Onverplicht nummer

Met recht heeft Javier Solana, buitenlandcoördinator van de Europese Unie, gezegd dat het nucleaire akkoord van Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië met Iran ,,slechts een begin'' is. De overeenkomst behelst niet meer dan een tijdelijke opschorting van de Iraanse uraniumverrijking. Een stok achter de deur is er niet. Het gaat om een politieke afspraak, met vrijwilligheid als basis. Voor Iran betekent het dat het land aan niets is gehouden, dat het – als Teheran dit wenst – morgen weer met uraniumverrijking kan beginnen en dat het zijn nucleaire activiteiten zeker niet hoeft op te geven. Het akkoord is beter dan niets, maar Solana heeft gelijk: het echte werk moet nog beginnen.

Iran heeft verstandig genoeg eieren voor zijn geld gekozen. Als deze afspraak niet was gemaakt, waren uiteindelijk via de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties scherpere maatregelen afgedwongen; ten minste economische sancties en mogelijk zwaardere straffen onder Amerikaanse druk. Het is trouwens afwachten of Washington net zo enthousiast reageert als gisteren in Brussel gebeurde, waar het akkoord voorbarig ,,zeer goed nieuws'' werd genoemd. Het is pas goed nieuws als Iran volledige openheid geeft over zijn nucleaire programma en dito bedoelingen, als het tegemoetkomt aan de eisen van het Internationale Atoomenergie Agentschap (IAEA) en als het zich houdt aan het Non-proliferatieverdrag tegen de verspreiding van kernwapens. Zolang daarvan geen sprake is, moet de druk op Teheran worden opgevoerd. Vrijblijvende afspraken met EU-landen zijn hooguit een opstap voor formeel bekrachtigde akkoorden waarvan overtreding kan worden afgestraft.

Pas dan zou in Brussel de vlag uit kunnen – en dan nog zal het Iraanse bewind wel een paar troeven achter de hand houden die het later kan uitspelen. Niet vergeten mag worden dat Iran lange tijd iets te verbergen had. Het land werd in het geheim bevoorraad met nucleair materiaal, ontwikkelde geavanceerde centrifuges en bleek begin 2003 tot veler verrassing te beschikken over een aanzienlijke atoomindustrie. Het was de nucleaire waakhond van de Verenigde Naties, het IAEA, volledig ontgaan. Dat zegt veel over de capaciteiten van dit instituut; het zegt meer over de Iraanse atoomambities. Voor het IAEA geldt dat het veel scherper moet controleren. Voor Iran geldt dat het streng en strikt moet worden aangepakt. Vrijblijvendheid heeft er de afgelopen jaren toe geleid dat Teheran stiekem zijn gang kon gaan. Als het zijn atoomprogramma alleen wil gebruiken voor civiele doelen, waarom dan al die geheimzinnigheid?

Kortom, als het blijft bij dit Duits-Frans-Britse akkoord met Iran is het niets; de zoveelste papieren tijger in een lange reeks. Het valt te waarderen dat Europa op eigen wijze onderhandelingen met Iran voert. Er zijn wederzijdse politieke en economische belangen te verdedigen. Maar de druk moet wel op de ketel blijven. Om een onverplicht nummer wordt in Teheran hard gelachen.