Student heeft echt geen rugzak nodig

Niemand zit te wachten op meer studiekeuzevrijheid. Bij de bètastudies zal die zelfs desastreus uitpakken, meent Ton van Rietbergen.

De rugzak is het belangrijkste beleidsinstrument van dit kabinet. Overal waar het kabinet een probleem ontwaart, duikt dit reisattribuut op. En dat terwijl minister van Economische Zaken Brinkhorst Nederland juist duidelijk heeft gemaakt dat vakantie er voorlopig niet inzit en doorwerken tot 65 de norm wordt.

Bij kinderopvang en zorg dook het rugzakje reeds op en het verwondert dan ook niet dat de ambitieuze staatssecretaris Rutte studenten eveneens van zo'n `trekzak' wil voorzien. Voor studenten geen onbekend fenomeen want ook zonder de staatssecretaris slepen zij regelmatig met reistassen.

Van waar toch die obsessieve voorkeur voor de rugzak?

De rugzak staat symbool voor vraagsturing. De diagnose van het kabinet is dat markten in Nederland gebrekkig werken en dat dit de samenleving veel geld kost en ongenoegen oplevert.

Op deze conclusie valt weinig aan te merken, want markten werken slechts in theorie perfect. In de praktijk gaan veel dingen mis en elke serieuze economische studie gaat in op de imperfecties van de markt. Het kabinet wil deze imperfecties te lijf gaan door de vraagkant meer macht te geven. Daar komt de rugzak om de hoek kijken. Deze hangt om de schouder van de consument die nu kritisch kan kijken wat de aanbieder in petto heeft.

Ook de keuze voor deze aanpak is op zich te billijken. Maar nu de praktijk. Om het beleid te doen slagen dient tenminste aan drie vooronderstellingen te zijn voldaan. Er moet sprake zijn van concurrentie tussen de aanbieders; de consumenten moeten in staat zijn de prestaties van de aanbieders met elkaar te vergelijken; en de transactiekosten voor het inzamelen van deze informatie mogen niet te hoog zijn, omdat consumenten anders de moeite niet nemen tot een reële vergelijking.

Laten we de rugzak van de student eens toetsen aan deze eisen. Concurreren universiteiten in Nederland met elkaar? Nee. De universiteiten worden nog steeds voor het overgrote deel collectief betaald en kennen een sterk regionale basis. Het enige terrein waar universiteiten in de loop der tijd en gestimuleerd door het nieuwe bachelors- en masterssysteem fel op concurreren, is marketing en reclame. In de woorden van LSVB voorzitter Kim Toering `de voorgevel'.

De hoeveelheid glossy folders, flonkerende websites en paginagrote advertenties is verveelvoudigd. Dit ging hand in hand met de opbouw van een aanzienlijk apparaat om dit alles te stroomlijnen: nergens in de wereld is het aantal medewerkers dat niets met onderwijs of onderzoek te maken heeft, zo hoog (meer dan 50 procent van de fte's) als in Nederland.

Overigens is deze keuze om vooral te investeren in reclame en marketing logisch, aangezien investeringen in onderwijs en onderzoek pas op lange termijn vruchten afwerpen en zich slecht in slogans laten vastleggen.

Bovendien zijn vragen als wat nu precies kwaliteit is en hoe snelheid zich verhoudt tot diepgang, niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Zo hoor je bedroevend weinig over datgene wat we verwachten van de academicus in spe en wat we daar als samenleving voor over hebben. De rugzak van Rutte zal de huidige trend, waarin universiteiten met modieuze cursussen en uitgebreide marketing proberen studenten te trekken, slechts versterken.

Dan de tweede vooronderstelling, de vergelijkbaarheid van universitaire opleidingen en cursussen. De best mogelijk conclusie is dat de verschillen tussen universiteiten, voor zover te vergelijken, beperkt zijn en doorgaans vooral worden bepaald door de schaal van de universiteit (de kleintjes doen het altijd goed) en de outillage van de gebouwen (nieuwe universiteiten doen het beter dan oude).

Per opleiding komen geen wereldschokkende verschillen naar voren en spreken veel onderzoeken elkaar bovendien tegen. Gezien de inmiddels schier oneindige hoeveelheid cursussen vereist een degelijke voorlichting in elk geval de opbouw van een aanzienlijke bureaucratie, die de verhouding tussen diegene die zich daadwerkelijk met onderwijs en onderzoek bezighouden en de rest nog verder scheef zal trekken.

Voor de aankomend eerstejaars student is zo'n analyse schier onmogelijk. Daarmee zijn we bij het derde punt. Serieuze bestudering van alle mogelijkheden bij alleen al de Nederlandse universiteiten brengt zo veel transactiekosten met zich mee, dat de student aan studeren zelf niet meer toekomt. De student zal dan ook graag ingaan op de door de universiteiten aangeboden studiepaden. Dat is immers nu al de praktijk. Geschrokken door het enorme aanbod aan cursussen kiezen studenten massaal voor de aangeboden studiepaden die niet alleen de hoeveelheid keuzes vermindert, maar ook de zo noodzakelijke verdieping binnen een studie mogelijk maakt.

Op de grotere keuzevrijheid die Rutte's rugzak met zich mee moet brengen, zit dan ook niemand te wachten. Voor de bèta wetenschappen die juist bestaan bij de gratie van verdieping zal het systeem zelfs desastreus uitpakken.

Dr. Ton van Rietbergen is economisch geograaf aan de Universiteit Utrecht.