Persstemmen over Powell

Baltimore Sun

[...] Powell voerde een ongelijke strijd. Hij had te maken met de tegenwerking van Rumsfeld, die oude Europese bondgenoten beledigde. Hij had te maken met een Pentagon dat besloot de oorlog in Irak in te gaan met een strijdmacht waarvan Powell wist – omdat hij dat te horen kreeg van zijn beleidsmakers op Buitenlandse Zaken – dat die te klein zou zijn voor de bezetting daarna.

Hij had te maken met een ministerie van Defensie dat hem vrijwel op het laatste ogenblik nog de verantwoordelijkheid voor het bestuur over Irak ontfutselde. Misschien had geen enkele minister van Buitenlandse Zaken de aanval van de ware gelovigen in de regering kunnen weerstaan. Maar de feiten wijzen in elk geval uit dat Powell niet in staat was zijn stempel op de Amerikaanse politiek te drukken.

Dat is ontmoedigend. Hij is een van de weinige mensen in de top van de regering die de wereld door een heldere bril zien en dat is een van de redenen dat hij zo geliefd is op Buitenlandse Zaken zelf. Maar hij heeft geen potten kunnen breken. Het Amerikaanse beleid jegens Israël en de Palestijnen is failliet en Irak is een nachtmerrie die Amerika nog wel eens jarenlang zou kunnen achtervolgen. Dat is helaas de erfenis van Powell.

Los Angeles Times

[...] De ambtstermijn van Powell op het ministerie van Buitenlandse Zaken was minder heldhaftig dan dikwijls wordt voorgesteld. Hij had meer kunnen bereiken door zich na de zoveelste verloren slag eens terug te trekken, maar in plaats daarvan heeft hij geprobeerd om van twee walletjes te eten door loyaal aan te blijven maar wel de speculaties te voeden dat hij het vaak oneens is met de extremistischer denkbeelden van de president.

Toch verdient hij enig krediet, omdat hij een oorlog tussen India en Pakistan heeft helpen afwenden, alle grote Oost-Aziatische mogendheden bewust heeft gemaakt van de dreiging die uitgaat van het Noord-Koreaanse kernprogramma en de regering-Bush zover heeft gekregen dat in elk geval is geprobéérd VN-steun voor de oorlog in Irak te verwerven. Zijn naam als rechtschapen man is uiteindelijk bezoedeld, omdat hij de Veiligheidsraad een naar later bleek gefingeerd rapport over het Iraakse bezit van massavernietigingswapens voorlegde.

[...] Een van de wonderlijker kanten van Powells loopbaan is dat hij is teruggeschrokken voor een presidentskandidatuur, ondanks zijn plichtsbesef en zijn enorm charisma. George W. Bush zou waarschijnlijk geen president zijn als Powell zich in 2000 kandidaat had gesteld. Zijn onwil daartoe komt misschien wel voort uit dezelfde afkeer van risico's die ten grondslag ligt aan de befaamde Powell-doctrine, die luidt dat de VS nooit een strijd moeten aangaan zonder een beslissende overmacht en de zekerheid van een succes.

Powells afkeer van risico's heeft al eerder in zijn loopbaan zijn oordeel in belangrijke beleidsdiscussies vertroebeld. Als hoofd van de gezamenlijke chefs van staven was hij tegen de oorlog in de Perzische Golf en moest hij in zijn hok worden gejaagd door de toenmalige minister van Defensie Dick Cheney, die hem opdroeg zijn politieke opvattingen voor zichzelf te houden. Tijdens de regering-Clinton was het opnieuw raak met Powell, toen hij doof bleef voor de dringende oproepen tot ingrijpen op de Balkan om een eind te maken aan de etnische oorlogvoering. [...]