Het astmatische uur

Hoe vrij is het woord? Volgens mij is het nooit vrij geweest. Daarvoor is het net te weerbarstig, te lui en te onbuigzaam. Vrij, dan wel vrijblijvend zijn de interpretaties. Niet voor niets vluchtte ik op vrij jonge leeftijd de grens over naar wielerland waar de oerdrift en valse vetes werden uitgesproken in de heldere taal van het zweet.

Mijn herinneringen aan Gerrie Knetemann die vorige week op deze plaats werden afgedrukt hoorden er eigenlijk niet thuis. Eerder waren ze op bestelling van NOS Langs de Lijn als ingesproken (en goedgekeurde) tekst naar Hilversum geseind. Ze zijn alleen nooit uitgezonden op het Kneet-herdenkingsuur. Vreemd? Welnee. In het sportieve zendwezen gelden sportieve normen. Ongezien en onbeluisterd werd de tekst vóór de uitzending verramsjt door de rechtstreekse studiogasten Peter Post en Henk Lubberding. Zeer terecht kunnen deze komieken mijn bloed wel drinken. Ik vrees dat het zo gegaan is: Winnen eruit of anders wij eruit! De keuze tussen drie minuten zachtmoedigheid of zestig minuten astmatisch gereutel moet voor de eindredactie een makkelijke zijn geweest.

Het Astmatische Uur hoorde ik later magnetisch vastgelegd terug: twee nette heren, tot aan de ellebogen bij elkaar in de bekende lichaamsopening.

De Grote Ploegleider, innig verdrietig, kon zich absoluut niet meer herinneren waarom de Kneet hem verliet in het rampjaar 1983. Heer, sta ons toch bij, tot in Kazachstan was bekend dat Post geen dubbeltje meer wilde spenderen aan een invalide; Kneet lag toentertijd immers zwaar in de kreukels.

Apocrief keuterboertje Henk laafde zich naar goed wielergebruik aan een onbegraven lijk. Zijn gewezen sportieve dienstbaarheid, ondergeschiktheid, slaafsheid, goedheid verwarde hij wel heel erg makkelijk met gebleken talentloosheid.

Een vol uur kreupele stokpaardjes.

Posts Rolex tikte genoeglijk.

Post vult zijn dagen met het spellen van beursberichten, Lubberding noemt zich consulent. Op www.teambuildingmetlubberding.nl legt hij in de stijl van een geitenkalf uit wat de patiënten te wachten staat. Wie ondanks webvisite nog bij Psychiater Prullenbak op de sofa gaat liggen, zal nimmer kunnen beweren dat hij niet gewaarschuwd was. In zijn verzameling `columns' beoefent Henk, even parmantig als glorieus, de ultieme zelfverheffing door een lompe staak dwars door het stilgevallen hart van het nog warme lijkje Marco Pantani te rammen.

Hoe komt het toch dat ik beter verkeer met de doden dan met de levenden?

De kans dat Post mij overleeft is gering, de kans dat ik eerder ga dan Lubberding is levensgroot – de man verkondigt te pas en te onpas dat hij altoos hartstikke clean over de aardbol heeft gekoerst. De mogelijkheid dat onze half-analfabetische tandem dit stukje leest is dan weer heel erg klein. Toch plaats ik, in geval van vroegtijdig vertrek, alvast een feestelijke uitnodiging: Heren sportbroeders, op mijn graf mag je komen hossen en hoeren en snoeren zo veel je maar wilt. Mijn graf mag vertrapt worden, niet dat van de Kneet of Pantani.

Vorige week moest ik in de grote stad A. wezen. Tegen de gevel van het Centraal Station zat een rafelige gitaarjongen de sterren van de hemel te spelen. Er is nog hoop, dacht ik. Niet meer dan een flintertje, maar hoop is er.