Opmaat naar burgemeestersstrijd

De Eerste Kamer gebruikte gisteren de politieke beschouwingen over het kabinetsbeleid om een voorschot te nemen op het debat over de gekozen burgemeester. PvdA en CDA zijn nog lang niet overtuigd.

Aan het eind van de Algemene Politieke Beschouwingen gisteren in de Eerste Kamer was bij premier Balkenende wat ongerustheid bespeurbaar. ,,Mag ik dan toch eens vragen wat precies uw standpunt is terzake?'' sprak de premier tot Han Noten, fractievoorzitter van de PvdA in de Eerste Kamer.

Deze legde uit: de PvdA-fractie is er nog niet uit wat zij vindt van het uit de Grondwet halen van de burgemeestersbenoeming – die de komende weken in tweede lezing in de Eerste Kamer aan de orde komt. Volgens Noten doet het kabinet aan `koppelverkoop': wie instemt met de `deconstitutionalisering' van de burgemeestersbenoeming geeft daarmee in de praktijk ook zijn zegen aan het kabinetsvoorstel om de burgemeester in de toekomst direct te laten verkiezen. En van de merites van dat laatste voorstel is de PvdA-fractie in de Eerste Kamer al helemaal niet overtuigd.

Zo eindigden de verder rustig verlopen Algemene Politieke Beschouwingen, waarin het parlement zich na Prinsjesdag buigt over de hoofdlijnen van het kabinetsbeleid, in de Eerste Kamer toch nog met een schrikbeeld: dat van een kabinet dat in de Eerste Kamer struikelt over staatkundige hervorming – net zoals dat in 1999 gebeurde, tijdens de Nacht van Wiegel. ,,Ik begrijp dat er hier nog veel gaat gebeuren'', zei Kamervoorzitter Timmerman-Buck dan ook bij het sluiten van de vergadering.

De PvdA-fractie was namelijk niet de enige die bezwaar aantekende tegen de vermeende `koppelverkoop'. Dat deed ook het CDA, bij monde van fractievoorzitter Jos Werner, die ook getuigde van zijn afkeer van de direct gekozen burgemeester. ,,Het lijkt me het beste dat ik dit alles maar even afwacht'', vatte Balkenende de situatie samen.

Regering en Eerste Kamer hadden in onderling overleg de politieke beschouwingen in de Eerste Kamer drie weken uitgesteld, opdat de premier er zelf bij kon zijn. Het debat in de Tweede Kamer had hij door infectie aan zijn voet aan vice-premier Zalm moeten overlaten. Zonder uitzondering memoreerden de sprekers dat door dat uitstel het debat een veel somberder karakter had aangenomen: allen begonnen met een verwijzing naar de moord op Van Gogh en de daarop volgende gebeurtenissen.

Balkenende vatte het beleid in de huidige situatie samen als ,,een harde aanpak van kwaadwilligen'', én ,,het samenbinden van de goedwillende meerderheid''. De premier liet merken ongelukkig te zijn met de wijze waarop in het weekeinde zijn CDA-partijgenoot minister Donner (Justitie) de strafbepalingen over `godslastering' ter spreke had gebracht, en vertelde hoe dit in het uur voor het debat ,,onder mijn leiding'' intern in het kabinet was rechtgezet.

Curieus was de verbaal-politieke romance tussen de CDA-premier en SP-fractieleider Tiny Kox. Die uitte zich vorig jaar al tijdens de beschouwingen in een gedachtewisseling tussen beiden over ,,de zin van het leven''. Dit jaar bezwoer Kox de premier dat zij het – wat betreft gedachtegoed – in veel eens is met hem. Alleen de uitwerking in beleid pakte erg asociaal uit, meende Kox. Uit dank voor deze uitingen van ideeënverwantschap schonk de premier, staande de vergadering, aan de SP-voorman een engelstalig bundeltje toespraken van zijn hand over Europa.