Ministers zagen aan pijlers van democratie 2

Minister Donner heeft in de Tweede Kamer betoogd dat, wanneer het gaat over de noodzaak van nieuwe wetgeving in verband met de huidige crisissituatie, de maatschappij zich dient te voegen naar de rechtsstaat, en niet omgekeerd. Deze uitspraak geeft gemakkelijk aanleiding tot een fundamenteel misverstand over de betekenis van onze rechtsstaat.

De rechtsstaat zoals wij die nu kennen en ervaren, heeft zich gaandeweg ontwikkeld tot wat hij nu is, met inbegrip van onze interpretaties ervan. Hij is een onmisbaar goed. Maar als het gaat over `rechtsstaat' als richtsnoer, geldt in laatste instantie niet de feitelijke rechtsstaat, maar de rechtsstaatsidee. Toegegeven, voor de praktijk komt de verdediging van dit idee gewoonlijk neer op een verdedigen en strikt handhaven van de huidige rechtsstaat, niet op een hoogdravend, abstract betoog. Maar datgene waarop het uiteindelijk aankomt, is niet per se de huidige vorm waarin ons ideaal van de rechtsstaat gestalte heeft gekregen, maar de rechtsstaatsidee (de z.g. `rechtsstatelijkheid', zijnde de normatieve idee dat een overheid een ordening schept en handhaaft die de burger bescherming biedt tegen alwat zijn of haar bestaan fundamenteel bedreigt). Minder filosofisch uitgedrukt: het is toch te gek dat ten gevolge van bepaalde, ongewenste maatschappelijke ontwikkelingen onze huidige rechtsstaat mogelijkerwijs meer bescherming biedt aan wetsovertreders dan aan slachtoffers, en dat men terugdeinst voor een kritische bezinning daarop, puur uit ontzag voor de verworvenheden van de huidige rechtsstaat. Is het niet eerder principieel uit te gaan van het fundament van iedere rechtsstaat, nl. de rechtsstaatsidee, en vandaaruit, indien nodig, nieuwe vormen te overwegen?