Spel van Pletnev geniaal maar vlak

Wie de biografie van de Russische pianist Mikhail Pletnev (1957) leest, raakt diep onder de indruk. Sinds hij in 1978 het Tsjaikovski Concours in Moskou won, geeft Pletnev concerten over de hele wereld. Hij werkte samen met de beste orkesten en richtte in 1990 zijn eigen orkest op. Behalve pianist is Pletnev ook dirigent en componist. Hij maakte talloze cd's, en ontving tweemaal de staatsprijs van de Russische Federatie.

Wapenfeiten te over om Pletnev als Russische Held te beschouwen. De vraag is echter wat hem drijft. Pianospelen kan hij, zijn fysieke machinerie functioneert met ontzagwekkende perfectie. Ook kan hij toveren met klank en kleur, zodat hij terecht wordt omschreven als een meester in toonbeheersing. Maar het eigenaardige is dat die nadruk op schoonheid, dynamiek en poëzie bij Pletnev iets onnatuurlijks heeft. Het is alsof hij een taal spreekt zonder zich om de betekenis te bekommeren. Losse woorden vormen geen logische zinnen die zich aaneenrijgen tot een samenhangend verhaal.

Pletnev lijkt de muziek moedwillig te abstraheren tot klankeffecten, losjes verbonden in onrustige versnellingen en vertragingen. Die neiging tot klankfetisjisme combineerde het meest overtuigend met de 24 Preludes van Chopin, die met grillig élan werden neergezet, al was de scheidslijn tussen poëzie en edelkitsch dun.

Maar het architectonische drijfzand waarin Pletnev Beethoven meetrok, was onverdraaglijk. In diens Sonate nr. 7 (op. 10 nr. 3) en de Pathétique soleerde Pletnev als een wezen van een andere planeet, zelfzuchtig pronkend met zijn vreemde pauwenveren. Het resultaat had niets met Beethoven te maken, en al evenmin iets met oprechte communicatie met het publiek.

Concert: Mikhail Pletnev (piano). Werken van Beethoven, Chopin. Gehoord: 14/11 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 28/11, 20u.