`Ik schrijf tegen mezelf'

Drie avonden lang was Crossing Border volledig uitverkocht. Op de laatste avond wekte dichter H.H. Ter Balkt hilariteit bij het publiek.

,,Op dit festival vind je het enige wat de planeet nog hoop geeft, muziek en literatuur'', zei Richard Holloway zaterdagavond op Crossing Border. Holloway, de voormalige bisschop van Edinburgh en schrijver van het boek Kijken in de verte, is van mening dat de bijbel beter als poëzie gelezen kan worden. ,,De Schrift is bijna iets giftigs voor mij geworden, zo vaak is ze misbruikt als wapen.''

Hoe interessant de vrijzinnige beschouwingen van de gepensioneerde geestelijke ook waren, hij bleef een vreemde kostganger op dit festival. Ruigere auteurs als Irvine Welsh en Jeanette Winterson zetten de toon, samen met bands als dEUS en John Butler Trio.

Drie avonden achtereen was Crossing Border uitverkocht. In totaal 5.500 bezoekers kwamen naar de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Op de laatste avond werd H.H. ter Balkt geïnterviewd door Ilja Leonard Pfeijffer; twee woeste dichters met lang haar. Wat waren nu precies die anti-canto's in zijn laatste bundel, Anti-canto's en De Astatica? ,,Ik heb een hardnekkige tegenwerker in mijzelf'', zei Ter Balkt, ,,een hele gevaarlijke, die me steeds een loer probeert te draaien. Daarom moet ik tegen mezelf in schrijven. En tegen de slechtheid van deze tijd. We leven namelijk in een ontzaglijk kloteland. In een park in Apeldoorn heeft een idioot architectenbureau veertig eiken omgekeerd in de grond laten planten. Als ze in een gesticht zaten, zouden zulke lieden een spuitje krijgen.''

Zo hield Ter Balkt na elke vraag een onnavolgbare mini-conference, tot grote hilariteit van het publiek. Met gemak verbond hij de Beach Boys met Balkenende en verkondigde hij de ene apodictische stelling na de andere: ,,Geëngageerde dichters zijn slechte dichters. Nee, ik weet zo snel geen voorbeeld.'' Nadat hij met zijn krachtige stem een gedicht uit zijn debuut Boerengedichten (1969) had voorgelezen, gaf Ter Balkt toe dat hij zich nog steeds een beginneling in de poëzie voelt. ,,Ik ben slechts een onderwijzer uit Twente. Maar ook een marktkoopman die half analfabeet is, kan in een flits de mooiste regels van de eeuw schrijven.''

Ondertussen las Oek de Jong in een klein en volgepakt zaaltje voor uit Hokwerda's kind. Een paar verdiepingen hoger nam Hugh Cornwell, de voormalige zanger van The Stranglers, het publiek voor zich in door zijn tijdloze hit `Golden Brown' te zingen, zichzelf begeleidend op de gitaar. Daarna bleek Cornwell ook een verdienstelijk schrijver met een autobiografie op zijn naam, A multitude of sins. Het fragment dat hij voorlas speelde zich af in Amsterdam, in 1977. Na afloop van een optreden in Paradiso werd de band in de kleedkamer bezocht door enthousiaste Hells Angels. Eerst duwde de `omvangrijke' leider van de Hells Angels een mespunt speed onder Cornwells neus. ,,Het leek me onbeleefd om te weigeren.'' Vervolgens mochten ze mee naar het clubhuis, ,,gebouwd door de Nederlandse overheid, zoals ik begreep''. Daar werd wat geschoten met een machinegeweer en kreeg de band de vrouwen van de Angels aangeboden. ,,Het ultieme bewijs van respect.''