Speciale beurs voor buitenlandse student

Studenten van buiten de Europese Unie die in Nederland willen studeren, zijn vanaf 2006 aangewezen op een beurzenprogramma. Nu ontvangen hogescholen en universiteiten nog een rijksbijdrage voor iedere niet EU-student.

De zogenoemde `kennisbeurzen' zijn alleen bedoeld voor talentvolle studenten. Door het aantrekken van met name bèta- en techniekstudenten moet de Nederlandse kenniseconomie worden versterkt. Dat schrijft staatssecretaris Rutte (Onderwijs, VVD) in de `internationaliseringsbrief' die hij gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Eerder was al bekend geworden dat de bekostiging van alle studenten van buiten de EU wordt afgeschaft. Het bedrag dat hiermee is gemoeid, 20 miljoen euro per jaar, gaat voortaan naar het beurzenprogramma.

Volgens Rutte betekent de maatregel een verschuiving van kwantiteit naar kwaliteit. Omdat de instellingen een vast bedrag zullen ontvangen, worden ze volgens Rutte gestimuleerd om te kiezen voor de beste studenten. Een kwart van het beurzenbudget, vijf miljoen euro, wordt gereserveerd voor studenten uit ontwikkelingslanden die binnen twee jaar na hun afstuderen naar hun eigen land terugkeren. Zo wil men `brain drain' uit ontwikkelingslanden voorkomen. De studenten uit niet-ontwikkelingslanden worden juist geprikkeld om in Nederland te blijven. Als ze binnen drie maanden na hun afstuderen een baan vinden met een minimuminkomen van 45.000 euro (30.000 euro voor kennismigranten jonger dan dertig jaar), dan kunnen ze binnen twee weken een verblijfsvergunning voor vijf jaar krijgen.

Voor het binnenhalen van `toptalent' komt een apart beurzenprogramma met een budget van vijf miljoen euro, het Huygens Scholarschip Programme. Hetzelfde bedrag is beschikbaar om een aantal internationaal geörienteerde opleidingen uit te laten groeien tot `centres of excellence'.