Pluk is zo echt als Sinterklaas

Van duiven worden niet vaak knuffels gemaakt. Zelfs van nog veel minder aaibare dieren als neushoorns en struisvogels liggen in de speelgoedwinkel meer knuffelversies dan van de duif. De duif die nu te zien is in Pluk van de Petteflet, een schepping van Fantasy Factory, zou daar verandering in moeten brengen. Dit vogeltje, dat eruitziet alsof een oma het gebreid heeft, moet de film uitvliegen.

Burny Bos heeft al drie speelfilms en twee tv-series naar het werk van Annie M.G. Schmidt geproduceerd. Nu komt daar Pluk bij, het eerste verfilmde boek van Schmidt waarvan de tekeningen van Fiep Westendorp net zo in het geheugen gegrift staan als de tekst. Het paard Langhors, Aagje in haar roze jurkje, dikke Dollie die `iets doet' op de papieren van de parkmeester, ze zijn zowel in taal als in beeld goede bekenden, zo vertrouwd en zo Hollands als Sinterklaas en boerenkool. De film ging gisteravond dan ook in première in gezelschap van koningin Beatrix.

Pluk, die werd geregisseerd door veteraan Ben Sombogaart en zijn vroegere assistent Pieter van Rijn, begint als een tekenfilm, maar blijft geen bewegende versie van Westendorps tekeningen. Gelukkig niet, zou je ook kunnen zeggen, want nu voegt de film iets toe aan het boek: de fantasie wordt er echter van, niet zo echt als boerenkool, maar wel als Sinterklaas. Pluk en de andere menselijke personages worden gespeeld door mensen die uit de voeten kunnen met karikaturen, de dieren door poppen die dat feit niet verhullen. Toch is er natuurlijk wel geprobeerd de tekeningen van Westendorp in dit andere medium over te zetten. De Stampertjes hebben net zulke onmogelijke bossen haar als op de tekeningen en voor het kraanwagentje van Pluk leverde Westendorp de blauwdruk. Dat geeft een prettig gevoel van herkenning, maar het is zeker niet zo dat wat het meest op Westendorp lijkt in deze film ook altijd het leukste is. Dollie de Duif en Zaza de kakkerlak zijn door Westendorp getekend helemaal niet zo knuffelig, maar in de filmversie wel. Ook die kakkerlak zou het goed doen als speelgoedbeest. Voor het decor is ook van de tekeningen afgeweken. De Petteflet is gekker en ouderwetser dan hij in het boek was. Misschien wreekt zich hier dat het boek in 1968 en '69 geschreven werd, toen er heel andere dingen modern waren dan nu. Van alle boeken van Schmidt is Pluk met zijn flat en z'n hippies misschien wel het meest gedateerd. De kwaliteit van het boek zorgt dat je daar nu overheen leest. In een film ligt dat moeilijker. De oplossing waarvoor hier werd gekozen is de weg van het sprookje en het bordkarton.

Een andere opvallende aanpassing is dat de flat en de Torteltuin vrijwel de enige locaties zijn waar het verhaal zich afspeelt. Dat maakt de film soms een beetje benauwd. Misschien is het een bewuste keuze, misschien had het met het budget te maken, dat veel lager is voor Pluk dan voor de eerdere Schmidtverfilmingen Abeltje en Minoes. Volgens de producenten heeft dat weer te maken met het feit dat Pluk een boek is voor jongere kinderen, en dus een kleinere markt bedient.

Het verhaal behoefde voor de overstap van boek naar film ook de nodige aanpassing. Misschien was Pluk eigenlijk geschikter geweest voor een serie dan voor een film. Schmidt schreef het als feuilleton, en die structuur is een speelfilm niet te handhaven. In het scenario, dat werd geschreven door Tamara Bos, is de redding van de Torteltuin verweven met de redding van de krullevaar. Naar het einde toe gaat het allemaal wel erg snel, waardoor het een afgeraffelde indruk maakt. De vier- vijf en zesjarigen die het boek niet kennen, kunnen het waarschijnlijk moeilijk volgen. Maar zijn er vier, vijf, en zesjarigen die het boek niet kennen? Als ze bestaan, laat ze het dan na afloop van de film meteen voorgelezen krijgen, het liefst met een Dollie of een Zaza op schoot.

Pluk van de Petteflet. Regie: Ben Sombogaart, Pieter van Rijn. Met: Janieck van de Polder, Suzanne Zuiderwijk, Hanneke Riemer, Arjan Ederveen, Erik van Muiswinkel. In: 121 bioscopen.

Vrijdag in het CS: gesprek met de producenten van `Pluk'