Op de markten is sfeer weer rustig

Op de Amsterdamse markten, waar allochtonen en autochtonen elkaar dagelijks tegenkomen, was de sfeer na de moord op Van Gogh even gespannen. Nu lijkt de rust weer terug.

Toen marktkoopman M. de Graaf zaterdagochtend in zijn auto van Purmerend naar de Dappermarkt in Amsterdam-Oost reed en hij via de radio hoorde dat in Limburg wéér een moskee was afgebrand, werd het hem droef te moede. Sinds de moord op Theo van Gogh op 2 november was al iets in hem `geknakt', voelde hij zich down en angstig. ,,Dat had ik nooit'', zegt hij. De 39-jarige De Graaf staat al 25 jaar zes dagen in de week op de Dappermarkt, eerst met gordijnen (,,hielp ik mijn tante''), later met kleren. Nooit dacht hij als zijn echtgenote naar het confectiecentrum is spullen in te kopen, ,,hopelijk overkomt haar niets.'' Nu betrapt hij zich erop dat hij nerveus wordt als ze langer wegblijft dan gepland.

De Graaf heeft in de afgelopen 25 jaar zijn buurt zien veranderen. Zó, dat hij naar Purmerend verhuisde. Dat had niet alleen te maken met de komst van allochtonen. Drugs en daaraan gelieerde criminaliteit hebben, zegt De Gaaf, veel kapot gemaakt. De dealer achter zijn stand, de zakkenroller die voorbijrent om op een plek waar hij zich veilig waant, zijn buit te tellen. ,,Het is dat mijn vrouw niet mee wil, zij kan niet zonder haar familie, maar anders waren we allang vertrokken naar het buitenland'', zegt hij. Op de markt is hij zich steeds meer gaan ergeren aan rondhangende Marokkaanse jongens. ,,Die gedragen zich niet goed. De meisjes wel, die zien er leuk uit, hebben plezier.''

Op de Dappermarkt schuifelen allochtonen en autochtonen broederlijk langs de kramen met uitgestalde, veelal oriëntaalse waren. Een jonge Marokaanse koopman antwoordt ietwat verlegen op de vraag hoe het met hem gaat: ,,Weet niet zo goed. Baas komt zo.'' Even verderop zegt de Turkse restauranthouder Omar Sen: ,,De stemming is niet heel goed, maar ook niet heel slecht.'' Hij is nog niet uitgesproken, of vier Nederlandse vrouwen komen binnen in zijn restaurant Kervan, lopen naar een tafeltje bij het raam: ,,Heerlijk bij de kachel en lekker eten.''

Vraag Michel Scholten, uitbater van café Koekenbier, gelegen in de Amsterdamse wijk De Pijp – gekscherend `little Istanbul' genoemd – wat hij de afgelopen tijd heeft opgevangen en hij begint met een waarschuwing. ,,Marktkooplui reageren anders dan een normaal denkend mens. Dus klonk het na de moord op Van Gogh: ,,Pak ze op, allemaal. En allemaal weg.'' Maar er klonk ook: ,,De oudjes niet, die hebben hier hard gewerkt.'' Er klonk ook niet: ,,Alle Turken weg'' – want dat zijn harde werkers, spreken Nederlands, trekken zelfs Nederlanders aan. Waar ze op de markt `de schurft' aan hebben, zijn mensen die niet werken – Marokkanen, Antillianen. Al word je maar karrentrekker. Goed, is zwaar werk, je moet vroeg op, maar dat moet de koopman ook. Kun je er eindelijk één vinden, loopt-ie na een tijdje in een jurk! En stopt met werken, want die twee gaan moeilijk samen.

Vorige week hing een bedeesde sfeer op `De Cuyp'. Maar die bedeesdheid is ver te zoeken als de marktkoopmannen en het publiek zich uitlaten over de, in hun ogen, ware boosdoener van de afgelopen decennia: de overheid. In vergelijking daarmee komen de Marokkanen er genadig af. De overheid heeft de problemen van de multiculturele samenleving onderschat, die heeft `iedereen maar binnengelaten', die heeft met name, Marokkaanse werkloze jongeren niet gedwongen hoe dan ook werk te vinden, maar ze een uitkering gegeven.

Ondanks de moord op Van Gogh en de daaropvolgende gebeurtenissen is het publiek niet weggebleven, zeggen de marktkooplieden op de Albert Cuyp. Dat geldt ook voor de Ten Katemarkt in Amsterdam Oud-West. De Marokkaanse groentenboer op de hoek verkoopt daar al twintig jaar zijn waar aan allochtone en autochtone klanten. Zijn neefje, die meehelpt achter de kraam, voelde vooral direct na de moord dat de stemming anders was. ,,De eerste dag waren we wel bang. En opgefokt. Logisch, iedereen was opgefokt. Nu is het vooral de televisie die stemming maakt. Hier is geen spanning meer te bespeuren'', zegt hij. Een jonge Marokaanse vrouw beaamt dat: ,,Ik voel me op de markt niet bekeken. Op mijn werk wel, maar misschien is dat verbeelding.''

In de Turkse groentewinkel Sener in de Kinkerstraat klinkt klassieke muziek. ,,Goede vitamines voor de oren'', zegt de 37-jarige Turkse eigenaar H. Teker, die zijn zaak nu vijftien jaar runt. Na de moord op Van Gogh zijn er volgens hem geen klanten weggebleven. ,,Er is niet veel over gepraat. Je zag mensen denken en dat dacht ik zelf naturlijk ook: `is iemand helemaal achterlijk geworden?'''