`Iedereen is bang voor een aanslag op Musharraf'

Altaf Hussain, leider in ballingschap van Pakistans derde politieke partij, MQM, vreest voor een machtsgreep van religieuze groeperingen in zijn land mocht een volgende aanslag op president Musharraf wel slagen.

De lounge op de 16e verdieping staat vol met mannen in donkere maatpakken. Pakistani in het Sheraton Hotel in New Delhi. Zij kijken ernstig en praten zachtjes. Slechts één man vertoont zich in traditionele snit. Hij draagt crèmekleurige kurta, een lang hemd, gecombineerd met bruin vest. Zijn voeten zijn gestoken in Saladin- achtige muiltjes, rijkelijk versierd met glitters. Het enige Westerse aan hem is zijn pilotenzonnebril.

Dit is Altaf Hussain, de onbetwiste leider en oprichter in ballingschap van MQM, de Muttahida Qami Movement (MQM), de derde politieke partij van Pakistan. Deze maand is hij in de Indiase hoofdstad voor een congres over leiderschap, om er de handen te schudden met onder meer John Major, Henry Kissinger en Sonia Gandhi. Maar de politicus in ballingschap is er vooral ,,om de wereld te waarschuwen'' voor de gevaren in Pakistan mocht president Musharraf een toekomstige aanslag niet overleven.

Al twaalf jaar heeft hij zich niet meer vertoond in zijn land. Zijn tijdelijke thuis is nu Edgware, in het Britse Middlesex. In eigen huis is Altaf Hussain onomstreden. Buiten zijn partij is het een ander verhaal. ,,In Pakistan ben ik niet veilig. Er zijn al moordaanslagen op mij gepleegd.'' Hij schuift zijn bril een stukje omhoog op zijn neus en vervolgt: ,, Ik ben net als president Musharraf tegen terrorisme. Ze hebben ook al twee keer geprobeerd hem te vermoorden.''

De vraag is of dat de echte reden is voor zijn ballingschap. Er lopen, zoals hij zelf bevestigt, zo'n 500 strafzaken tegen hem in Pakistan. Wegens moordpartijen en aanslagen als gevolg van botsingen tussen leden van zijn partij en politieke tegenstanders.

Tja, daar wil hij het nu even niet over hebben. De MQM-baas moet eerst wat anders kwijt. Want het is voor het eerst dat hij voet zet in het geboorteland zijn ouders. En Hussain voelt zich ,,verschrikkelijk thuis'' in India. Vervolgens komt hij terug op een eventuele nieuwe moordaanslag op Musharraf. Zijn armen gaan de lucht in. ,,God verhoede het. Maar iedereen is er bang voor. Wij vrezen dat de religieuze militanten dan hun banden aanhalen met islamitische krachten binnen het leger en de Pakistaanse geheimendienst, de ISI. Ze zullen de jacht openen op partijen die zich eveneens tegen het moslimradicalisme hebben gekeerd. De internationale gemeenschap moet hier op anticiperen, want als het eenmaal zover is, dan is het te laat en zijn wij vogelvrij.'' Hoe hij deze internationale anticipatie voor zich ziet, laat hij in het midden.

Van oudsher hebben religieuze groeperingen en militanten in Pakistan nauwe banden met de oppermachtige ISI. Ruim 20 jaar is de ISI officieus actief geweest als opleidingsinstituut voor islamitische radicalen die het gemunt hadden en hebben op doelwitten in Indiaas Kashmir, en die tegen de Russen vochten nadat zij in 1979 Afghanistan waren binnengevallen. Nu Pakistan officieel de zijde van de Verenigde Staten heeft gekozen in de strijd tegen terrorisme, zou ook een einde moeten zijn gekomen aan de rol van de ISI als beschermheer van terroristen.

Politieke analisten in India betwijfelen dat. En ook Hussain is sceptisch. ,,Oud-premier Benazir Bhutto heeft wel eens gezegd dat de ISI boven alles staat in Pakistan, dus ook boven het leger. De vraag is vooral: waar zijn al die terroristen gebleven die al die jaren zijn opgeleid door de ISI? Ze kunnen overal zitten. Vind ze maar.'' Zijn bril gaat nu af. Met gesloten ogen zegt hij: ,,Ze zijn een monster van Frankenstein geworden.''

Het zijn opmerkelijke woorden van de leider van een partij die in de jaren negentig terrorisme gericht tegen politieke tegenstanders zelf tot een van zijn voornaamste wapens had gemaakt. Toen stond MQM nog voor de Mohajir Quami Movement. De Mohajirs zijn van oorsprong Indiase moslims die na de opdeling van India in 1947 naar Pakistan vluchtten. Een goed opgeleide, urbane bevolkingsgroep die aanvankelijk de betere overheidsbaantjes opeiste, in het bijzonder in Karachi, de hoofdstad van de provincie Sindh en tot 1959 ook de hoofdstad van Pakistan. Dat tot grote ergernis van andere, etnische minderheden, onder wie de Sindhi's en de Pathanen.

De rivaliteit tussen in het bijzonder de Sindhi's (de achterban van Benazir Bhutto's Pakistaanse Volkspartij, de PPP) en de Mohajirs leidde in de jaren negentig tot aanhoudende gewelddadigheden. Confrontaties in de straten van Karachi veroorzaakten een geweldsgolf, die in 1995 een recordaantal van meer dan 1.500 mensen het leven kostte.

Natuurlijk heeft Hussain naar eigen zeggen nooit een vinger uitgestoken naar zijn politieke opponenten. Ook niet toen zijn broer en neef waren vermoord, bezweert hij. Maar zegt hij: ,,Wanneer twee broers in één huis worden vermoord, wat doet de derde broer dan? Ik zal niet ontkennen dat in het verleden jongere, fellere leden wraak hebben genomen, maar dat was niet ons beleid. Ze namen het heft in eigen hand.'' En dan zegt hij: ,,Ik riep juist mijn mensen op tot verzoening, maar dat is geen garantie voor vrede. Gandhi, de grootste man die ooit geleefd heeft, die preekte ook geweldloosheid. Maar er zijn destijds genoeg hindoes geweest die moslims hebben vermoord.''

In 1997 veranderde de partij haar naam in Muttahida Quami Movement, in een poging om een groter stempubliek aan te spreken en de partij om te vormen tot een brede, seculiere volkspartij. Helemaal los van het verleden is MQM daarmee nog lang niet. Vorige week kwamen drie Pakistani, sunnitische moslims, om bij een aanslag in Karachi. De daders? Volgens Pakistaanse media leden van MQM. Hussain: ,,Kijk op onze website. Er worden voortdurend mensen van onze partij vermoord.''

Staat zijn partij eigenlijk wel voor democratie? Want hoewel Hussain ,,grote bewondering'' heeft voor het ,,succes'' van India's democratie, steunt zijn partij Musharraf, de legerleider die in oktober 1999 de macht greep. Ook toen de president vorige maand, tegen eerdere beloftes aan het parlement in, besloot zijn functie te blijven combineren met die van opperbevelhebber van het leger. Pakistan blijft zo een militaire dictatuur, vermomd in een flinterdun democratisch jasje. ,,Je hebt de keuze tussen de generaal en een stelletje fanatici. De radicalen kunnen Pakistan veranderen in een nieuw Tora Bora [het gebergte in Afghanistan waar Bin Laden lange tijd kwartier hield, red.]. Zeg het maar.''