Nederlanders worden zelf fundamentalisten

Mohammed, de profeet van de moslims, was `een bezeten pedofiel', `een eerste rangs terrorist', `een barbaarse fanaticus' en een `charlatan'. De islam is `onmenselijk' en wie de koran goed leest komt `duivelse' schaduwen tegen. De bovenstaande oneliners hebben veel weg van het islamofobische gebrul van Afshin Ellian en Hafid Bouazza, die afgelopen zaterdag in deze krant hun gal mochten spuwen over alles wat met deze achterlijke religie te maken heeft. Maar de bovenstaande uitspraken zijn van Amerikaanse makelarij en dateren van de eerste maanden na de gebeurtenissen van 11 september 2001. Het zijn `wijsheden' afkomstig uit de monden van radicale Amerikaanse christen-fundamentalisten als Jerry Falwell, Pat Roberson, Franklin Graham en Jerry Vines.

Moslim bashing is geen Hollandse uitvinding. Wat dat betreft zijn wijlen Theo van Gogh, Ayaan Hirsi, Paul Cliteur, Afshin Ellian, Hafid Bouazza en alle ander `liberale' jihadi's in de polder allesbehalve orgineel. Het enige verschil zit hem in het feit dat hun Amerikaanse tegenhangers amper buiten de periferie van de geschreven pers serieus genomen worden, terwijl onze bashers hier in de polder de kwaliteitskrant van Nederland vol kunnen schrijven. En dat terwijl in Amerika het aantal slachtoffers van islamterrorisme ruim drieduizend keer zo hoog ligt dan in Nederland.

Het lijkt wel alsof Nederlanders geen onbeantwoorde vragen hebben over het islamitisch terrorisme: waarom voeren de Mohammed B.'s zulke vreselijke daden uit? Omdat ze een gruwelijke religie en cultuur hebben en het terroristische karakter van de koranverzen afdruipt. Maar wat moeten we met dit soort vluchtige antwoorden? Wat bieden ze voor oplossingen aan? Moet Nederland haar moslims naar heropvoedingskampen brengen of moeten ze in schepen de open zee op worden gestuurd?

En nu de wat nuchterdere analyse. Ten eerste: het neofundamentalistische geweld is geen exclusief islamitisch verschijnsel, vraag het aan de Amerikanen die te maken hebben gehad met militant christelijke anti-abortus fundi's, of de moslims of christelijke minderheden die jaarlijks door hindoefundamentalisten getrakteerd worden op een ware hetze. Vraag het aan liberale joden die het in Israël alsmaar benauwender krijgen, niet alleen door toedoen van Palestijnse aanslagen maar ook door de enorme agressie van de kant van de orthodox-joodse kolonisten.

Ten tweede zijn geloof en religiositeit geen overblijfselen van onbeschaafde volkeren. Religie groeit in Amerika en in een groot deel van de derde wereld. Wat drijft die nieuwe gelovigen? Vaak begint het bij deze reborn christians, moslims, Hindoes of joden met een gevoel van onbehagen, een mentaal ongemak met een overmatig gerationaliseerde wereld. De traditionele zingeving voldoet niet meer, de oude metafysica verbleekt bij de snelle vaart van wetenschap, technologie en de gedigitaliseerde werkelijkheid van alle dag. Juist in deze ultravluchtige wereld verlangen velen naar een innerlijke overtuiging om de wereld te duiden en rust en concentratie te vinden.

Gelovig worden is in onze tijd een poging om de anders zo losgezongen bestaansmomenten van de postmoderne mens in een levensdraad bij elkaar te brengen. Het is een pijnstiller tegen de vervreemding en de zinloosheid van het bestaan. In een groot deel van de wereld bloeien de bestaande religies op. Vaak in een fundamentalistisch vorm, juist omdat de postmoderne mens naar een zo strak mogelijke jasje verlangt: een uitgesproken antwoord op de vraag wie en waarom hij is. Het fundamentalisme biedt, in haar meest nihilistische gedaante, op deze vragen een antwoord.

Ik vraag me af of de agressieve reactie van een deel van de Nederlanders op religie, en op de islam in het bijzonder, niet afkomstig is van een soort fundamentalisme dat zich vooral in haar vijandbeeld laat onderscheiden. Voor sommige Nederlanders lijkt de islam de enige spiegel waarin ze zich mooi durven te wanen. Hollands fundamentalisme is als geloof misschien nog niet uitgekristalliseerd en in kaart gebracht, maar het begint haar eigen onderscheidende kenmerken te tonen: destructief hedonisme, (media-)narcisme en verbale hardheid zijn drie kenmerken die opvallen in het Nederland van de afgelopen tien jaar. Deze kenmerken zijn vooral herkenbaar als we in de postmoderne spiegel van de Nederlandse ziel, de omroep en de commerciële televisie, kijken. De belangrijkste (overleden) tv-helden van het hedendaagse Nederland – André Hazes, Pim Fortuyn en Theo van Gogh – zijn de iconen van dit destructieve hedonisme en verbale geweld, de nieuwe elementen van de Nederlandse levensleer. Maar narcisten of beroepspolemisten zijn vaak eenzame mensen, door medemensen verlaten eilanden, en dat is voor het gros van de mensheid geen prettig vooruitzicht.

Ik ben het met Paul Scheffer eens, er is een moord gepleegd uit naam van de islam en daarom hebben moslims, zoals ik, een bijzondere verantwoordelijkheid. Ze moeten hun autochtone landgenoten in deze dagen de hand reiken. De moord op Van Gogh had nooit mogen plaatsvinden, uit naam van welk geloof of ideaal dan ook. Maar deze moord vond plaats in een Nederlandse context waar moslim bashing een volksvermaak is geworden. Daarom is het even legitiem als ik, net als Scheffer en alle andere Nederlandse intellectuelen die meer dan `een scheldkanon' willen zijn, vraag om de kritische blik eens goed naar de dynamiek van de Hollandse cultuur richten. Laten we eens goed analyseren waar die hysterische en grove receptie van islam vandaan komt.

Shervin Nekuee is socioloog en publicist.