Controle op EU-geld nog onvoldoende

De Europese Rekenkamer is nog steeds niet tevreden over de wijze waarop de Europese Commissie de eigen uitgaven controleert. Dit staat in het vandaag verschenen jaarverslag van het instituut.

De interne controlemechanismen zijn nog niet van dien aard dat een ,,redelijke zekerheid wordt geboden over de wetmatigheid en rechtmatigheid'' van diverse bestedingen zo wordt in het rapport opgemerkt. Voor het tiende achtereenvolgende jaar heeft de Rekenkamer dan ook geen betrouwbaarheidsverklaring willen afgeven.

Volgens Maarten Engwirda, het Nederlandse lid van de Rekenkamer, is de Europese Commissie onder leiding van Romano Prodi vijf jaar geleden ,,ambitieus'' van start gegaan om de uitgaven beter te controleren, maar heeft het dagelijks bestuur van de Unie er niet de vaart in weten te houden. Hij gaf de verrichtingen van de bijna vertrokken commissie ,,een zesje''.

De Commissie-Prodi kwam in 1999 in de plaats van de Commissie-Santer die het veld moest ruimen vanwege boekhoudschandalen. Toen werd direct beterschap beloofd. Maar volgens Engwirda is het noodzakelijk dat de komende commissie onder leiding van de Portugees José Manuel Barroso voor nieuw elan zorgt.

De uitgaven van de Europese Unie bedroegen in 2003 bijna 100 miljard euro. Het grootste deel hiervan, 45 miljard euro ging naar landbouw. De op een na grootste post vormen de zogeheten structuurfondsen waarmee economisch achtergebleven gebieden in de Unie gesubsidieerd worden. Hier was in het verslagjaar van de Rekenkamer 28,5 miljard euro mee gemoeid.

Als positieve ontwikkeling noemt het verslag dat de ramingen zijn verbeterd en het probleem van de `onderbesteding' (voorziene uitgaven die aan het eind van het jaar nog niet zijn gedaan) is verminderd. Maar een overschot van 5,5 miljard euro noemt de Rekenkamer nog steeds ,,groot''.

Engwirda wees erop dat uitgaven die niet verantwoord kunnen worden niet synoniem zijn voor fraude. Een van de problemen waar de Rekenkamer mee te maken heeft bij haar controletaak is de soms zeer verfijnde regelgeving die Europa hanteert, zei hij.

Een andere handicap voor de Rekenkamer is dat er bij veel uitgaven sprake is van cofinanciering. Dit doet zich bijvoorbeeld voor bij de structuurfondsen waar projecten alleen kunnen rekenen op Europese subsidies als ook de nationale overheid bijspringt. In dit verband noemde Engwirda de gelden die bestemd waren voor een schoolverlatersprogramma. Nederlandse scholen hebben een deel van de daarvoor bestemde bedragen opgenomen in de algemene middelen. De in artikel 23 van de Nederlandse grondwet vastgelegde vrijheid van onderwijs belet dat de subsidie slechts aan één omschreven doel besteed kan worden.