Powells paradox

De dissidente soldaat-diplomaat maakt plaats voor een loyale tovenaarsleerlinge. Colin Powell, de man die als minister vier jaar lang het buitenlands beleid van de Verenigde Staten gezicht gaf, vertrekt toch enigszins als een ridder van de droevige figuur. Zijn opvolgster wordt Condoleezza Rice, de Nationale Veiligheidsadviseur van president George W. Bush. Van haar zal de wereld geen afwijkend geluid horen. Het ligt in de verwachting dat met haar komst naar het ministerie van Buitenlandse Zaken de haviken daar de dienst gaan uitmaken. Met Powells erfenis van multilateralisme zal het snel zijn gedaan. Het is een harde boodschap aan Europa, dat nog hoopte op een overwinning van John Kerry, die de bondgenoten veel meer bij zijn overzeese beleid had willen betrekken. Geen Kerry, Powell exit en op zijn plaats een conservatieve `realist' die geen andere ambitie heeft dan haar baas te dienen.

De vertrokken Colin Powell was aanvankelijk een man van groot gezag. Hij werd in binnen- en buitenland gerespecteerd. De reacties op zijn vertrek, met name uit Europa en vanuit internationale instituties zoals de Verenigde Naties, getuigen van warmte, begrip voor zijn aftreden en ook spijt daarover. Maar het moet gezegd: zijn doeltreffendheid als minister van de gematigde toon was danig afgenomen. Hij bereikte dat president Bush in de diplomatieke fase van de oorlog in Irak bij nader inzien de route koos via de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Dat was een grote verdienste. Maar toen het erop aankwam, gingen de VS alleen verder, weliswaar gesteund door Groot-Brittannië maar zonder VN-mandaat; een gevaarlijk precedent scheppend van de unilaterale, preventieve oorlog, begonnen met deels ondeugdelijke argumenten.

Powell gaf de beslissende zet. Zijn toen nog overtuigende optreden voor de Veiligheidsraad op 5 februari 2003, wereldwijd op televisie uitgezonden, was de laatste stap op weg naar de invasie. Door zijn met bewijsmateriaal ondersteunde betoog probeerde hij aan te tonen dat Saddam Hussein over biologische en chemische wapens beschikte en aan een atoombom werkte. Massavernietigingswapens zijn in Irak nog steeds niet gevonden. Powells optreden was achteraf een gênante vertoning. Zijn geloofwaardigheid nam daarna geleidelijk af, en daarmee zijn effectiviteit. Naderhand werd in Irak zijn eigen doctrine van maximale troepenopbouw door zijn collega op Defensie, Donald Rumsfeld, hardhandig geschonden. Zijn falende multilaterale aanpak, zijn showoptreden voor het belangrijkste forum van de wereld – de Veiligheidsraad van de VN – en de doofheid van het Witte Huis voor zijn militaire ideeën ondermijnden Powells autoriteit. Hij had eerder moeten aftreden. Dat was zijn gezag en wellicht ook zijn persoonlijke eer ten goede gekomen. Het was in ieder geval een helder politiek signaal geweest.

Persoon en beleid werden getekend door de paradox: tegen beter weten een beleid uitvoeren dat eigenlijk het zijne niet was. Dat zal nu anders worden. Condoleezza Rice staat voor eenduidigheid. De Amerikaanse buitenlandse politiek zal voortaan slechts op één manier kunnen worden begrepen: op de wijze waarop de president het bedoelt. Die duidelijkheid heeft ook voordelen.