Kleurrijke gruwel in Der Zwerg van Zemlinsky

Sprookjesachtiger kan bijna niet: een lelijke dwerg wordt verliefd op een jonge prinses, die hem om zijn avances hartelijk uitlacht. Voor componist Alexander Zemlinsky (1871-1942) was het verhaaltje van Oscar Wilde (''The Birthday of the Infanta'') echter lang niet zo onschuldig. Hij herkende zijn geliefde/leerlinge Alma Schindler in de prinses, zichzelf in de dwerg en zette zich aan zijn intens tragische opera Der Zwerg nadat zij hem had ingeruild voor Gustav Mahler.

In de operaserie van de Matinee klonk Der Zwerg (1921) zaterdag in een ideale combinatie met de danspantomime Der Geburtstag der Infantin (1908) van Schreker, gebaseerd op hetzelfde gegeven. Het concert, in het kader van het Entartete Musik-thema van de matineeserie, werd gedirigeerd door Edo de Waart, die eerder Schrekers opera Der ferne Klang níet dirigeerde. Hij werd toen succesvol vervangen door het jonge toptalent Julien Salemkour, maar maakte zaterdag wel duidelijk hoezeer het sfeervol spelende en kleurende Radio Filharmonisch Orkest nog steeds is ingespeeld op zijn chef-dirigent, die volgende maand na vijftien jaar afscheid neemt.

Schrekers Der Geburtstag der Infantin (1908) werd hier voor het eerst gespeeld in de oorspronkelijke, slanker georkestreerde versie. Die maakte indruk door de beeldende kracht en de elegante, luisterrijke sfeer. Waar de muziek precies wat schetst werd aan de verbeelding overgelaten, maar de lyrische strijkerslijnen en hoekige ritmes deden duidelijk vermoeden waar prinses en dwerg om de aandacht streden.

Zemlinsky's Der Zwerg (1918-21) behandelt Wildes verhaal wél uitputtend en sloot in orkestrale kleur fraai aan op Schrekers idioom. Behalve met de gekwelde cadeau-dwerg uit de titel, wordt de 18de verjaardag van de prinses om Der Zwerg ook gevierd met exotisch geïnstrumenteerde dansen mét gitaar en banjo, opgewonden meisjesgekrakeel en verwachtingsvol celestageklingel waar de cadeautafel in beeld komt.

Maar ondanks al die vrolijke tonen is Der Zwerg vooral een hele akelige opera. De tragiek van de dwerg kwam orkestraal aansprekend uit de verf, maar boette iets aan schrijnende kracht in door de wat scherpe, te weinig verleidelijke bijdrage van tenor Douglas Nasrawi in de titelrol. Hoewel Nasrawi allengs wel aan kracht won, was het veel meer de heldere sopraan van Claudia Barainksy die bijna tè overtuigend was in haar invulling van de prinses, die de arme dwerg eerst vermorzelt en daarna weer monter aan het dansen slaat. Naast het degelijke vrouwenkoor maakte in de kleinere rol van huismeester bas Scott Wilde indruk met zijn betrouwbaar, degelijk geluid. Muzikaal en menselijk het meest interessant was sopraan Geraldine McGreevy als de moederlijke Ghita, die de dwerg wél koestert met empathisch, warm en roerend gezang. Als de prinses inderdaad door Alma Mahler werd geïnspireerd en Ghita door zijn echtgenote, maakte Zemlinsky in de liefde hele foute keuzes.

Volgende week staat de Matinee weer in het teken van Entartete Musik, dan met werken van Egon Wellesz en Berthold Goldschmidt.

Concert: Radio Filharmonisch Orkest/Vrouwenkoor en div. solisten o.l.v. Edo de Waart. Programma met werken van Schreker en Zemlinsky. Gehoord: 13/11 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 16/11, 20 u.