Godslastering als boemerang voor Donner

Minister Donner stelde voor godslastering strenger aan te pakken. Maar hij bereikt het tegendeel. De Kamer wil nu af van het apart strafbaar stellen van godslastering.

Verbijstering heerste gisteren bij de christelijke partijen in de Tweede Kamer. ,,Een bizarre bijkomstigheid'', zei fractievoorzitter Verhagen van het CDA.

ChristenUnie-voorman Rouvoet: ,,Toen Pim Fortuyn tweeënhalf jaar geleden geleden opmerkte dat de vrijheid van meningsuiting boven alles ging en dat daarvoor zelfs het verbod op discriminatie zou moeten wijken, was Nederland te klein. Nu horen wij dat in ieder geval het verbod op smadelijke godslastering moet wijken ten gunste van de vrijheid van meningsuiting. Dat lijkt mij niet in verhouding.''

SGP'er Van der Vlies: ,,Als wij nu zelf die bepaling schrappen, levert dat dan niet het signaal op dat het allemaal wel wat gemakkelijker kan?''

Minister Donner (Justitie, CDA) had afgelopen weekend op het CDA-congres desgevraagd gezegd dat hij wil onderzoeken of artikel 147, waarin de bestraffing van smalende godslastering wordt geregeld, strenger toegepast kan worden. Daar konden de christelijke partijen zich in vinden.

Maar toen gebeurde het. Minister Verdonk (Vreemdelingenbeleid, VVD) reageerde zondag op tv terughoudend op die suggestie van Donner. En minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) mengde zich maandag in het debat door te stellen dat het kabinetsbeleid is dat er geen extra maatregelen nodig zijn om de vrijheid van godsdienst te garanderen.

En gisteren, tijdens het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer, werd binnen drie kwartier een Kamermeerderheid gevonden die zich ferm uitsprak voor afschaffing van het artikel dat godslastering strafbaar stelt.

Onder aanvoering van Kamerlid Lousewies van der Laan (D66) openden de non-confessionelen het vuur. ,,Waarom moet het beledigen van iemand met een andere huidskleur, een vrouw of een gehandicapte anders bestraft worden dan het beledigen van een christen of een moslim? Willen wij een samenleving waarin gelovigen meer rechten hebben dan atheïsten of agnosten? D66 wil dat niet. Wij vinden het dan ook tijd om het artikel over godslastering te schrappen'', zei Van der Laan.

Vervolgens sloten GroenLinks, de VVD, de LPF, de SP en de PvdA zich daar bij aan. Halsema (GroenLinks): ,,Mijn fractie wil geen bijzondere positie voor gelovigen als het gaat om beledigen of godslastering.'' VVD-fractievoorzitter Van Aartsen: ,,Waarom geeft de minister geen voorrang aan de echte prioriteiten? Wij zijn helder.'' LPF'er Eerdmans: ,,Is mevrouw Van der Laan bereid om samen met een grote meerderheid van deze Kamer afscheid te nemen van dit artikel en een grondwetswijziging daartoe te steunen?'' SP-leider Marijnissen: ,,Mijn fractie zal elk initiatief om het wetsartikel te schrappen, steunen.'' PvdA-leider Bos: ,,Als er straks sprake zou zijn van een concreet voorstel om een artikel dat nu in de wet staat, dat [..] dat helemaal geen toegevoegde waarde blijkt te hebben ten opzichte van deze normen, uit de wet te halen, zullen wij dat steunen.''

Met de Kamermeerderheid voor het schrappen van artikel 147 kwam de opmerking van Donner als een boemerang terug. Donner probeerde de Kamer duidelijk te maken dat het hem niet ging over een inperking van de vrijheid van meningsuiting, dat er ,,nog geen begin van een aanscherping'' is. Hij wilde slechts ,,een onderzoek doen naar de vraag of het instrumentarium moet worden aangescherpt''. Daarmee herhaalde hij wat hij een week eerder, in een brief naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh, met zijn collega Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) had aangekondigd. Het mocht niet baten. De Kamer hield ogenschijnlijk voet bij stuk: 147 zou geschrapt worden, hoewel Donner gezegd had dat dat niet via een motie geregeld kan worden.

Vanmorgen, bij de begrotingsbehandeling van Justitie, diende Van der Laan inderdaad een motie in. Daarin bepleitte zij echter niet letterlijk het afschaffen van artikel 147, maar verzoekt zij de regering ,,artikel 147 te heroverwegen, rekening houdend met de verhoudingen in de Kamer''.

Van der Laan lijkt zich bij de formulering van de motie te hebben laten leiden door een brief van Donner en Verdonk, die vanmorgen vroeg naar de Kamer werd gestuurd. Daarin vragen de bewindslieden de Kamer om de aangekondigde motie vandaag niet in te dienen en te wachten op het onderzoek. ,,Een discussie op dit moment over het intrekken van de betrokken bepalingen [zou] een verkeerd signaal zijn'', schrijven Donner en Verdonk.

Die motie laat het kabinet de ruimte door te gaan met het onderzoek naar de mogelijke verruiming, zoals aangekondigd in de brief van vorige week. Als op basis daarvan mocht blijken dat er geen praktische bezwaren kleven aan het schrappen van artikel 147, kan het artikel in principe afgeschaft worden.

Het enige probleem dat dan nog resteert, is de principiële tegenstelling tussen liberalen en christen-democraten. Net als de Kamer is namelijk ook het kabinet verdeeld. Dat kwam al eerder aan het licht bij discussies over de vrijheid van godsdienst en het aanpakken van radicale moskeeën.