Samen op de bus wachten

Morgen begint het International Documentary Filmfestival Amsterdam. Gisteren ging het Shadowfestival al van start, het kleine broertje van het Idfa.

De folder van het vijfde Shadow documentairefestival is klein en zwart en lastig leesbaar, zoals het een off-festival betaamt. Het werd vijf jaar geleden opgericht door Stefan Majakovski, die `iets miste' bij het toen al massaal bezochte International Documentary Filmfestival Amsterdam (Idfa). Toch lijkt het Shadowfestival bij dit eerste lustrum veel onderscheid met dat van `grote zus' Ally Derks verloren te hebben. Beide festivals besteden aandacht aan experimentele documentaires, en aan de persoonlijke zoektochten van filmmakers of anderen die een camera ter hand hebben genomen - stripteasedanseres Sarah bij Majakovski, bijvoorbeeld, tegen Noorse blauwhelmen op het Idfa. Op het Shadowfestival een workshop van Peter Delpeut, op het Idfa een debat over cinema verité. Nick Broomfield te gast op het Idfa, de eersteling van zijn zoon Barney op het Shadowfestival.

Zelfs de film waarmee het Shadowfestival dinsdag opende, Technik des Glücks van Stefan Kolbe en Chris Wright, lijkt veel op Power Cut, één van de successen van het Idfa vorig jaar. In beide films blijkt een elektriciteitscentrale de perfecte metafoor voor de neergang van een gemeenschap. In het geval van Kolbe en Wright valt de centrale niet uit elkaar zoals in het hedendaagse Georgië uit Power Cut, maar werd hij in 1992 gesloopt in de voormalige DDR. Via een collage van oude bedrijfsfilmpjes en home-movies van generaties afgedankte werknemers raken we thuis in Zschornewitz; een stadje met een heroïsch verleden van stoomturbines, schoorstenen en noeste arbeid á la Leni Riefenstahl, maar met een toekomst van enkel verveling.

Ondanks al deze overeenkomsten oogt het Shadowfestival alleen al door het geringe aantal films (37 tegenover 270 op het Idfa) persoonlijker. Dat komt ook doordat Majakovski de journalistiek negeert. Op het Shadowfestival geen achtergronden bij brandhaarden, globalisering en mensenrechten, maar verre uithoeken (lees: kleine dorpjes in het voormalige oostblok), creatieve scheldpartijen en vastgelopen levens. In Goat Walker bezien we een Pools dorpje vanuit het perspectief van een geit. Richard shakes, een film van elf minuten, laat nauwkeurig een epilepsie-aanval van de broer van de regisseur zien.

Behalve in buitennissig of obscuur zoekt Majakovski het in stilte en contemplatie. In Landscape van Sergei Loznitsa wachten we met de bewoners van het dorp Okulovka in Siberische omstandigheden – en in real time – op de bus. Langzaam, in single shots, strijkt de camera langs de wachtende gezichten. Zacht horen we de gesprekken die door het dorp zoemen – dorpsgeroddel, geklaag over het leven dat duur is, en moeilijk.

Het duurt een half uur voordat de bus komt.

Shadowfestival. T/m 24 nov. Filmmuseum, Melkweg en De Uitkijk in Amsterdam. Inl. www.shadowfestival.nl