Ministers zagen aan pijlers van democratie 1

In de afgelopen weken is door verschillende religieuze vertegenwoordigers herhaalde malen de vrijheid van meningsuiting in één adem genoemd met de vrijheid van godsdienstuitoefening. Dat zij die vrijheid van godsdienstuitoefening benoemen is vanzelfsprekend gezien de brandstichtingen die de laatste tijd in kerken en moskeeën hebben plaatsgevonden.

Wat de moord op Theo van Gogh en de aanvallen op deze huizen van religie gemeen hebben is dat zij geïnspireerd zijn door onverdraagzaamheid. Het is die onverdraagzaamheid die het kabinet dient te bestrijden. De wet op ergerlijke godslastering is een product van onverdraagzaamheid, namelijk het niet kunnen verdragen dat een ander jouw religieuze overtuiging bespottelijk maakt. Het is ook een discriminerende wet. Waarom zou godslastering een aparte andere wetgeving behoeven dan het belasteren van andere overtuigingen of meningen? Zeker nu zou er daarom veel voor te zeggen zijn om die wet af te schaffen. Suggereren dat die wet moet worden afgestoft en verscherpt, is olie op het vuur gooien.

Naast de uitglijder van Donner over de wet inzake de ergerlijke godslastering kan ook de minister-president op zijn minst van onzorgvuldigheid worden beticht. Hij en vele andere gelovigen spreken bij voortduring over de vrijheid van godsdienst in Nederland. De Nederlandse grondwet spreekt niet over vrijheid van godsdienst noch over vrijheid van mening. Dat zou ook belachelijk zijn want je kunt niemand verbieden om een mening, eventueel in de vorm van een godsdienstovertuiging, hoe verwerpelijk ook, te hebben. Wat je wel kunt verbieden is het uiten, of zoals de Grondwet het formuleert het belijden van die mening of godsdienst.

Het feit dat een religieus geïnspireerde politicus een verschil maakt tussen het uiten van een mening en het hebben van een godsdienst suggereert dat een godsdienstige mening een bijzondere vorm van bescherming in Nederland geniet. Het is al ergerlijk genoeg dat iemand op basis van zijn religie meent het recht te hebben anderen te vermoorden. We hebben geen minister-president nodig die suggereert dat een godsdienstige mening iets anders is dan elke andere willekeurige mening.