Stemmingmakerij in de kunstensector

Staatssecretaris van Cultuur Van der Laan wil `schoon schip maken' bij de `ondersteunende instellingen' in de kunstsector (NRC Handelsblad, 3 november). Ze klaagt erover dat sinds zij dit bekendmaakte geen enkele instelling `ondersteunend' wil worden genoemd. Alsof betrokkenen opeens ontkennen dat er ten behoeve van de kunst en cultuur moet worden opgeleid, geïnformeerd, kennis en vaardigheden overgedragen, een infrastructuur verzorgd. Ik begrijp die ontkenning wel. Niet dat iedereen per definitie tegen reorganisaties is of probeert de dans te ontspringen. Reorganisaties zijn er in de culturele sector nu eenmaal met de regelmaat van de klok. Het orkestenbestel wordt van tijd tot tijd tegen het licht gehouden, het toneelbestel moet er om de zoveel jaar aan geloven en zelfs de beeldende kunstcollecties ontkomen niet aan de opdracht tot selectie en afstoting. Maar dan wordt er nooit over `schoon schip maken' gesproken. Een dergelijke uitdrukking wordt alleen gebruikt als er evident wanorde heerst, subsidiegeld wordt verspild of regels worden overtreden. Dat is het vernederende beeld dat nu van de `ondersteunende instellingen' dreigt te ontstaan.

Reorganisaties zijn soms onontkoombaar. Maar ze moeten zijn gebaseerd op zakelijke en controleerbare uitgangspunten. Niet op stemmingmakerij.