Duizend liter water voor de prijs van één pilsje

De publieke drinkwaterbedrijven werken zó goed, dat centraal toezicht niet nodig is. Laat provincies en gemeenten dat maar blijven doen, zeggen ze. ,,Iets wat niet kapot is, hoef je niet te repareren.''

Het drinkwaterbedrijf Hydron Midden-Nederland gaat de telefoon sneller opnemen. Uit een vergelijkend onderzoek onder drinkwaterbedrijven blijkt dat slechts 18 procent van de telefoontjes binnen 20 seconden wordt beantwoord, veel minder dan andere drinkwaterbedrijven.

Op het hoofdkantoor in Utrecht hangen inmiddels bordjes `neem snel en correct op' en directeur Chris Bruggink heeft ook de norm bij het callcenter iets opgeschroefd ,,zodat we nu keurig 53 procent van de telefoontjes binnen 20 seconden beantwoorden'', vertelt hij in Waterspiegel, het opinieblad van de Vereniging van waterbedrijven in Nederland, de Vewin.

De Utrechtse maatregel bewijst de heilzame werking die uitgaat van een vrijwillige prestatievergelijking tussen de drinkwaterbedrijven in Nederland, de zogenoemde benchmark die vandaag in Den Haag is gepresenteerd. ,,Bedrijven kijken naar elkaar, worden door elkaar op ideeën gebracht, nemen innovaties van elkaar over'', zegt directeur Theo Schmitz van de Vewin die het onderzoek heeft laten uitvoeren. Beleidsmedewerker Robert van Lawick van Pabst: ,,Vergelijkingen leiden tot reacties. Als blijkt dat in een regio de kwaliteit van het water slechter is dan elders, dan duikt er natuurlijk meteen een regionale krant op.''

De resultaten uit de benchmark, waaraan tien van de vijftien drinkwaterbedrijven hebben meegedaan, met 81 procent van de aansluitingen, zijn over het algemeen goed. De waterkwaliteit is gestegen ten opzichte van eerdere vergelijkingen uit 1997 en 2000 en de prijs van drinkwater is bovendien minder gestegen dan de gemiddelde inflatie, zodat van een ,,reële prijsdaling'' kan worden gesproken. Schmitz: ,,Ik verbaas me wel eens over de prijs van producten waar veel water in zit. Weet u dat duizend liter water evenveel kost als een pilsje in een voetbalkantine? Voor de prijs van een glas betere wijn kun je alle lijnen op het gras van de Arena in Amsterdam volzetten met glazen water.'' Er is in zes jaar een efficiëntiewinst geboekt van 12 procent. Het gebruik van duurzame energie bij de productie van drinkwater is gestegen van 5 naar 25 procent. Wel zegt 11 procent van de klanten in het eerste halfjaar van 2004 tijdelijk geen water te hebben kunnen tappen. ,,Naar eigen beleving'', stelt de Vewin erbij. Beleidsmedewerker Van Lawick van Pabst: ,,Een goede indicator voor leveringszekerheid is in de maak.''

De drinkwaterbedrijven maken een technologische revolutie door. ,,Het is allemaal hightech'', vertelt Schmitz trots. ,,De detectie van vervuilende stoffen is tot grote hoogte gestegen.'' Zo werkt het Noord-Hollandse drinkwaterbedrijf PWN met UV-stralen die in Andijk hardnekkige bacteriën ,,uit het water knallen'' en daarmee de houdbaarheid van drinkwater verder vergroten. Er is vooruitgang geboekt om water verder te ontharden en daarmee kalkaanslag te voorkomen. Technologie maakt ook het toevoegen van chloor in drinkwater zoals in Rotterdam overbodig. ,,De smaak van water wordt daardoor beter'', zegt Schmitz. In het algemeen is water in West-Europa en de Verenigde Staten een ,,enorme bron van welvaart''.

Er is jaren gedebatteerd over de privatisering van drinkwaterbedrijven. Die privatisering komt er voorlopig niet, zo heeft de politiek enkele jaren geleden besloten. Vewin-directeur Schmitz kan daarmee uit de voeten. ,,Drinkwater is als eerste levensbehoefte van wezenlijk belang voor de volksgezondheid. Dat publieke belang moet gewaarborgd worden.'' Privatisering is ook niet nodig, vindt Schmitz. ,,Iets wat niet kapot is, hoef je niet te repareren.'' De publieke drinkwaterbedrijven functioneren deels al privaat. Er zit veel `vreemd vermogen' in de bedrijven. Bovendien besteden de waterbedrijven bijna de helft van alle operationele activiteiten uit. ,,We zijn publiek én privaat.'' In Europa zijn alleen in Engeland de drinkwaterbedrijven geprivatiseerd. De doelmatigheid is daardoor niet flink gestegen, zo blijkt uit onderzoek.

Er is nog wel discussie over het toezicht. Drinkwaterbedrijven zijn eigendom van provincies en gemeenten, die er als aandeelhouder toezicht op houden via de raad van commissarissen. Provincies en gemeenten moeten dat vooral blijven doen, vindt dit kabinet, dat ook hier wil decentraliseren. Voorkomen moet worden dat aandeelhouders alleen geïnteresseerd zijn in de winst per aandeel. Een verplichte benchmark kan daarbij helpen. ,,Met de benchmark hebben de provincies en gemeenten een krachtig instrument in handen om het decentrale toezicht op de waterbedrijven verder vorm te geven'', stelt de Vewin. Directeur Schmitz: ,,De benchmark stimuleert de discussie in de raden en staten. Ook wij zullen het debat stimuleren.''

Moet er een centrale toezichthouder op de waterbedrijven komen, zoals in de telecom of energie? ,,Nee'', zegt Schmitz. ,,Laten we geen toezicht op elkaar stapelen.'' Als er al extra toezicht van buitenaf moet komen, zegt de Vewin, laat dan consumenten meespreken. Of bedenk een systeem van visitatie, zoals bij de universiteiten. Regionaal toezicht past ook goed bij waterbedrijven, die immers afhankelijk zijn van regionale kenmerken. Schmitz: ,,Er zijn verschillen tussen het oppompen van grondwater of het gebruik van oppervlaktewater. Het maakt ook verschil of een waterleiding in een veenbodem of een zandbodem loopt. Wegens dat soort regionale verschillen kun je het toezicht beter overlaten aan provincies en gemeenten.''