Ik heb een nieuwe vriend

Direct nadat minister Donner had verklaard de wetsartikelen over godslastering strenger toe te passen, kreeg ik zaterdagavond een mailtje. Het was afkomstig van een veelbelovend studiehoofd van moslimhuize die in zijn nopjes was omdat Donner, net als hij, vindt dat je niet mag provoceren. En dat zegt hij, die van provoceren, naast zijn studie, zijn beroep heeft gemaakt.

Ik vroeg mij een paar dingen af. Niet over de christelijke God, want die wordt alleen beledigd indien men Hem persoonlijk uitscheldt, een gvd, dus. De God van de moslims is echter heel gevoelig en voelt zich snel beledigd. Hoe kan een Nederlandse rechter nu bepalen wanneer onze God is belasterd of beledigd? Soms is het voldoende dat iemand kritiek uit op het bestaan van polygamie, vrouwenmishandeling, ongelijke vedeling van erf, anti-ketterse koranteksten – dat alles voelt voor ons aan als een belediging van God.

Ook het beledigen van de Profeet, van Zijn aanhangers, van moskeeën en moskeebezoekers, het bespotten van de jihad, van het hiernamaals, van islamistische gewoonten en regels: de meeste moslims zouden het grondig met mij eens zijn dat dit alles zeer beledigend is voor Allah en dus als godslaster moet worden aangemerkt. Maar hoe los je dat voor de rechtbank op?

Na een poosje te hebben nagedacht wist ik de oplossing: er moet een islamitische rechter bij de Hoge Raad aangesteld worden. Die kan haarfijn bepalen wat voor moslims als godslaster aangemerkt moet worden en wat niet. Het is uiteindelijk een subjectief gevoel, God kan het moeilijk zelf aangeven, maar zijn beschermers en woordvoerders wel. Maar daar moet je uiteraard een moslim voor zijn om dit te kunnen voelen. En als we toch een islamitische rechter bij de Hoge Raad hebben, dan kan die ook in één moeite door belast worden met het beslechten van conflicten tussen moslims onderling – uiteraard volgens de islamitische regels en wetten. Waarom zouden we dit aan anderen overlaten als we het zelf kunnen! Misschien kunnen we dan gelijk een voorzichtig begin maken met de invoering van de sharia in Nederland. Heel geleidelijk natuurlijk, we willen niemand voor het hoofd stoten want het ligt hier nog erg gevoelig.

Maar we zijn al goed op weg: islamitische scholen, islamitische universiteiten, islamitische slagers, islamitische studentenverenigingen, moskeeën en talloze stichtingen, segregatie tussen mannen en vrouwen in openbare plaatsen zoals in sommige zwembaden en op sommige scholen, gebedsruimtes bij sommige overheidsinstellingen, een gebedsoproep van de minaretten via de luidsprekers in sommige steden.

Het eerstvolgende punt dat nu op de agenda staat is: islamitische stadsdeelraden en een islamitische politieke partij. Dan volgt de rest vanzelf. Minister Donner: u bent waarlijk onze beste vriend.

Nahed Selim is tolk/vertaalster en columniste. Ze is auteur van `Vrouwen van de profeet' en `Brieven uit Egypte'.