Moed

Gebrek aan moed, daar hebben we allemaal wel eens last van, maar het is jammer als het vertoond wordt door mensen die we ervoor betalen uit onze naam wél een beetje flink te zijn.

Drie voorbeelden van het afgelopen weekend.

Op een CDA-partijcongres roept premier Balkenende collega-politici, opiniemakers en critici in de media op hun taal te kuisen en op te houden met beledigen. Donner wil eerder vervolging instellen wegens godslastering en het beledigen van groepen. ,,Je mag mensen niet tot in het diepst van hun overtuiging en op grove wijze kwetsen.''

De verslaggever, ook niet op het achterhoofd gevallen, vraagt meteen: ,,Wilt u daarmee zeggen dat Theo van Gogh te ver is gegaan?''

De minister slikt, zucht en zegt narrig: ,,Dat wil ik daarmee niet zeggen.'' Het liefst had hij uit de grond van zijn hart ,,Ja, natuurlijk'' geroepen, maar hij durft het niet. Hij acht het, amper twee weken na de moord op Van Gogh, niet gepast voor een bewindsman zoiets te zeggen. Begrijpelijk, maar begin er dan niet over. Of wil de minister de situatie in Nederland alleen maar aangrijpen om een lang, in stilte gekoesterd voornemen ten uitvoer te brengen?

Voorbeeld twee.

Peter van Ingen interviewt in Buitenhof Filip Dewinter van het Vlaams Blok, nu Vlaams Belang. Waarom eigenlijk? Waarom zou je zo'n malafide man de kans geven om hem voorspelbaar op het graf van Van Gogh te laten dansen – en zodoende olie op het vuur in Nederland te gooien? Kon hij weer eens kraaien dat we het in Nederland altijd fout hebben gedaan en dat we beter naar hém hadden moeten luisteren. De moord op Van Gogh moet bij het Vlaams Blok tot een euforie hebben geleid.

Als je zo'n man interviewt, doe het dan een beetje pittig. Nu werd het een schets voor twee wellevende mannen, van wie de ondervraagde net zo wellevend was als de beul die een uur voor de executie zijn handen wast. Het was reden voor schrijver Tom Lanoye, de volgende gast, om tegen Van Ingen te zeggen: ,,Je vergat hem één vraag te stellen: of een moslim een Vlaming kan zijn.''

Voor het derde voorbeeld gaan we over naar de Arena, waar Ajax en Feyenoord een van hun twee jaarlijkse, onderlinge duels speelden. Bij Ajax en Feyenoord staan twee zogeheten realistische trainers aan het roer, Ronald Koeman en Ruud Gullit. Niet de schoonheid van het spel telt voor hen, maar het resultaat. Daar is onder bepaalde omstandigheden ook wel iets voor te zeggen, maar er zijn grenzen.

Als Ajax en Feyenoord tegen elkaar voetballen, verwachten we fris, onbevangen voetbal. Dat hoort bij die steden, dunkt mij. Voor Eindhoven ligt dat anders, als ik de PSV-supporter en mijn schoonfamilie even mag plagen: een Eindhovenaar is blij met elk puntje dat hij de grote jongens afsnoept. Maar Ajax en Feyenoord die als angsthazen voor elkaar uitrennen? Tikkeltje beschamend. Het was een dulle, matige wedstrijd van ploegen die niet durfden te verliezen. Trainers blij, liefhebbers bedroefd.

Moet moed? Ja, soms wel.