Op de bres voor Turkije in de EU

Linkse politici staan op de bres voor mensenrechten. Maar ze zijn ook de meest enthousiaste pleitbezorgers van onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de Europese Unie. Hoe zit dat?

Special guest bij het American Enterprise Institute, de neo-conservatieve denktank in Washington? Het is geen alledaagse omgeving voor een linkse politicus. Maar als het over Turkije en de Europese Unie gaat, is het opeens heel voorstelbaar. Want rechts-Amerika en links-Europa zijn uitgesproken voorstander van Turkse aansluiting bij de `Europese familie'.

Zo gezien was de Nederlandse GroenLinks europarlementariër Joost Lagendijk vorige week heel erg op zijn plaats in het Wohlstetter Conference Center op de twaalfde verdieping van het Enterprise Institute. Sterker nog, het was ook helemaal niet verbazingwekkend dat de Heinrich Böll Foundation, het Duitse wetenschappelijk instituut van de Groenen, optrad als cosponsor van de lunchbijeenkomst.

Vanwaar toch die affiniteit van links met Turkije? Een land waar het moeizaam is gesteld met de mensenrechten, vrouwen worden achtergesteld, de democratie verre van optimaal is en het leger een prominente rol speelt in het landsbestuur. Kortom, al die zaken waar links vroeger zo tegen te hoop liep.

En nu? De grootste pleitbezorgers van de Turkse toetreding zijn te vinden bij de politici van links. Natuurlijk, ook zij vinden dat er in Turkije nog veel valt te verbeteren – de zogeheten Kopenhagen-criteria waarin de minimumnormen staan geformuleerd zijn ook voor links een gegeven – maar tegelijkertijd zijn het steevast politici uit deze hoek die een soepele benadering bepleiten.

Zoals Joost Lagendijk vorige week tijdens de discussiebijeenkomst in Washington. Turkije had al enorm veel vorderingen gemaakt, zei hij. Goed, het land voldeed nog niet voor de volle honderd procent aan alle criteria, maar ook bij tachtig procent moest de Europese Unie zijn belofte nakomen en de onderhandelingen met Turkije over het lidmaatschap van de Unie beginnen, aldus Lagendijk. Zoals het ook Lagendijk was die in september namens de Europese Groenen in een verklaring stelde dat de Europese Unie niet te opgewonden moest doen over het – later weer ingetrokken – Turkse plan om overspel strafbaar te stellen. Er waren wel belangrijker onderwerpen.

In het Europees Parlement in Straatsburg erkent Lagendijk dat de vraag over wat er is gebeurd met links hem de laatste tijd herhaaldelijk is gesteld. De observatie dat links vergeleken met vroeger een andere houding aanneemt tegenover Turkije klopt, zegt hij. ,,Eind jaren tachtig, na de militaire staatsgreep, heb ik zelf nog actie gevoerd tegen het toerisme naar Turkije.''

Maar volgens Lagendijk zijn het nu zijn Turkse medestanders van destijds, de vakbondsactivisten, de strijders voor de mensenrechten die een snelle opening van de onderhandelingen bepleiten. ,,Zij zeggen mij dat wat er nu in Turkije aan veranderingen wordt doorgevoerd drie jaar geleden onvoorstelbaar was.''

Anders gezegd: de beste garantie voor hervorming van Turkije is het beginnen van de gesprekken. Maar, zo geeft Lagendijk toe, het heeft ook te maken met veranderende inzichten bij links over hoe doelen moeten worden bereikt. ,,Het heilig geloof in boycot, sancties en isoleren is bij links weg.''

Verder spelen de aanslagen van 11 september op het World Trade Centre een grote rol. Bij veel politici van links bestaat de overtuiging dat het opnemen van het overwegend islamitische Turkije in de EU van het grootste belang is om de door sommigen voorspelde clash of civilisations te voorkomen. ,,De Unie moet laten zien dat het mogelijk is een moslimmaatschappij de waarden van vrede, vrijheid en mensenrechten te doen navolgen. Dan krijgen diegenen ongelijk die menen dat democratie en islam elkaar uitsluiten'', aldus fractieleider Martin Schulz van de sociaal-democraten in het Europees Parlement vorige maand in een reactie op het advies van de Europese Commissie om de onderhandelingen met Turkije te beginnen.

René Cuperus, medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, vindt de brugfunctie tussen Turkije en de Arabische wereld een gezocht argument. ,,Dat is een uiterst negatieve motivatie voor Turkse toetreding – het gevaar van de fundamentalistische islam'', schreef hij eind september op de opiniepagina van deze krant. Sinsdien is hij een veel gevraagd spreker op PvdA-bijeenkomsten.

Cuperus ziet met verbazing aan hoe zijn partij met het onderwerp Turkije omgaat. ,,Het is voor mij één groot raadsel'', zegt Cuperus. ,,Wij waren toch de partij van mensenrechten en de rechten van de vrouw? Op die terreinen valt nog heel wat te verbeteren in Turkije.'' Dat de toetreding tot de EU juist nodig is om de hervormingen te bevorderen, overtuigt hem allerminst. ,,Ik vind dat een nogal paternalistisch argument'', zegt hij. ,,Het komt er op neer dat naarmate men meer tegen Turkije te keer gaat, de noodzaak voor het land om tot de Unie toe te treden groter wordt.