`Duurzame groei in zeer arm land cruciaal'

De particuliere sector wint terrein bij ontwikkelingshulp, meent scheidend directeur Michael Barth van de FMO.

Duurzaamheid is de cruciale factor voor ontwikkelingssamenwerking. Dat zou het motto kunnen zijn van Michael Barth, per 1 januari algemeen directeur-af van de Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO). Morgen neemt hij alvast afscheid met een seminar in de Ridderzaal in Den Haag over, uiteraard, duurzame ontwikkeling en ondernemerschap.

Voor Barth en de FMO loopt de weg naar duurzame ontwikkeling via het particuliere bedrijfsleven. De ontwikkelingsbank, waarin de Nederlandse staat een meerderheidsaandeel heeft, financiert voor 500 miljoen euro per jaar bedrijven en sectoren in derdewereldlanden die niet of moeilijk op de reguliere geldmarkt terecht kunnen. Zo neemt de bank risicodragend deel in een mobieletelefoniebedrijf in Afrika en verstrekte het een lening aan een graanexporteur in schuldenland Argentinië.

Een veteraan bij verschillende financiële instellingen, waaronder Citibank en de ontwikkelingsbank International Finance Corporation van de Wereldbank, toonde Barth (55) zich in een recent vraaggesprek optimistisch over de toekomst van ontwikkelingslanden. Voor een voorbeeld putte hij uit eigen ervaring. ,,Mijn optimisme is niet omdat ik een roze bril op zou hebben, maar omdat ik heb gezien wat de kracht van ondernemerschap kan doen. Aan het begin van mijn loopbaan werkte ik in twee landen die toen als instabiele ontwikkelingslanden te boek stonden: Zuid-Korea en Thailand.'' Inmiddels zijn deze landen erkende economische `tijgers' in Azië.

De aandacht voor de ondernemer in de Derde Wereld lijkt succes te hebben. Consultant Capgemini evalueerde recentelijk de werkzaamheden van de FMO in de afgelopen vijf jaar; ruwweg de periode dat Barth er leiding heeft gegeven. Opdrachtgevers voor het onderzoek waren de ministers van Financiën en van Ontwikkelingssamenwerking, die uit de onderzoeksresultaten de conclusie trekken dat de activiteiten van de bank ,,een effectieve bijdrage aan de armoedebestrijding'' leveren.

Heeft de FMO een verschil gemaakt in die tijd?

Barth: ,,Ja. Een sprekend voorbeeld is de uitbreiding van activiteiten in Afrika. Ontwikkeling van de financiële sector en infrastructuur, havens, telecom. Wij hebben daar een voortrekkende rol in gespeeld. Ook toen andere ontwikkelingsbanken minder actief waren. Daar ben ik bijzonder trots op.''

U bent eerder bankier dan ontwikkelingswerker?

,,Als u het zo stelt: ja. Maar we willen bewust niet de keuze maken tussen rendement en ontwikkeling. Wij zitten precies op het snijvlak van die twee. Voor ons ligt het allemaal in elkaars verlengde.''

Heeft de FMO aan invloed gewonnen in kringen van bankiers?

,,De private sector als aandachtsgebied in het ontwikkelingswerk is niet langer een stiefkind. Integendeel, er zijn steeds meer stemmen die zeggen dat het daar een essentieel onderdeel van is. Particuliere bedrijven in het westen merken steeds vaker dat het erg belangrijk is om uit strategische overwegingen te kijken naar een aantal ontwikkelingslanden. Je ziet dat aan de kapitaalstromen daarnaartoe, die twintig jaar geleden een fractie waren van wat ze vandaag de dag zijn. Bovendien hoort sociaal ondernemen, met aandacht voor ontwikkelingslanden, bij een moderne bedrijfsvoering.''

FMO maakt de keuze voor een deel van de samenleving in ontwikkelingslanden, namelijk voor het succesvolle deel.

,,Dat is absoluut waar. Maar de projecten die wij ondernemen zijn niet per definitie succesvol, er mislukt ook een aantal. Je moet je in de extreem arme landen juist bezighouden met duurzame groei, want dat is de voorwaarde voor de ontwikkeling van een land.''

Donderdag begint het VN-jaar van het microkrediet. Deze kleine leningen aan arme mensen zijn tegenwoordig populair. Maar zijn ze de panacee voor ontwikkelingslanden?

,,Ik ben een grote fan van microkredieten. FMO is in Nederland de op een na grootste in het verstrekken van dit soort leningen. Maar het is wel belangrijk dat je ter plekke een gezonde microkredietorganisatie opzet. Met een sloot geld naar een land gaan en leninkjes uitzetten is aardig, maar wat gebeurt er na twee of vijf jaar? Worden de leninkjes terugbetaald, zijn de bankjes duurzaam? Dezelfde discipline die voor het macroniveau geldt, moet gelden voor het microniveau. Microkredieten zijn modieus, maar ik vind het desondanks fijn dat er veel aandacht aan wordt besteed, want in landen met een grote informele economie doen microkredieten veel goeds aan de basis. Wij vinden ook dat succesvolle microleners geholpen moeten worden om verder te groeien. Ik heb in de praktijk zien gebeuren dat je als bedrijf vooral niet succesvol moest worden, want dan kreeg je geen steun meer.''

Zullen microkredieten uiteindelijk bij de commerciële bancaire sector belanden, of blijven ze hoofdzakelijk een ontwikkelingsactiviteit?

,,Tegen de tijd dat de banken deze grote, maar moeilijk bereikbare markten serieus gaan verkennen, zullen ze werkelijk een grote vlucht nemen. Dat zie je in sommige landen al gebeuren, bijvoorbeeld in Mexico en India. Een instelling voor microkrediet begint vaak als niet-gouvernementele organisatie, gaat dan steeds marktgerichter en zakelijker werken en bloeit op. Dan krijgen ook de commerciële banken belangstelling. Die kijken dan hoe ze downmarket kunnen gaan. Maar het blijft

een moeizaam en langzaam proces.''