London Calling in `eighties'-sfeer

Hoe zou het toch komen dat er op de eerste avond van het London Calling-festival maar twee bands uit Londen speelden, vroeg de zanger van de Londense groep Bloc Party zich hardop af.

De gitarist gaf meteen het antwoord: ,,Londen is een geestesgesteldheid.'' En zo kon het gebeuren dat er groepen uit Canada, Ierland en de VS speelden op London Calling, het festival voor nieuwe Britse of Brits-georiënteerde popmuziek in Paradiso.

De bindende factor is dat veel jonge rockmuzikanten zich lieten inspireren door de jaren tachtig. The Smiths, The Cure en Gang Of Four maken school, en ook de retro-new wave van Franz Ferdinand begint sporen na te laten. Een andere trend is dat er weer volop meisjes in bands figureren, vooral op bas of zingend de toetsen.

London Calling heeft zich een onmisbare plek in het live-aanbod verworven, voor een nieuwsgierig publiek dat geen grote namen nodig heeft om zich te laten informeren over toekomstmuziek. Daarbij horen de mislukkingen van bandnamen die bij voorbaat met ontzag worden gefluisterd, totdat blijkt dat de hype niet helemaal terecht was. The Dears uit Canada bleek zo'n band. Op de cd No Cities Left leek het een spannend amalgaam van Britpopsongs in de sfeer van Blur en Morrissey, gezongen door een zwarte frontman. In de grote zaal van Paradiso gingen The Dears mank aan bombast en pretentie, met lange nummers die meer op oersaaie symfonische rock leken dan op compacte popliedjes.

De eighties waren alom aanwezig bij The Bravery uit New York, die erin slaagden Duran Duran-achtige discokitsch te koppelen aan de galmende Weltschmerz van The Cure's Robert Smith. Mod-rockers The Rakes en de Simple Minds-achtige hemelbestormers The Departure maakten evenmin een geheim van hun voorbeelden, terwijl lawaaitrio The Subways en de energieke Future Kings Of Spain een sprong in de pophistorie maakten naar The Pixies en Nirvana. De op zich interessante rap-rock van The Go! Team werd live om zeep geholpen door de overenthousiaste zangeres, die het publiek beschreeuwde alsof ze nu al in Ahoy' stond.

Tegenvallende optredens van de Schotse bands Sons And Daughters en Aberfeldy werden gecompenseerd door de hoekige blanke funk van Bloc Party en de traditionele maar spannende bluesrock van The 22/20's; bands die in dynamisch samenspel ontstegen aan de retrosfeer die over London Calling leek te zijn neergedaald. Niets haalde het echter bij de tornado die in het veel te krappe bovenzaaltje werd aangericht door Art Brut, een Engels kunstenaarscollectief dat alle regels van de goede smaak overboord werpt.

Ogenschijnlijk leek het een rommelig spelende punkband met een beschonken corpsbal als zanger, maar ondertussen bracht het vijftal grote opwinding teweeg met nummers over hoe te dansen in een kunstgalerie, hoe klinkt een vroeg schilderij van Vincent van Gogh en hoe voorkom je een rock & roll-cliché te worden? (door hardop te schreeuwen dat je er zelf één bent).

Als een olifant in een porseleinkast raasde Art Brut door het korte repertoire. Toch werd in alle chaos op een doortimmerde manier toegewerkt naar de energie-explosie Formed a band, het onbetwiste hoogtepunt van twee lange festivalavonden. Daarin werd luidkeels beweerd werd dat niets makkelijker is dan zelf een rockgroep formeren. Een werkelijk originele band beginnen, zo leerde deze London Calling, is een tweede.

London Calling. Gehoord: 13 en 14/11 Paradiso, Amsterdam.