Twee zielen in één kabinet

Viel er toch nog iets te lachen in deze grimmige tijden. De hartekreet van minister Donner om het archaïsche artikel dat godslastering strafbaar stelt, vaker te gebruiken, is meteen weggeblazen in een orkaan van hoon en morele verontwaardiging. De grachten barstten bijna uit hun gordel van de woede over zo'n idioot voorstel: het gaat nu juist om de vrijheid van meningsuiting, en dan wil de minister van Justitie die inperken.

Het wás ook een raar voorstel. Maar dat neemt niet weg dat Donners nadruk op verantwoordelijkheid als onlosmakelijke metgezel van vrijheid terecht is. De hoge toon waarop polemisten en shock jocks het recht opeisen hun carte blanche uit de jaren zestig te blijven verzilveren, is misplaatst. Nee, we moeten niet onze mond gaan houden uit angst om te krenken, zo is het niet. Maar we moeten wél de verantwoordelijkheid nemen voor een serieus maatschappelijk debat dat Nederlandse moslims de maat neemt als medeburgers, en ze niet alleen maar met de achterkant van de verbale knoet beschaving wil bijbrengen.

Ernstig is ook, dat de moeite waarmee premier Balkenende zijn leidersrol de laatste dagen eindelijk invult voor niets zal zijn als zijn ministers hem aan alle kanten blijven passeren. Terwijl hij op pad is, smeult binnen zijn kabinet een conflict over de koers van de samenleving en de rol van de overheid daarin. Donners pleidooi werd niet voor niets zondag direct vakkundig afgeserveerd door minister Verdonk met de opmerking dat we niet mogen buigen voor het ,,lagere incasseringsvermogen'' van moslims.

Over dat incasseringsvermogen later een opmerking, nu gaat het om de hommeles binnen het kabinet. Balkenende is net goed bezig (zij het laat) met bezoeken aan moskeeën en de plek des onheils in Amsterdam, of binnen de ministersploeg breekt een binnenbrandje uit. Daarmee krimpt de premier meteen weer bijna tot partijleider. In Eindhoven leek hij zich achter de oproep van Donner te scharen om godslastering meer aan te pakken, inmiddels verwijst hij naar het kabinetsstandpunt. Waar is de regie? De premier, die nu meer dan ooit aan statuur moet winnen, krijgt geen ruimte van zijn vakministers om zich boven de partijen op te stellen, maar hij néémt die ruimte ook niet.

Ten tweede. In deze competentiestrijd toont zich een sluimerende Kulturkampf tussen de coalitiepartners: de ouderwetse, bevoogdende christendemocratie van Donner, en het spijkerharde emancipatie-liberalisme van Verdonk. Dat zijn niet gewoon twee zakelijke politieke opvattingen, maar verschillende visies op de Nederlandse samenleving. Balkenende en Donner hameren op zelfbeheersing en gemeenschapzin met communautaristische trekjes; Verdonk op de vrijheid van het zelfredzame individu dat tegen een stootje moet kunnen. Bij de eersten staat de `respectvolle' omgang met andersdenkenden centraal, bij haar is eerder het individu de maat aller dingen. Het sterke individu, dan.

Bij die nadruk op het sterke individu past een andere discussie, die rondom het Kamerlid Geert Wilders wordt gevoerd, over het inperken of opschorten van burgerrechten voor groepen die ons niveau van beschaving (nog) niet hebben bereikt. `Burgerrechten moet je eerst verdienen voordat je ze zult genieten', staat vet gedrukt in de contourrennota `Tegen de grote uitverkoop' die Bart Jan Spruyt heeft geschreven en met Wilders besproken. De toegang tot die rechten staat `alleen open voor die groepen die het gemeenschappelijke fundament van constitutionele waarden en normen delen'. Het gaat hier dus om `groepen', niet om individuen. Dat klinkt vreemd voor een conservatieve beweging die de prioriteit juist legt bij het individuele geweten en karakter, en bij `persoonlijke deugden'. Maar het klopt als een bus: sommige groepen zíjn in deze visie domweg nog geen individuen in moderne zin, bijvoorbeeld omdat hun incasseringsvermogen te laag is. Bij het uitsluiten van groepen gaat het natuurlijk in eerste instantie weer (maar in principe niet exclusief) om moslims, omdat volgens de contourrennota de islam `als zodanig niet compatibel is met de moderne democratische rechtsstaat'.

Zó ver als Spruyt ging overigens zelfs de Grootste Nederlander aller tijden niet. In het beruchte Volkskrant-artikel dat hem in februari 2002 de kop kostte als lijsttrekker van Leefbaar Nederland, zei hij: ,,Ik zeg: iedereen die hier binnen is, blijft hier binnen. Ik wil niemand zijn burgerrechten ontnemen. [...] Als je hier geboren en getogen bent, heb je burgerrechten, punt.'' Punt, meende de Grootste Nederlander toen nog. We zijn inmiddels de punt-komma zoniet het vraagteken kennelijk aan het naderen.

Dan iets over dat incasseringsvermogen. Minister Verdonk heeft gelijk, als het gaat om godslastering: geen Staphorstenaar die daar zo rabiaat op zal reageren als Mohammed B. op de beschimping van de islam. De reacties van de meeste moslimorganisaties zijn tot nu toe met mate bemoedigend: sterk en bindend leiderschap lijkt helaas ook dáar een probleem. Maar een beroep op mensen om de grofste beledigingen op de kin te nemen en met opgeheven hoofd verder te lopen, is ook wel erg gemakkelijk. Het is een variant op de stoere formule: aanpassen of ophoepelen. Moet je maar tegen een stootje kunnen.

Maar toen de linkse dinosaurus Jan Pronk het woord `deportatie' gebruikte in kritiek op Verdonks uitzettingsbeleid, was het land te klein. Die kwam er niet meer in. Sterker nog, Pronk moest aftreden, vond Verdonk: inpakken en wegwezen met die man. Kort daarna botste partijgenoot Hans Dijkstal tegen de minister op met een verwijzing naar de oorlog inzake haar `vignettenplan'. Verdonk incasseerde als volgt: terugnemen die uitspraak, of ophoepelen uit de commissie voor allochtone vrouwenemancipatie.

Allemaal van een totaal andere orde dan religieuze krenkingen, laat staan van religieus geweld. Maar het maakt wel iets duidelijk. Onze gevoeligheid voor collectieve krenkingen over etniciteit of godsdienst is afgenomen, zeker. Maar onze gevoeligheid voor persóónlijke krenkingen lijkt alleen maar te zijn toegenomen. Geen groter affront dan wanneer iemand de `integriteit' van je persoon of werk in twijfel trekt. Kom niet aan mij, want dan kom je aan het laatste taboe mijn bedoelingen.