De kleine mavo, vluchtheuvel in de grote stad

Gehaat onder beleidsmakers, geliefd onder ouders. De mavo had eind jaren negentig moeten opgaan in het grote vmbo. Maar de overgebleven mavo's kunnen de toestroom nauwelijks aan.

De bouwtekeningen liggen uitgespreid over de tafel. Kijk, zegt schooldirecteur Alfred van der Heijden. Hij wijst de plekken aan waar nieuwe lokalen worden gebouwd. Naar buiten kijken kan niet in de directeurskamer uit het raam zijn alleen stellages te zien.

Zijn school, de rooms-katholieke Roncalli Mavo in Rotterdam, lijkt nog het meest op een bouwput. Naast de school staan al jaren drie noodlokalen. Op dit moment is er plaats voor 320 leerlingen, Van der Heijden heeft een rem op de inschrijvingen moeten zetten. Maar volgend jaar, zegt hij, is er plaats voor meer scholieren. Dan is er 1.100 vierkante meter bijgebouwd, goed voor acht lokalen.

Ook Van der Heijdens collega Jan van Beveren heeft moeite alle leerlingen een plek te geven. Op zijn school, de rooms-katholieke Sint-Jozef Mavo in Vlaardingen, is het aantal leerlingen in twee jaar tijd gestegen van 600 naar 754. De school moest dit jaar een stop invoeren in de brugklas. In de regio verspreidt de naam van de school zich vanzelf. Vorig jaar schreven nog maar een paar ouders uit het naburige Maassluis hun kind in op de mavo. Dit jaar, zegt Van Beveren, ,,kan ik er een hele klas mee vullen''.

Categorale mavo's zijn geliefd, blijkt bij een rondgang. Ze hebben bijna allemaal een wachtlijst of een leerlingenstop. Die populariteit, zegt directeur Van der Heijden, komt door de kleinschaligheid van de scholen: ,,De leraren kennen alle leerlingen. Ze komen niet op grote scholengemeenschappen terecht.'' Zijn collega Ton van Vught van de rooms-katholieke Gerardus Majella Mavo in Utrecht: ,,Ze doen op zo'n kleine school veel meer zelfvertrouwen op. Ze gaan sterker het vervolgonderwijs in.''

Leerlingen die op het vmbo de theoretische leerweg volgen, krijgen formeel hetzelfde onderwijs als mavo-leerlingen. Toch, zeggen de directeuren, spreekt de voorgevel van de mavo ouders aan. Van der Heijden: ,,De naam `mavo' is tenminste nog duidelijk.''

Maria Bruins is zo'n ouder. Haar kinderen Julio en Joella zitten in de derde en eerste klas van de Roncalli Mavo. Ze ging op open dagen van de grote vmbo-scholen kijken, maar zag al meteen dat dat niets voor haar kinderen was. ,,Het gedrag van leerlingen in de gang, de manier waarop ze leraren aanspreken, het gaat er daar toch allemaal wat ruiger aan toe.'' Op de mavo zijn haar kinderen meer op hun plaats, vindt ze. ,,Deze school is nog klein. Als ze een probleem hebben, weten ze bij wie ze kunnen aankloppen.''

Toch worden de mavo's langzaam maar zeker verdrongen door vmbo-scholen. Volgens cijfers van het ministerie van Onderwijs is het aantal scholen dat alleen mavo-onderwijs aanbiedt, in vijf jaar tijd gedaald van 69 naar 30. Negentien mavo's zijn nog helemáál zelfstandig. Dat waren er in 1998 nog 49.

Steeds beter worden de gevolgen van de invoering van het vmbo zichtbaar. Toenmalig staatssecretaris Netelenbos (PvdA, Onderwijs) kwam medio jaren negentig met de eerste plannen om voorbereidend beroepsonderwijs de oude technische, lom- en huishoudscholen te fuseren met de mavo. Dat had voordelen voor beide schoolsoorten, vond zij: het mavo-programma zou beter op het mbo aansluiten en het imago van het vbo zou verbeteren. Tot dan toe leek het mavo nog te veel op de havo, vond zij, terwijl de meerderheid van de mavo-scholieren helemaal niet ging doorleren op het havo.

Het vmbo zou `hofleverancier van het mbo' worden. Er zou hierdoor een `tweedeling' ontstaan tussen beroepsgericht en havo/vwo-onderwijs, zegt adviseur Ed Schüssler, een van de architecten van het vmbo. ,,Het vmbo zou, eventueel op twee niveaus, voorbereiden op een vervolgopleiding in het mbo. Havo en vwo verzorgen het meer algemeen-theoretisch onderwijs, dat leerlingen voorbereidt op de hogeschool en universiteit.''

Tot een échte fusie kwam het niet. De Tweede Kamer keurde in 1997 de invoering van het vmbo goed, waarmee mavo veranderde in vmbo-theoretische leerweg. Maar het parlement liet mavo-scholen vrij om zelfstandig te blijven en de naam `mavo' op de gevel te houden. Voor de wet bleven mavo en vbo gescheiden schoolsoorten. Het overgrote deel van de mavo's ging op in het vmbo. Met 102.000 leerlingen is de theoretische de grootste van de vier leerwegen.

Maar dankzij het ogenschijnlijk kleine gaatje in de wet kunnen sommige mavo-scholen tot vandaag zelfstandig blijven dit tot ergernis van Netelenbos. Directeur Van Vught van de Gerardus Majella Mavo in de Utrechtse wijk Tuindorp 270 leerlingen lacht hard als hij terugdenkt aan zijn ontmoeting met Netelenbos, vlak na de invoering van het vmbo. ,,`Dit kán helemaal niet', zei ze. `Jawel, dit kan dus wél', zei ik. `En ik ben niet van plan dit te veranderen.'''

De theoretische leerweg hangt er ,,als een doodgeboren kindje'' bij op het vmbo, vindt Van Vught. Het lijkt immers niet eens op de andere leerwegen, die veel praktijkgerichter zijn. Van Vught heeft daarom geen zin zich aan te sluiten bij een vmbo-scholengemeenschap. Maar intrekken bij het havo en vwo is voor hem evenmin een optie. ,,Dat werd ons in de jaren vóór de invoering van het vmbo nog voorgehouden: we moesten juist fuseren met havo/vwo-scholen, omdat dat goedkoper was. Mavo-leerlingen werden daar gezien als scholieren van het laagste schooltype. Ook de mavo-leraren kregen het gevoel dat ze losers waren.''

Niet de kleinschaligheid, maar het beroerde imago van het vmbo is de belangrijkste oorzaak van de populariteit van de zelfstandige mavo's, denkt adviseur Ed Schüssler. ,,De waardering voor het voorbereidend beroepsonderwijs blijft onterecht laag. Het is gericht op een soepele aansluiting op het mbo, terwijl het mavo-programma nog steeds algemeen-theoretisch is.'' Ouders, zegt Schüssler, kennen het ingewikkelde systeem van leerwegen in het vmbo vaak slecht. ,,Mavo is bekend, dus meer begeerd.''

Daarbij, zegt Schüssler, is de zelfstandige mavo ,,een vluchtheuvel'' geworden voor vooral autochtone ouders die de vmbo-scholengemeenschappen in de grote stad willen ontlopen. ,,De categorale mavo vervult de rol die het gymnasium ook heeft. Een onderwijssoort met een gouden randje. Ouders hopen dat hun kind daarna alsnog naar de havo kan, hoewel dat vrijwel nooit meer gebeurt.''

De Onderwijsraad, het hoogste adviesorgaan van minister Van der Hoeven (Onderwijs), schreef vorige maand dat leerlingen die vmbo-theoretische leerweg volgen, bijna niet meer naar het havo gaan. In 1997 was dat een op de zes leerlingen, nu is dat nog een op de veertien.

Het plan van Netelenbos is dus gelukt. De Onderwijsraad vindt alleen de theoretische leerweg onvoldoende bij de andere drie leerwegen van het vmbo passen. Daarom adviseert de raad praktijkvakken verplicht te stellen. Een goed idee, vindt Schüssler. ,,We moeten af van het idee dat de theoretische leerweg een verdunde vorm van de havo is.''

Maar op de meeste categorale mavo's gaat nog altijd zo'n 20 procent van de leerlingen door naar het havo. De Roncalli Mavo geeft leerlingen die naar het havo willen, extra begeleiding. Directeur Van der Heijden: ,,Als we praktijkvakken moeten invoeren, draaien we de mavo definitief de nek om. De mavo kan best als derde schoolsoort blijven bestaan, tussen vmbo en havo in. De mavo moet niet geslachtofferd worden om het slechte imago van het vmbo te redden.''