Museum in Afghanistan hoopt op betere tijden (Gerectificeerd)

Het Archeologisch Museum van Kabul heeft zware tijden gekend. Nu gaat het iets beter. ,,Ik ben blij dat er nu vrede lijkt te komen', zegt directeur Omarak Khan Massoudi. Na lange jaren van oorlog is het tijd om het restant van de collectie veilig te stellen.

Even dacht museumdirecteur Omarak Khan Massoudi (56) dat hij naar Nederland mocht komen, toen hij een brief kreeg waarin hij werd genomineerd voor de Prins Clausprijs 2004. Winnaar werd de Palestijnse dichter Mahmoed Darwich en pas uit een tweede brief bleek dat niet-winnaars de reis niet vergoed krijgen, maar wel recht hebben op een geldbedrag van 25.000 euro.

Het Archeologisch Museum van Kabul heeft de vele oorlogen die Afghanistan decennialang hebben geteisterd niet ongeschonden doorstaan: van de ongeveer 100.000 objecten waarover het museum voor 1992, toen de burgeroorlog in volle omvang de Afghaanse hoofdstad bereikte, nog beschikte is zo'n zeventig procent vernield bij bombardementen, door warlords op de zwarte markt verkocht, of moedwillig vernield door de Talibaan, vooral wanneer het beelden waren.

Het zou nog erger geweest zijn wanneer Massoudi, directeur sinds 2001 maar al decennialang werkzaam bij het museum, met zijn medewerkers niet listig delen van de collectie in veiligheid had gebracht. ,,Het was gevaarlijk', geeft Massoudi, een zacht pratende, vriendelijke man, na enig aandringen toe. ,,We hadden bijvoorbeeld na 1994 een groot deel van de overgebleven museumstukken opgeborgen op een geheime locatie in Kabul. Dachten we. Maar in 2001 kwamen de Talibaan, die toen ook de grote, wereldberoemde Boeddha-beelden in Bamiyan hadden opgeblazen, op de gedachte dat om geloofsredenen alle beelden uit onze collectie moesten worden vernield.' Wekenlang wist Massoudi de Talibaan met hun hamers om de tuin te leiden met valse etiketten op dozen en kratten. Daardoor leek het alsof de inhoud slechts uit `onschuldig' aardewerk bestond.

Het museum van Kabul, aanvankelijk Nationaal Museum geheten, ontstond in 1919. In dat jaar verkreeg Afghanistan volledige zelfstandigheid van het Britse Rijk en begon koning Amanullah (1919-1929) aan een grotendeels mislukte poging een centraal bestuur te vestigen en de zeden en economie te moderniseren. In zo'n modern land paste een nationaal museum voor archeologie, dat een beeld zou geven van de historische continuïteit van Afghanistan.

De problemen voor het museum begonnen al enigszins na 1978, toen een Sovjet-gezind bewind in Kabul het roer overnam en Sovjet-troepen het land overspoelden. De oorlog tussen de Russen en de mujahedeen bereikte de Afghaanse hoofdstad nog niet, maar al spoedig moest de tentoonstelling worden aangepast aan nieuwe ideologische inzichten: niet meer nadruk op het Afghaanse nationalisme, en verwijdering van verwijzingen naar roof van Afghaanse oudheden door Russen in de 19de eeuw.

Ook liet de door de Russen gesteunde dictator Mohammed Najibullah (1989-1992) meer dan 23.000 museumstukken uit het museum verslepen naar het presidentieel paleis, om er goede sier mee te maken bij recepties. ,,Maar we hebben een volledige catalogus van alles wat op die manier uit het museum is verdwenen en het meeste ervan is bewaard gebleven', zegt Massoudi.

De grote klap kwam bij de strijd tussen de verschillende facties en milities na het vertrek van de Russen in 1989. De strijd bracht niet alleen grote schade toe aan het museumgebouw, ook alle vitrines sneuvelden, waarna de plunderingen volgden. Nadat de strijd was geluwd in 1994 slaagden Massoudi en zijn medewerkers erin de ergste gaten in het dak provisorisch te herstellen. Daarop kwamen de Talibaan, met hun eigen, ideologisch-religieus geïnspireerde, vernielzucht.

Afghanistan lijkt nu, met president Karzai en een door buitenlandse troepen geëntameerd democratisch proces, een nieuwe toekomst tegemoet te gaan. ,,Ik ben blij dat er nu vrede lijkt te komen', zegt Massoudi voorzichtig. Hij hoopt dat de regering van Karzai spoedig zal overgaan tot het ratificeren van de UNESCO-verdragen over de terugkeer van gestolen nationaal cultuurgoed. Pas dan, denkt hij, kan er een serieuze poging worden ondernomen het gestolen museumbezit, dat zich naar Massoudi's inschatting voor een groot deel bij de vrienden van de vroegere Afghaanse facties en milities in Pakistan bevindt, op te sporen en naar Kabul terug te halen.

De 25.000 euro van het Prins Clausfonds komen goed van pas: bijvoorbeeld voor de aanschaf van nieuwe vitrines, want zolang die er niet zijn, blijft het museum in ieder geval noodgedwongen gesloten. Massoudi hoopt dat, nu hij zelf niet naar Nederland reist, de Nederlandse ambassade in Kabul hem het geld wil overhandigen, in plaats van aan Afghaanse vertegenwoordigers in het buitenland. Hij heeft alle vertrouwen in de nieuwe Afghaanse regering, maar zeker is zeker.

Rectificatie

Prins Claus Prijs

Omara Khan Massoudi is geen `niet-winnaar' van de Prins Claus Prijs 2004, zoals in het artikel Museum in Afghanistan hoopt op betere tijden (15 november, pagina 11) staat. Hij is één van de negen laureaten die elk een bedrag van 25.000 euro hebben ontvangen. De hoofdprijs (100.000 euro) ging naar Mahmoud Darwish.