Europa onderzoekt rekrutering van terroristen

De landen van de Europese Unie onderzoeken welke rol moskeeën, gevangenissen en internet spelen als ontmoetingsplaatsen voor het rekruteren van terroristen. Dit heeft de terrorisme-coördinator Gijs de Vries gisteren gezegd.

De wijze waarop radicaal-islamitische terreurorganisaties nieuwe leden rekruteren vormt een van de prioriteiten voor de Europese samenwerking op het gebied van terreurbestrijding. De Europese Commissie wil de onderzoeksgegevens uit de verschillende lidstaten vergelijken en achterhalen wat precies de rol is van moskeeën, gevangenissen en het internet bij het ronselen van nieuwe terroristen.

Dat verklaarde Europees terrorisme coördinator Gijs de Vries gisteren tijdens zijn verhoor voor de parlementaire onderzoekscommissie in Spanje die de aanslagen van 11 maart in Madrid onderzoekt.

,,We willen de ervaringen van de lidstaten bijeenbrengen en onderzoeken wat de rol is van verschillende ontmoetingsplaatsen bij het leggen van contacten'', aldus De Vries na afloop van de hoorzitting, die plaatsvond in een zaal van het parlement in Madrid. Volgens de terrorisme coördinator staat deze zaak ,,hoog op de agenda'' van de Europese Commissie.

Bij de laatste grote politieactie tegen extremistische moslimgroepen is gebleken dat een terreurcel zich had gevormd in enkele Spaanse gevangenissen. Maar van Mohammed B., de verdachte van de moord op de Nederlandse filmmaker Theo van Gogh, is op dit moment nog onduidelijk waar, wanneer en onder welke omstandigheden diens radicalisering zich precies heeft voltrokken.

De rol van moskeeën waar de fundamentalistische, door Saoedi-Arabië gestimuleerde vorm van de islam wordt gepropageerd, kwam reeds eerder in zowel Nederlandse als Spaanse onderzoeken ter sprake. Daarnaast blijken chats en discussiegroepen op internet te fungeren als trefpunten voor geradicaliseerde jongeren.

Het optreden van De Vries maakt deel uit van de voortzetting van het parlementaire onderzoek naar de aanslagen in Madrid. De terrorisme coördinator vormde daarmee een opmaat voor het optreden van zowel de Spaanse premier José Luis Rodriguez Zapatero, als diens voorganger José Maria Aznar.

Aanvankelijk werd verwacht dat de verhoren na het zomerreces niet zouden worden voortgezet. Dit nadat de commissie vooral was verzand in een laaiende ruzie tussen de sociaal-democratische regeringspartij en de conservatieve oppositie. De conservatieve Partido Popular, regerend onder premier Aznar ten tijde van de aanslagen, werd ervan beschuldigd de geloofwaardigheid van de parlementaire enquête te ondergraven door het verspreiden van samenzweringstheorieën. Daarbij suggereerden de conservatieve zegslieden bij herhaling het bestaan van een bestendig complot tussen de moslimterroristen, de Baskische terreurbeweging ETA en de Marokkaanse geheime dienst om de partij van Aznar een verkiezingsnederlaag te bezorgen. Volgens critici was een en ander vooral bedoeld om alsnog goed te praten dat de regering Aznar dagenlang volhield dat de ETA achter de aanslagen zat.

De Vries, die vrijwillig optrad voor de commissie, zei dat hem niets bekend is van een band tussen de ETA en moslimterreurorganisaties. In die zin had ook Europol-directeur Mariano Simancas zich eerder uitgelaten. Europol zou daarentegen al in 2003 hebben gewaarschuwd voor een reële dreiging in Spanje van het terreurnetwerk van Osama bin Laden.

De Vries ontkende dat de terroristen er met hun actie, waarbij 192 doden vielen, in waren geslaagd om de Spaanse houding tegenover terreur te beïnvloeden. ,,De hoop dat Spanje slap is geworden tegen de terreur is tevergeefs geweest'', aldus De Vries.

Gegevens die zijn uitgelekt naar aanleiding van de aanhoudende politieacties in Spanje lijken er op te wijzen dat het land al sinds midden jaren negentig een stevige uitvalsbasis is geweest bij de organisatie en financiering van terreuraanslagen door extreem-islamitische groepen. Zowel de aanslagen van de elfde september 2001 in de Verenigde Staten, als die van vorig jaar in Casablanca zijn deels in Spanje georganiseerd. Bij de laatste arrestaties zijn bewijzen gevonden van contacten via Spanje tussen de `Hofstadgroep' in Nederland en verdachten van de aanslagen in Casablanca.

Terrorisme-coördinator De Vries hoedde zich gisteren voor commentaar op alle zaken die nog in onderzoek zijn. Op de vraag van een commissielid over een mogelijk verband tussen de moord op Theo van Gogh en de aanslagen in Casablanca wilde hij slechts kwijt dat het ,,een punt van zorg is in Europa en zeker in Nederland''.

De dreiging van grote aanslagen in Europa blijft ook na de aanslagen in Madrid onverminderd bestaan, aldus De Vries. ,,Sinds de elfde september weten we dat terroristen de hand willen leggen op massavernietigingswapens. Dat is geen theoretische bedreiging.''De terrorisme-coördinator bekritiseerde de trage invoering van drie conventies die Europol meer armslag moeten geven bij het verzamelen van gegevens over terreur. Geen enkel EU-land heeft deze maatregelen reeds in eigen land ingevoerd.

Wel sprak De Vries zijn tevredenheid uit over de oprichting van Situation Center (SitCen) dat vanaf januari volgend jaar actief wordt. In deze dienst, die rechtstreeks valt onder EU-buitenlandcoördinator Javier Solana, zullen voor het eerst binnenlandse veiligheidsdiensten samenwerken in het maken van analyses van bedreigingen en trends in de terreur.