De tijd na Arafat is voor de Palestijnen

De dood van Arafat is als een overgang in een muziekstuk. Nu gaat het erom hoe de volgende frase klinkt, vindt Daniel Barenboim.

Ik heb Yasser Arafat nooit ontmoet, omdat ik hem nooit wilde ontmoeten. Hoewel ik herhaaldelijk ben uitgenodigd, bracht ik mijn tijd altijd liever door op plaatsen waar mensen ideeën uitwisselen die meer omvatten dan alleen ideologie en waar tussen Palestijnen en joden al een geest van vrede heerst: in de ziekenhuizen van Ramallah of in de universiteiten van de wereld van de muziek. Daar liggen de wortels voor vreedzame oplossingen in het Midden-Oosten. Daar zijn vele Palestijnen en Israëliërs hun politici ver vooruit, omdat zij logisch, praktisch en met emotionele intelligentie te werk gaan – kwaliteiten die Yasser Arafat jammer genoeg uit het oog heeft verloren, kwaliteiten die vooral Europa nu weer in de regio zou moeten introduceren.

De traditie eist dat wij van de doden geen kwaad spreken. Yasser Arafat heeft het zelfvertrouwen van het Palestijnse volk gestimuleerd: als `Vader Palestina' is hij een icoon geworden van een onderdrukt volk. Maar wij kunnen de andere feiten niet negeren.

Arafat was misschien een genie, een levende legende was hij zeker maar hij was beslist een terrorist. Hij was hoe dan ook een alleenheerser. Laat in het Midden-Oosten nu deze roep om vrede klinken: De alleenheerser is dood! Lang leve het volk!

Een logische analyse van de situatie in het Midden-Oosten wijst onontkoombaar uit dat er met spoed twee onafhankelijke landen moeten worden gevestigd en dat de joodse nederzettingen in de bezette gebieden moeten worden ontmanteld. Op dit moment hebben wij een land waar apartheid heerst. Als oplossing op de middellange termijn moet er een onafhankelijke Palestijnse staat komen in federatie met Israël.

Jeruzalem moet voor beide volkeren de hoofdstad worden. Wij kunnen niet verwachten dat een mogelijke vreedzame oplossing na de dood van Arafat ertoe zal leiden dat het geweld onmiddellijk ophoudt. Dat zou een illusie zijn.

Maar geweld moet wel een uitzondering worden. De dood van Arafat is als een overgang in een muziekstuk: de ene frase eindigt, en met de laatste noot begint een nieuwe frase, zonder enige breuk, op dezelfde toonhoogte.

Nu gaat het erom hoe de volgende frase klinkt. Wij hebben geen tijd te verliezen. In de politiek is tijd net als in de muziek: je kunt hem niet horen, je kunt alleen horen waarmee hij gevuld wordt. En wij moeten ons nu toeleggen op een inhoud die een snel tempo vereist. De tijd na Arafat moet toebehoren aan het Palestijnse volk.

En deze tijd vergt grote moed: van de Palestijnen, van de Israëliërs en vooral van Europa. Wees daarom niet bang! De president van Amerika kan toezeggen wat hij wil, in de islamitische wereld zal hij toch altijd als partijdig worden beschouwd. Om redenen van strategische en morele verantwoordelijkheid ligt de sleutel tot vrede dan ook in Europa. Meer dan de helft van alle export van Israël gaat naar Europa.

Bovendien rust op Spanje en Duitsland een speciale verantwoordelijkheid: de joden hebben in Spanje geleefd tot aan de inquisitie, en in Duitsland tot aan de Holocaust. Joodse intellectuelen hebben er zeer veel toe bijgedragen dat Europa het werelddeel van het humanisme is geworden, en met die humanistische idealen moet Europa nu ingrijpen in het conflict in het Midden-Oosten.

Europa heeft geen keus. Als het niet nu vrede brengt naar het Midden-Oosten, zal het Midden-Oosten weldra geweld naar Europa brengen. Wij zien dat al gebeuren in Frankrijk en in de recente gebeurtenissen in Nederland.

Na de dood van Arafat mag Europa niet alleen maar rustig zitten analyseren hoe het allemaal beter of slechter zou kunnen gaan. Als Europa het ergste wil voorkomen, zal het in actie moeten komen.

Dit is niet het moment om te vragen of wij ons een verandering in het Midden-Oosten kunnen permitteren. Wij moeten ons afvragen of wij ons een situatie kunnen permitteren waarin de zaken niet veranderen.

Europa moet zorgen dat er in Palestina deugdelijke verkiezingen worden gehouden. Een actieve bijdrage tot de vrede in het Midden-Oosten zou het grootste gebaar zijn dat Duitsland en Spanje ter compensatie voor het verleden kunnen maken. Zij moeten de democratische krachten en het niet-gewelddadige kamp van beide volkeren ondersteunen.

Het gaat er nu niet om of er in de toekomst één of twee staten zullen zijn in het Midden-Oosten. Onbelangrijk is ook de vraag waarom al het vredesoverleg tot nog toe is mislukt, en wiens schuld dat is. Iedereen die gelooft in een vreedzame oplossing in het Midden-Oosten heeft altijd dezelfde grenzen voorgesteld: Clinton in 2000 in Camp David, Taba in 2001 in Egypte, en later de Arabische Liga en de Saoediërs.

Het thema van de vredesvoorwaarden is altijd hetzelfde geweest, net als Beethovens Eroica: zomaar een arpeggio, maar dan gebeurt er een wonder. Dezelfde noten klinken nóg eens, maar in een andere toonsoort. En dat is precies wat wij willen bereiken: wij moeten het vredesmotief op een ander, nieuw niveau inzetten.

De dood van Arafat heeft een nieuwe deur geopend. Nu moet de eerste stap worden gezet, de stap naar democratie. Het is een stap vol gevaren, die aan alle kanten vertrouwen vereist. Wij weten niet waarheen hij zal leiden.

Maar als wij alleen maar stil blijven staan, kunnen wij met geen mogelijkheid aan het geweld ontkomen.

Daniel Barenboim is dirigent van de Staatskapelle Berlin en van het Chicago Symphony Orchestra. Dit artikel is gebaseerd op een interview met `Welt am Sonntag'.

© 0