Druk VS op China werkt averechts

China zal zijn munt moeten opwaarderen tegenover de Amerikaanse dollar, vindt de econoom John Williamson. Maar zware druk van de VS is daarvoor niet het goede instrument.

John Snow, de Amerikaanse minister van Financiën, is deze week op een tour langs de Europese hoofdsteden die eindigt in Berlijn. Daar vindt vanaf donderdag een vergadering plaats van de G20, de groep van grootste Westerse industrielanden, aangevuld met China, Brazilië, India en andere belangrijke spelers in de wereldeconomie.

Snows bezoek is goed getimed: de recente nieuwe verzwakking van de Amerikaanse dollar staat op dit moment erg in de belangstelling. Alle relevante spelers zijn in Berlijn aanwezig. Gisteren lieten de Europese ministers van Financiën ontevreden geluiden horen over de dollar, die met name tegenover de euro verzwakt. Snow liet het inmiddels bekende ambivalente geluid over de dollar horen: een sterke dollar is in het belang van de VS, maar de koersontwikkeling moet aan de markt worden overgelaten.

Juist met betrekking tot die markt is er een probleem. De Aziatische landen, vooral China, houden hun munten met koppelingen of ingrepen angstvallig in de buurt van de dollar. Zodat de euro een van de weinige munten is waartegen de dollar kan verzwakken.

Azië zal, zo wil het Witte Huis, moeten toegeven. Maar of pressie vanuit de VS de beste methode is? De Britse econoom John Williamson, een oude rot in het vak, twijfelt daarover. Ten kantore van het ministerie van Financiën in Den Haag buigt hij zich over wat een van de belangrijkste knelpunten in de internationale economische betrekkingen belooft te worden. Williamson is verbonden aan het International Institute of Economics, een denktank in Washington. De term Washington Consensus, als samenvatting van de eisen voor liberalisering en privatisering die door het Westen aan ontwikkelingslanden worden opgelegd, is van hem afkomstig. ,,Dat Snow het nog steeds heeft over een sterke dollar is belachelijk'', zegt Williamson. ,,De VS willen een forse waardedaling van de dollar, maar voornamelijk tegenover Azië.''

De euro zou niet verder moeten stijgen tegenover de dollar, vindt Williamson. ,,De euro is al boven zijn koopkrachtpariteit met de dollar. Azië is nog steeds erg ondergewaardeerd. Daarom is het Chinese beleid zo belangrijk op dit moment. Het is leidend voor de rest van de Aziatische landen.'' En natuurlijk voor Europa, dat graag verlost zou zijn van de last de enige te zijn die tegenover de dollar in waarde kan stijgen. Druk op China om zijn munt te laten stijgen is echter niet het antwoord, stelt Williamson. ,,China is bezorgd om zijn eer. Je moet ze met argumenten tegemoet treden, ze overtuigen. Op dit punt is het Amerikaanse beleid niet goed.'' Hoewel China de yuan vast aan de dollar koppelt, is dat volgens Williamson niet in het Chinese belang. ,,China moet nu vermijden dat de inflatie te sterk oploopt. Dat kan door een appreciërende munt. Bovendien vergroot een sterkere munt de koopkracht. Er zijn nog steeds zo'n honderd miljoen Chinezen die moeten rondkomen van minder dan een dollar per dag. Het is belangrijk dat ook deze groep meer kan gaan consumeren.''

Haast is hier geen goede raadgever. De Amerikaanse eis aan China komt er volgens Williamson op neer dat China zijn kapitaalmarkt moet vrijmaken en zijn munt moet laten zweven. ,,Dat is geen goed advies. Chinezen zouden dan hun geld massaal naar buitenlandse banken brengen. Dat veroorzaakt een run op de Chinese yuan en de zwakke binnenlandse banksector. Het zou in dat geval juist heel goed kunnen dat de yuan verzwakt, in plaats van versterkt.''

Volgens Williamson is een alternatieve oplossing beter: een combinatie van een revaluatie van de yuan met zo'n twintig procent, waarna de munt binnen een bandbreedte wordt gekoppeld aan een mandje van belangrijke buitenlandse munten, dus niet alleen de dollar. Vervolgens zou China kunnen overgaan naar een zogenoemde `crawling peg', een koppeling ten opzichte van dit mandje van munten, waarbij de waarde van de yuan geleidelijk en voorspelbaar wordt opgehoogd. Daarna zou de munt daadwerkelijk kunnen worden vrijgegeven.

China zette twee weken geleden een eerste stap door de officiële rente met 0,27 procentpunt op te schroeven, en de rentetarieven vrij te geven waartegen banken mogen lenen aan het midden- en kleinbedrijf. Over de rentemaatregel is Williamson weinig enthousiast. Het vrijgeven van de rentetarieven vindt hij wel een doorbraak. ,,Banken leenden nauwelijks aan beginnende ondernemers, omdat de voorgeschreven rente veel te laag was in verhouding tot de risico`s. De banksector wil niet nóg meer slechte leningen. Maar nu banken een hogere rente mogen rekenen, krijgt niet allen het zakenleven meer toegang tot kapitaal, maar kunnen banken er zelf ook gezonder door worden.''

Kleine maatregelen zijn het, maar zo zal het volgens Williamson moeten gaan. Als de dollar inderdaad moet dalen, dan kan dat beter via een geleidelijke politiek aan beide kanten van de wisselkoers.