In puin geschoten Falluja biedt `pijnlijke' aanblik

De Rode Halve Maan mag Falluja niet binnen. Volgens Amerikaanse militairen zijn er geen burgers in nood. Ooggetuigen schetsen een ander beeld.

Grote delen van het vroegere rebellenbolwerk Falluja liggen in puin, verwoest tijdens het meer dan een week oude offensief van 10.000 Amerikaanse mariniers en 2.000 Iraakse militairen. De Amerikanen zeggen de sunnitische stad nu geheel onder controle te hebben, maar dat er hier en daar nog verzetshaarden zijn, met name in het zuiden. Amerikaanse gevechtsvliegtuigen, artillerie en mortieren waren ook vanochtend nog actief.

Een Reuters-correspondent die gisteren van noord naar zuid door de stad reed, zag opgezwollen en in staat van ontbinding verkerende lijken in de straten, in elkaar geschoten huizen, verwoeste moskeeën en kapotte elektriciteits- en telefoonleidingen. Bij het offensief zijn tot dusverre 38 Amerikaanse militairen gesneuveld, en vijf Iraakse militairen. Volgens de Amerikaanse en Iraakse autoriteiten zijn ook 1.000 tot 1.200 opstandelingen gedood, maar daarvan is geen verdere bevestiging. De Iraakse interim-premier Iyad Allawi zei gisteren niet te geloven dat er burgers zijn gedood, maar berichtne van inwoners en hulpgroepen spreken dit tegen.

Een lid van een Iraaks hulpcomité zei tegenover het Arabische televiesiestation Al-Jazira dat hij 22 lijken had gezien die lagen begraven onder het puin van een straat in het noordleijke district Jolan, waar zwaar is gevochten. ,,Van de 22 lijken werden vijf in één huis gevonden evenals twee kinderen van niet ouder dan 15 jaar en een man met een kunstbeen'', aldus de hulpverlener, Mohamnmed Farhan Awad. ,,Sommige van de lijken die we aantroffen, waren aangevreten door zwerfhonden en katten. Het was een erg pijnlijk gezicht.''

Een Amerikaanse kolonel zei gisteren dat hij niet had gehoord dat er nog burgers opgesloten zaten in de stad, en ook niet te denken dat dat het geval was. Hij zei dat het daarom ook niet nodig is dat de Rode Halve Maan – de islamitische tegenhanger van het Rode Kruis – hulp levert. Een konvooi van de Iraakse Rode Halve Maan staat al drie dagen te wachten bij het centrale ziekenhuis aan de rand van de stad, maar mag er niet in. De organisatie zegt te weten dat zeker 150 gezinnen in Falluja vastzitten die dringend behoefte hebben aan hulp. Veruit het grootste deel van de 300.000 inwoners – inclusief veel rebellen – was voor het begin van het offensief gevlucht.

Duizenden vluchtelingen leven in geïmproviseerde kampen buiten de stad of bij verwanten in de buurt. ,,Het was verschrikkelijk'', aldus de 65-jarige vrachtwagenchauffeur Mohammed Ali Shalal, die vrijdag vluchtte. ,,We hadden geen water of elektriciteit. Ik zag dode lichamen in de straat liggen en een tank reed erover heen'', zei hij. ,,We aten droog brood en dronken vuil water. Ik kan nog niet geloven dat ik veilig ben.'' Shalal zei dat de bewoners door troepen met luidsprekers waren gemaand anar een lokale moskee te gaan, waar ze werden ondervraagd. ,,Ze lieten de oude mensen gaan en hielden de jongeren vast.''