal nemen. Gisteren lukte het de ministers van Financiën van de Europese Unie niet in hun zogeheten Ecofinvergadering overeenstemming te bereiken over veranderingen aan het pact.

Sinds de start van de Economische en Monetaire Unie in 1999 is het eigenlijk al hommeles met het pact, dat de lidstaten verplicht hun begrotingen op de middellange termijn vrijwel in balans te houden. Een begrotingstekort van meer dan drie procent van het bruto binnenlands product is verboden op straffe van sancties, waaronder uiteindelijk een boete. De zwakte van het pact is vanaf het begin geweest dat het de Ecofin zelf is die de sancties uitdeelt. De voorspelling dat bij de eerste de beste conjuncturele tegenwind er lidstaten zouden zijn die hun begroting uit de hand zouden zien lopen, is uitgekomen. Dat geldt ook voor de verwachting dat het er méér dan één zouden zijn, die vervolgens in een coalitie binnen de Ecofin zouden verhinderen dat er daadwerkelijk sancties zouden worden uitgedeeld.

Vorig jaar lapten Frankrijk en Duitsland, beide in budgettaire overschrijding, het pact gezamenlijk aan hun laars. Ze gebruikten hun overwicht in de Ecofinraad om verdere actie van de Europese Commissie te ontlopen. De Commissie kreeg achteraf wel gelijk van het Europese Hof dat men zich aan de procedures van het pact had moeten houden, maar het Hof stelde ook dat de ministers het laatste woord over sancties hebben – en niet de Commissie.

Aan aanpassingsvoorstellen is intussen geen gebrek. Zo is er het idee om milder te zijn voor lidstaten die een relatief lage staatsschuld hebben. Italië, met de op één na hoogste schuld van de EU, is het daar weinig verrassend niet mee eens. Dan is er het Franse plan om overheidsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling niet mee te tellen bij de calculatie van het tekort. Daar kan onder meer Nederland zich, volkomen terecht, niet in vinden.

De meest logische oplossing zou zijn om de definitie van `uitzonderlijke' economische omstandigheden, die dispensatie geeft voor sancties, te herzien. Deze omstandigheden zijn nu gedefinieerd als een scherpe economische recessie. Niemand had rekening gehouden met de mogelijkheid van een langgerekte periode van ondermaatse groei die Europa nu al drie jaar doormaakt.

Los van alle voorstellen moet niet worden vergeten waar het Stabiliteitspact voor staat: bij een gemeenschappelijke munt mogen lidstaten die hun begroting wel op orde hebben niet de dupe worden van lidstaten die hun financiën uit de hand laten lopen, via bijvoorbeeld een hogere gemeenschappelijke rente of een uitholling van de waarde van de euro. Dat is de essentie en die moet behouden blijven.

Een half jaar geleden was er nog de hoop dat het Stabiliteitspact onder Nederlands voorzitterschap gerepareerd kon worden. Gisteren schoof de Ecofin de zaak door naar begin 2005. Haast is geboden om versloffing te voorkomen. Verbouwingen in Brussel willen nog wel eens uit de hand lopen.